Ga naar de hoofdcontent

Vrouwen die door barrières sluipen en breken

Vrouwelijke stemmen in het Holland Festival 2026

In het Holland Festival klinken dit jaar uiteenlopende stemmen uit verschillende delen van de wereld die ieder op hun eigen manier vragen stellen over vrijheid, gelijkwaardigheid en zelfbeschikking. De voorstellingen raken onder andere aan thema’s als de zeggenschap over het eigen lichaam, verzet tegen bestaande structuren en de ruimte om talenten, verlangens en ambities te ontwikkelen. Tegelijk laten ze zien hoe podiumkunst ontmoetingen mogelijk maakt: momenten van herkenning, solidariteit, vreugde en verbondenheid.

door Evelien Lindeboom

 

Als een van de enige vrouwen in een overwegend mannelijke omgeving, ontwikkelde Holland Festivals associate artist Hildur Guðnadóttir haar geheel eigen stijl als componist. Ze brak bij het grote publiek door met haar muziek voor films als Joker (2019) en Tár (2022) en liet zich inspireren door bijzonder creatieve elektronische-muziekpioniers die haar voorgingen. Nu is Guðnadóttir zelf een voorbeeldfiguur voor nieuwe generaties, en inspireert ze bovendien het programmateam van Holland Festival met haar werk én haar kijk op podiumkunst.

Creatieve omwegen en alternatieve vormen

In door mannen gedomineerde omgevingen, waarin toegang vaak bewust of onbewust wordt beperkt, hebben vrouwen altijd al manieren moeten vinden om via minder zichtbare of indirecte routes hun weg te gaan. In die luwte lag nog niets vast en ontstond ruimte voor experiment.  In de documentaire Sisters With Transistors van Lisa Rovner neemt Laurie Anderson ons mee in de, door velen vergeten, vroege ontwikkeling van de elektronische muziek. Daarin waren opvallend veel vrouwen betrokken, die met hun experimenten geheel nieuwe geluidswerelden mogelijk maakten. Deze vrouwen waren veelal geschoold in de klassieke muziek en durfden als eersten, ook noodgedwongen, verder te kijken en vooral verder te luisteren; ze hielden zich bezig met een muziekvorm die nog niet bestond en met geluiden die nog niet eens tot muziek werden gerekend.

Rolmodellen
De documentaire belicht vrouwen als Pauline Oliveros (1932-2016), de grondlegger van deep listening, en Maryanne Amacher (1938-2009), bekend om haar overweldigende multimedia-installaties, waarin het oor zelf geluid produceert. Met hun intuïtieve creativiteit waren zij een grote bron van inspiratie voor vele componisten na hen. Ze hadden een indrukwekkend doorzettingsvermogen om hun roeping te volgen, tegen de gangbare en nogal beperkte verwachtingen in, die men van vrouwen had.

 

Daphne Oram (1925-2003), ook een van die pioniers, vertelt in de documentaire: ‘Toen ik muziek studeerde, waren er eigenlijk geen rolmodellen voor vrouwelijke componisten. Over het algemeen krijgen wij steeds meer zichtbaarheid, maar het is twee stappen vooruit en één stap achteruit’.
Die uitspraak geldt vandaag de dag nog steeds. Er gaat veel goed, maar er gaat er ook nog altijd veel mis. In 2021 schreef The Guardian in een reactie op die uitspraak van Oram: ‘Dit is een voortdurend probleem in de sector. Hildur Guðnadóttir was de eerste vrouw die een Oscar won voor beste originele filmmuziek voor Joker, maar (…) het aantal vrouwelijke componisten [in de filmwereld] is belachelijk laag. Het is dit jaar gedaald van 6% naar 4%.’

Tijdens het Holland Festival zal Guðnadóttir, naast grote shows met eigen composities, zoals Where To From, en Chernobyl, zelf repeteren met conservatoriumstudenten voor Passing Remark, een nieuwe compositie van haar hand. Die rol van docent vindt ze inspirerend, niet om leerlingen te vertellen wat ze precies moeten doen, maar om ze aan te moedigen op hun eigen manier buiten de bestaande structuren te treden, en verder te kijken dan de geschreven en ongeschreven regels die bijvoorbeeld gelden op conservatoria. Ze zegt daarover: ‘Ze leren daar vaak dat er een ‘juiste’ of ‘verkeerde’ manier is om iets te doen. Maar ik geloof oprecht dat die er niet is. Je kunt een enkele noot op talloze manieren benaderen. Het draait allemaal om perspectief.’

 

Machtsstructuren opblazen
Dat vrouwen zo belangrijk zijn geweest in de elektronische muziek, komt onder meer doordat op dat gebied nog niets vastlag. ‘Technologie is een enorme bron van bevrijding die machtsstructuren opblaast,’ zei een van die vroege componisten, Laurie Spiegel, daarover. En: ‘Vrouwen voelden zich van nature aangetrokken tot elektronische muziek - je hoefde niet geaccepteerd te worden door de door mannen gedomineerde instanties: de radiostations, de platenmaatschappijen, de concertzalen, de subsidieverstrekkers. Je kon iets maken met elektronica en je muziek rechtstreeks aan je publiek presenteren, en dat geeft je een enorme vrijheid.’

In 1974 maakte componist Hans Werner Henze de liedcyclus Voices en verzamelde daarvoor politieke (protest)teksten van verzetsstrijders, toneelschrijvers en dichters als Bertolt Brecht. Henze lichtte toe over zijn keuze: ‘De stemmen uit de titel zijn die van jonge en oudere kunstenaars wier werk politiek geëngageerd is. Deze mensen houden zich bezig met hun medemensen, met de hedendaagse menselijke conditie in de wereld om hen heen en met alle problemen op het gebied van ras en klasse waarin zij zelf vaak onvermijdelijk verstrikt lijken te raken.’ Een bewonderenswaardig uitgangspunt, maar Henze had wel een blinde vlek; zijn gehele verzameling bestond namelijk uit werk van mannen. Het Holland Festival brengt dit waardevolle werk opnieuw tot leven, maar nu aangevuld met bijdragen van vrouwelijke componisten die ieder hun artistieke visie laten horen over de wereld van nu.

Een van de componisten die door het Holland Festival werd uitgenodigd om voor Voices nieuw werk te maken, kiest ervoor om niet haar eigen stem, maar juist die van een ander te laten klinken. Samen met performer Nora Fischer maakt de Nederlands-Israëlische componiste Karmit Fadael My memories are louder than your missiles, naar een gedicht van een jonge Gazaanse arts. Hun beredenering: ‘Wanneer twee vrouwen met een Israëlische en Joodse achtergrond gevraagd wordt een protestlied te brengen, lijkt er anno 2026 maar één antwoord mogelijk: een aanklacht tegen het onvoorstelbare geweld dat, ook in hun naam, voortwoedt.’

 

Huisvlijt of expressie
Vrouwelijk perspectief verandert steeds mee met de tijd en plaats waarin het bestaat. Wat als je moeder heel goed kon naaien en jij dat niet ambieert? Was zij dan geen feminist, en jij wel? Of was textielbewerking ooit een manier waarop vrouwen zich creatief konden ontwikkelen, ondanks dat daar voor hen weinig eer te behalen viel? In de voorstelling Honor reflecteert Suzanne Bocanegra op verrassend geestige én confronterende manier op de verschillende geschiedenissen van mannen en vrouwen, en op de dubieuze betekenis van het woord ‘eer’, dat zelden in het voordeel van de vrouw heeft gewerkt. Ze neemt de luisteraar mee langs hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis en menselijke dieptepunten zoals heksenverbrandingen. En ze toont haar moeder, die graag handwerkte. Op droge toon merkt ze feiten en verbanden op, zoals: ‘Historisch gezien weven mannen voor de winst; de mannen die het kunsthistorische Honor-wandtapijt weefden, waren betaalde vakmensen, in streng gereguleerde ambachtsgilden. Het was voor vrouwen verboden om lid te zijn van het gilde. Vrouwen weven thuis, voor eigen gebruik.

Eenzelfde soort haat-liefdeverhouding met de mogelijkheden en de beperkingen van huiselijkheid, wordt mooi zichtbaar in de operavoorstelling Qaqnas. In deze opera, gemaakt door componist Huba de Graaff met een volledig vrouwelijke cast en met de Nederlands-Koerdische singer-songwriter Naaz Mohammad in de hoofdrol, staat de Koerdische strijdkreet ‘vrouw, leven, vrijheid’ centraal. De vrouwen bevinden zich tegelijkertijd in een soort keuken en in een elektronische-muziekstudio, twee plekken die hen verschillende vormen van vrijheid hebben gebracht: veiligheid en creatieve expressie. Ze zingen in de voorheen verboden Koerdische taal, als daad van verzet. Hun keuze voor creativiteit en expressie tegen de gevestigde orde in, maakt van hen allemaal vuurvogels, feniksen, oftewel: Qaqnas.


Luisteren
Om te kunnen uitvliegen en verder te komen dan afgebakende, veilige plekken buiten de mannenbastions, moet er - door zowel mannen als vrouwen - naar vrouwen geluisterd worden. Een belangrijke pionier op het gebied van luisteren was (eerdergenoemde) Pauline Oliveros. De uitgesproken feministische componist maakte in de jaren 60 een duidelijk statement met haar werk Bye Bye Butterfly; een elektronisch gemanipuleerde versie van Puccini’s Madame Butterfly, waarover ze zelf zei dat het: ‘niet alleen afscheid neemt van de muziek van de 19e eeuw, maar ook van het systeem van beleefde zedelijkheid uit die tijd en de daarmee gepaard gaande geïnstitutionaliseerde onderdrukking van het vrouwelijke geslacht.’

Oliveros verlegde muzikale grenzen, zoals met accordeon-drones gecombineerd met elektronica, en ze inspireerde nieuwe generaties om hun manier van luisteren verder te verdiepen. Met haar verzameling op tekst gebaseerde composities, genaamd Sonic Meditations, legde ze samen met een vrouwenensemble de basis van wat ze haar Deep Listening-methode zou noemen. Een van die meditaties luidt: ‘Maak een wandeling in de nacht. Loop zo stil dat de zolen van je voeten oren worden.’ Haar bedoeling met de meditaties, verklaarde ze in 1971, was om een verruimd bewustzijn te bereiken en ook, gezien de situatie in de wereld tijdens de Vietnamoorlog en opstanden daartegen, ‘humanitaire doeleinden, met name genezing.’

Als associate artist van het Holland Festival stelt Guðnadóttir dat, zeker ook in 2026, diep luisteren de kern is die leidt tot empathie, wat transformatie mogelijk maakt. In de aanloop naar het festival vertelde ze daarover: ‘Het is jammer dat empathie vaak wordt weggezet als “zwak” of “woke.” Juist nu hebben we empathie harder nodig dan ooit.’ En: ‘Om echt te kunnen luisteren, moet je eerst in jezelf stil worden. Empathie cultiveren betekent dat je je eigen gedachten even tot rust brengt en ruimte maakt voor de ervaringen en perspectieven van anderen. Kunst, muziek en film zijn geweldige manieren om mensen te helpen luisteren naar andere verhalen, andere perspectieven en andere manieren om de wereld waar te nemen.’ Ook haar eigen composities zijn zulke oefeningen in diep luisteren en contemplatie. Ze gaan regelmatig over de schaduwzijden van de mens, die onvermijdelijk bij het leven horen en dus aandacht verdienen: ‘Wat me aantrekt in duistere personages die niet meteen sympathiek overkomen en complexer zijn, is mijn verlangen om de menselijke natuur te begrijpen.’


Empathie
Door aan de hand van kunst te oefenen echt aanwezig te zijn en diep te luisteren naar wat een ander te zeggen heeft - ook als dat niet altijd prettig of makkelijk is - wordt het mogelijk om verschillende perspectieven beter te begrijpen. In het Holland Festival kiezen verschillende makers ervoor om onrecht op specifieke plekken ter wereld aan te kaarten.

Tanya Tagaq stelt met haar multidisciplinaire werk Split Tooth: Saputjiji bijvoorbeeld het perspectief van Inuit vrouwen in Noord-Canada centraal. Ze baseert de voorstelling op haar eigen dagboekfragmenten en verhalen uit haar omgeving. Met persoonlijke én politiek geëngageerde teksten over de onrechten van het kolonialisme en nummers als Fuck War heeft ze een duidelijke en confronterende boodschap. Ze draagt haar werk op aan andere inheemse vrouwen, onder wie ook degenen die werden verkracht en vermoord. ‘Kunst is voor mij niet: “Oh, ik denk dat ik eens iets moois ga maken.” Het is: “Ik moet dit allemaal kwijt.” Daarom is wat ik maak niet per se… aangenaam.’


Wanneer het over feminisme gaat, zien we veel vrouwen, maar uiteraard kunnen ook mannen zich uitspreken. Regisseur Ali Chahrour toont in zijn voorstelling When I Saw the Sea drie vrouwen op het podium, die de uitbuiting van migrantenarbeiders in Libanon vanuit hun eigen ervaringen inzichtelijk en invoelbaar maken. Ze geven een stem en overtuigingskracht aan zovele vrouwen in dezelfde situatie, voor wie verandering van het systeem waaronder zij gebukt gaan noodzakelijk is. En ook in dit geval loopt feminisme over in activisme tegen onrecht op andere gebieden. Chahrour vertelt in de podcastreeks van Holland Festival in samenwerking met De Groene Amsterdammer hoe hij de huidige situatie in Libanon verwerkt in zijn werk, onder meer door in zijn voorstellingen voice-memo’s te laten horen die hij tijdens de oorlog krijgt van zijn familieleden en geliefden. Zijn wereld verandert momenteel in een ‘absolute nachtmerrie, die erg veel lijkt op wat er gebeurt in Gaza.’ Maar ondanks evacuatieoproepen voor verschillende gebieden in Beiroet, weigert hij te vertrekken. Hij zegt ‘Ik vertrek enkel om te reizen om mijn werk te tonen, ik wil met mijn team aanwezig zijn, nu meer dan ooit.’

Kunst en activisme

Toen kunstenaar en pianist Tomoko Mukaiyama samen met Rebecca Gomperts betrokken was bij een intensieve uitwisseling tussen kunstenaars, denkers en makers over lichamelijke autonomie, ontstond de gezamenlijk onderschreven stelling ‘Mijn lichaam is van mij.' Vanuit deze stelling initieerde Mukaiyama WE ARE THE HOUSE; een vervolg op de eerste georganiseerde salon over hetzelfde onderwerp, dit keer een gezamenlijke performance waarin verschillende kunstvormen elkaar ontmoeten. Stuk voor stuk reflecteren de makers op de manier waarop het vrouwenlichaam al te vaak politiek wordt gemaakt, wat grote invloed heeft op persoonlijke vrijheid en autonomie van de vrouw. Zo ervoer Mukaiyama zelf diepe schuld- en schaamtegevoelens toen zij in haar jeugd zelf een abortus onderging: ‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat als er iets misging [...], dit op de een of andere manier een straf was voor het feit dat ik een abortus had ondergaan.’
Haar ontmoeting met Gomperts deed haar inzien hoe onrechtvaardig en onnodig die gevoelens eigenlijk zijn. Het inspireerde haar om zich nu, samen met anderen, uit te spreken - zowel met woorden als met beeldende kunst en muziek.

Plezier als kracht
In Atomic Joy van Ana Pi laten acht jonge performers uit de streetdance-scenes van Parijs zich inspireren door de energie van dance battles. Pi, in Brazilië geboren en woonachtig in Frankrijk, verbindt in haar praktijk een pijnlijke geschiedenis aan een hoopvolle, gezamenlijke toekomst. De voorstelling put uit danspraktijken van de Trans-Atlantische Afrikaanse diaspora, waarin beweging van generatie op generatie wordt doorgegeven, vaak in tijden van strijd. Die geschiedenis is voelbaar, maar de voorstelling richt zich ook op de toekomst: elk gebaar verbindt herinnering met het verlangen naar een gezamenlijke horizon.  Ondersteund door muziek van CHASSOL ontstaat vanuit strijdkracht ruimte voor intens plezier, waaruit een onderlinge verbinding groeit die actief weerstand biedt aan negatieve krachten van buitenaf. In Amsterdam geeft zij bovendien een workshop: Joy is not a metaphor. In deze creatieve praktijk nodigt de choreograaf twintig jonge dansers uit om de kwaliteit van vreugde te onderzoeken als instrument voor nieuwe vormen van samenzijn en verbeelding. 

 

Zonder vaste grenzen

Theaterduo Boogaerdt/VanderSchoot is in al hun werk uitgesproken feministisch. Voor ​d​e happening HOLOBIONT werken ze samen​ met Jef Van gestel en een groep internationale performers, die op allerlei manieren voortdurend in transitie zijn. Het publiek wordt uitgenodigd om net zo vrij mee te bewegen, te verdwalen, los te laten. Van der Schoot: ‘We creëren een plek waar machtsstructuren tijdelijk zijn opgeheven, waar we de grenzen van onze identiteit voortdurend betwijfelen en bewegen, zonder ze te hoeven uitleggen of verdedigen. We zijn namelijk allemaal fluïde, niet alleen op het gebied van genderidentiteit, maar in ons hele wezen. Zoals een zelfbevruchtende kiwiplant in een moestuin polycultuur nodig heeft, met verschillende planten, in verschillende kleuren, vormen, uit verschillende families en met wisselende worteldieptes - zo hebben wij mensen ook zoveel mogelijk diversiteit nodig. Die vloeibaarheid is wat ons betreft de ultieme bestaansvorm; als we dat eenmaal bereiken, dan hebben we geen feminisme meer nodig.’​

 

Atomic Joy

Ana Pi

5-7 juni, Frascati