Steve Mackey

Profiel

toonaangevende componisten van zijn generatie. Zijn oeuvre reikt van opera en orkestmuziek tot kamerrepertoire en dansmuziek en is veelvuldig opgenomen. Zijn cd’s Dreamhouse (2010) en Lonely Motel: Music From Slide (2011) werden elk genomineerd voor vier Grammy Awards. Mackeys werk wordt wereldwijd gespeeld door vooraanstaande gezelschappen als het Los Angeles Philharmonic, het San Francisco Symphony Orchestra, het Chicago Symphony Orchestra en het Koninlijk Concertgebouworkest. Als gitarist voerde hij eigen werk uit met het Kronos Quartet, het Arditti Quartet en London Sinfonietta. Zijn monodrama Ravenshead werd inmiddels meer dan honderd keer opgevoerd. Tot Mackeys recente werken behoren onder meer One Red Rose, voor het Brentano String Quartet, Stumble to Grace (een pianoconcert for Orli Shaham), Tonic (voor het Chamber Orchestra of Philadelphia) en Mnemosyne’s Pool (een grootschalig werk voor het Los Angeles Philharmonic). Mackeys muziek is meerdere keren bekroond met onder meer een Grammy, een Guggenheim-beurs en een Stoeger Prize van de Lincoln Center Chamber Music Society. Hij was bovendien composer-in-residence bij toonaangevende festivals als het Tanglewood Festival of Contemporary Music, het Aspen Music Festival en het Holland Festival. George Crumb (1929), dit jaar focuscomponist in het Holland Festival, studeerde aan Mason College of Music in zijn geboorteplaats Charleston (West Virginia), waar hij in 1950 zijn bachelor behaalde. Hij zette zijn opleiding voort bij Eugene Weigel aan de Universiteit van Illinois en studeerde na zijn master verder bij Boris Blacher aan de toenmalige Hochschule für Musik und Darstellende Kunst in Berlijn. In 1959 behaalde hij de titel Doctor of Musical Arts bij Ross Lee Finney aan de Universiteit van Michigan in Ann Arbor. In de jaren zestig en zeventig verwierf Crumb bekendheid met composities die wereldwijd werden uitgevoerd door vooraanstaande solisten en ensembles. Het betrof veelal vocale stukken, gebaseerd op de poëzie van Federico García Lorca, zoals Ancient Voices of Children (1970), de vier boeken met Madrigals (1965-69) en Night of the Four Moons (1969). Belangrijke instrumentale composities zijn onder meer Black Angels (1970), voor elektrisch strijkkwartet, Vox Balaenae (1971), voor elektrische fluit, elektrische cello en versterkte piano, de pianocyclus Makrokosmos (1972–73) en zijn grootste partituur tot dan toe: Star-Child (1977), voor sopraan, solo trombone, kinderstemmen, mannenkoor, klokken en groot orkest. Zijn recente werk omvat onder meer Eine kleine Mitternachtmusik, voor piano solo (2001), de zevendelige zangcyclus American Songbook (2001–2010) en Spanish Songbook (2009), waarvoor hij andermaal teruggreep naar de poëzie van García Lorca. Crumbs muziek kenmerkt zich door de vermenging en contrasterende werking van uiteenlopende muzikale stijlen. Van westerse kunstmuziek, tot hymnen, volksmuziek en muziek uit niet-westerse culturen. Veel van zijn composities bevatten bovendien symbolische, mystieke en theatrale elementen, die tevens doorwerken in de onorthodoxe notatie van zijn partituren. Als docent was Crumb ruim dertig jaar verbonden aan de Universiteit van Pennsylvania. Zijn werk is bekroond met onder meer een Pulitzer Prize (1968) en een Grammy Award (2001). De Australische componiste Kate Moore (1979) werd geboren in Engeland, groeide op in Australië en woont en werkt al jaren in Nederland. Ze behaalde haar bachelordiploma aan The Australian National University, met een studie compositie aan The Canberra School of Music en elektroakoestische compositie aan The Australian Centre for Arts and Technology. Ze studeerde ook cello aan The Canberra School of Music. Voor haar master kwam Moore naar Den Haag, waar zij studeerde bij Louis Andriessen, Martijn Padding, Diderik Wagenaar en Gilius van Bergeijk. In 2012 behaalde zij tevens haar doctoraatstitel aan de Universiteit van Sydney. Moore componeert zowel akoestisch als elektronisch, schrijft kamermuziek en concertmuziek, en maakt klankinstallaties. Zij heeft een grote interesse in de geschiedenis van muziek en instrumenten en is gefascineerd door de architectonische, natuurkundige en psycho-akoestische eigenschappen van klank. Recent schreef zij voor Amsterdam Sinfonietta en Slagwerk Den Haag het ensemblewerk Fern (2016). Voor Asko|Schönberg componeerde Moore onder meer Synaesthesia Suite (2015), Cello Concerto (2014) en het ensemblestuk Days and Nature (2012). Haar werk wordt wereldwijd uitgevoerd en klonk in onder meer Carnegie Hall, Het Concertgebouw en het Sydney Opera House. Ook was zij te horen op festivals als Bang on a Can, de ISCM World Music Days, het SONiC Festival New York, de Gaudeamus Muziekweek en November Music. Opnames van haar muziek verschenen bij onder meer ECM (Dances and Canons). Met Ensemble Klang en celliste Ashley Bathgate bracht zij tevens verschillende cd’s uit in eigen beheer. Moore’s werk werd bekroond met verschillende prijzen. Zo kreeg zij in 2010 in Den Haag de Komeet Cultuurprijs uitgereikt en won zij de compositieprijs van het Carlsbad Music Festival (Californië). Brad Lubman is een vooraanstaand dirigent in de hedendaagse muziek. Hij is wereldwijd een veelgevraagd gastdirigent bij grote orkesten. Hij dirigeerde talrijke wereldpremières, waaronder die van Steve Reichs Three Tales, Daniel Variations, Radio Rewrite en Variations for Vibes, Pianos and Strings. Ook hield hij werk van Helmut Lachenmann, Michael Gordon, David Lang, Julia Wolfe, Philip Glass en John Zorn ten doop. Lubman dirigeerde prominente orkesten als het Koninklijk Concertgebouworkest, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Radio Filharmonisch Orkest en het Los Angeles Philharmonic. Bovendien werkt hij op frequente basis samen met de belangrijkste Europese en Amerikaanse ensembles voor nieuwe muziek, zoals Ensemble Modern, London Sinfonietta, Klangforum Wien, Ensemble Musikfabrik, Asko|Schönberg, Ensemble Resonanz en Steve Reich and Musicians. Lubman is medeoprichter, artistiek en muzikaal leider van het New Yorkse Ensemble Signal. Sinds hun debuutconcert in 2008 heeft het gezelschap meer dan 150 concerten gegeven en meegewerkt aan negen opnames. Lubman is tevens actief als componist. Zijn werk wordt regelmatig uitgevoerd in Europa en de Verenigde Staten, en is te horen op het album Insomniac (Tzadik). Daniel Reuss (1961) studeerde koordirectie aan het Conservatorium van Rotterdam bij Barend Schuurman. In 1990 werd hij artistiek leider van Cappella Amsterdam, dat zich onder zijn vleugels ontwikkeld heeft tot een prominent gezelschap in zowel de oude muziek als in het hedendaagse repertoire. Met het koor bracht Reuss een reeks zeer positief ontvangen cd’s uit, waaronder Lux Aeterna (bekroond met de Diapason d’Or 2009) en Janáĉek: Choral Works (bekroond met een Diapason d'Or en een Edison Klassiek 2013). De opname die Cappella Amsterdam in 2016 maakte van Arvo Pärts Kanon Pokajanen oogstte lovende recensies in zowel binnen- als buitenland. In 2015 werd Reuss benoemd tot chef-dirigent van Ensemble Vocal Lausanne. Daarnaast werkt hij geregeld samen met ensembles en orkesten uit heel Europa, zoals de Akademie für Alte Musik Berlin, MusikFabrik, het Scharoun Ensemble en de Radio Kamer Filharmonie. In 2016 werd Reuss benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw vanwege zijn verdiensten voor de Nederlandse koormuziek. Het Radio Filharmonisch Orkest (RFO) bezet een prominente plaats in het Nederlandse muziekleven. Het RFO werd in 1945 opgericht door Albert van Raalte en nadien geleid door onder anderen Bernard Haitink, Jean Fournet, Willem van Otterloo, Hans Vonk, Edo de Waart en Jaap van Zweden. In 2012 werd Markus Stenz aangesteld als chef-dirigent. Sinds augustus 2013 maakt het RFO deel uit van de Stichting Omroep Muziek, samen met het Groot Omroepkoor en de productieafdeling van de concert¬ series van Radio 4 (NTR en AVROTROS). Het merendeel van de concerten vindt plaats in de omroepseries NTR ZaterdagMatinee, het AVROTROS Vrijdagconcert en het Zondagochtend Concert. Het RFO werkte samen met befaamde gastdirigenten als Antal Doráti, Riccardo Muti, Mariss Jansons, Valery Gergiev en Vladimir Jurowski. De Amerikaan James Gaffigan is vaste gastdirigent sinds 2011 en tekende recentelijk bij tot het seizoen 2017-18. Het orkest speelt veel hedendaagse muziek, vaak betreft het premières - onder andere van Luciano Berio, Pierre Boulez, John Adams, Harrison Birtwistle en Richard Rijnvos - die in opdracht van de omroepseries NTR ZaterdagMatinee en AVROTROS Vrijdagconcert werden geschreven. Het RFO was te horen tijdens de BBC Proms 2011 in de Royal Albert Hall en tijdens de Holland Festival Proms. Met zestig vocalisten is het Groot Omroepkoor het grootste professionele koor van Nederland. Sinds de oprichting in 1945 brengt het koor een breed repertoire. Het zingt koorpartijen in opera’s, oratoria en cantates, maar geeft tevens a cappella-concerten. Het koor is nauw verbonden met de Nederlandse Publieke Omroep. Het merendeel van de concerten vindt plaats in de omroepseries NTR ZaterdagMatinee, het AVROTROS Vrijdagconcert en het Zondagochtend Concert. Het repertoire in deze series strekt zich uit van klassiek tot hedendaags, waaronder nieuwe opdrachtwerken van Nederlandse componisten zoals Peter-Jan Wagemans, Diderik Wagenaar, Daan Manneke en Giel Vleggaar, en premières van buitenlandse componisten, onder wie James MacMillan, Hans Werner Henze en John Adams. Op het programma staan daarnaast twintigste-eeuwse klassiekers van onder anderen Pierre Boulez, Karlheinz Stockhausen, Mauricio Kagel, György Ligeti en Olivier Messiaen. Het Groot Omroepkoor werkt voor de omroepseries vaak samen met het Radio Filharmonisch Orkest. Daarnaast wordt het gezelschap met enige regelmaat uitgenodigd door het Koninklijk Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Orchestre Philharmonique de Radio France en de Berliner Philharmoniker. De eerste officiële chef-dirigent van het Groot Omroepkoor was Kenneth Montgomery. Na hem waren respectievelijk Robin Gritton, Martin Wright, Simon Halsey, Celso Antunes en Gijs Leenaars chef-dirigent. Sinds 1 maart 2015 is Klaas Stok koorleider van het Groot Omroepkoor. Michael Gläser is vaste gastdirigent sinds september 2010. Ruben van Leer (1984) is een interdisciplinaire kunstenaar en filmmaker. Hij studeerde film op het San Francisco Art Institute, design aan het Sandberg Instituut en regie op de Nederlandse Filmacademie. Onlangs maakte hij Symmetry (2016), een dansopera gefilmd in CERN de deeltjesversneller, het grootste natuurkundige lab in Zwitserland. Symmetry maakte hij samen met choreograaf Lukas Timulak, sopraan Claron McFadden, componist Joep Franssens en natuurkundige Robbert Dijkgraaf en won recent 11 internationale prijzen, waaronder een Golden Prague voor ‘Best Performance Art’. Daarnaast regisseerde hij de filmcampagne You Don’t Know Opera (2016) in opdracht van De Nederlandse Opera, creëerde de live visuele installatie Shadow Theater (Jazz a la Villette 2014) met jazzcomponist Tigran Hamasyan en regisseerde de korte prijswinnende film Instrument (2013). Van Leer assisteerde componist Michel van der Aa in ’s werelds eerste 3D-film opera Sunken Garden (Holland Festival 2013) en deed the creatieve productie van de online liedcyclus The Book of Sand (2015). Hij animeerde schilderijen voor de installatie Writing on Water (2005) met filmmaker Peter Greenaway en componist David Langh. Ook regisseerde Van Leer videoclips en installaties voor The Black Eyed Peas (2010), Coldplay (2007), Yeasayer (2013) en andere pop-muziekformaties. Zijn werk is onder andere vertoond op televisie: Uur van de Wolf, SkyArts, ARTE, HBO en Nowness, in het Stedelijk Museum en het Museum Würth en op festivals het San Francisco Dance Film Festival, Barcelona Choreoscope, Logroño Festival Fiver, het Los Angeles RAW Science Film Festival, het India All Lights Festival en het Sydney World Film Festival, en geprezen in kritische internationale media VICE, The Huffington Post en De Volkskrant.