Peter Handke

Profiel

Peter Handke (6 december 1942, Griffen, Oostenrijk) is een avantgardistische Oostenrijkse toneelschrijver, romanauteur, dichter en essayist. Hij wordt door velen gezien als een van de eigenzinnigste schrijvers in het Duitse taalgebied in de tweede helft van de twintigste eeuw. Handke studeerde van 1961 tot 1965 rechten aan de universiteit van Graz en schreef zijn eerste stukken in het avantgardistische literaire tijdschrift manuskripte. Hij brak zijn studie af toen zijn eerste roman verscheen, Hornissen en leeft sindsdien van het schrijven. Bij het grotere publiek viel hij voor het eerst op met zijn anti-conventionele toneelstuk Publikumsbeschimpfung uit 1966, waarin vier acteurs een uur lang de aard van het theater analyseren en afwisselend het publiek beledigen en prijzen voor diens spel, met wisselende reacties als gevolg. Er volgden verschillende andere stukken waarin Handke een traditioneel plot, dialoog en karakters achterwege liet. Met zijn eerste avondvullende toneelstuk Kaspar (1968) trok hij opnieuw veel aandacht; hierin schetst hij de vondeling Kaspar Hauser als half stomme, onschuldige jongen, die wordt verpest door de pogingen van de maatschappij om hem haar taal en rationele waarden op te dringen. Een ander bekend stuk van Handke is Der Ritt über den Bodensee (1971). 

Handkes romans zijn grotendeels zeer objectieve, emotieloze vertellingen over karakters in extreme gemoedstoestanden. Zijn bekendste roman Die Angst des Tormanns beim Elfmeter (1970) is een fantasievolle thriller over een voormalige voetballer die een onzinnige moord begaat en wacht tot de politie hem komt arresteren. Die linkshändige Frau (1976) is een passieloze beschrijving van een jonge moeder die moet omgaan met de desoriëntatie die ze voelt nadat ze is gescheiden van haar man. Zijn herinneringen aan zijn moeder, die zelfmoord pleegde, verwerkte Handke in Wunschloses Unglück (1972). 

Handke schreef ook korte verhalen, essays, radiodrama’s en autobiografisch werk. In 1973 won hij de Georg Büchner Preis, in 1987 werd hem de Grote Oostenrijkse Staatsprijs toegekend. Het dominante thema in zijn schrijven is dat de alledaagse taal en werkelijkheid, met hun bijbehorende rationele regels, een beperkend en dodelijk effect hebben op de mens.