Paul Kerstens & Serge Kakudji

Profiel

een internationaal fenomeen, door grote indruk te maken tijdens het New Crowned Hope Festival in Wenen met The Dialogue Series: Dinozord III van choreograaf Faustin Linyekula. Met deze voorstelling reisde hij tot 2008 de wereld over. In 2006 keerde hij terug naar Congo, en componeerde en speelde hier de Likembe Opera – ’s werelds eerste opera in het Swahili. Pas in 2007 startte hij zijn formele zangtraining bij het Institut Musicale et Pédagogique in Namen en het Conservatoire à Rayonnement Régional de St. Maur-des-Fossés in Parijs. Zijn samenwerking met Alain Platel begon in 2008, toen hij gevraagd werd voor een hoofdrol in pitié!, gebaseerd op Bachs monumentale Matthäus-Passion. Met deze voorstelling ging hij op tournee langs 45 wereldsteden. In het seizoen 2011-12 debuteerde hij onder andere als Tolomeo in Handels Giulio Cesarein Egitto onder regie van Jean-Claude Malgoire in het Paleis van Versailles. Hij was te zien in La Folie d’Héracles in de Parijse Comédie-Française en de Comédie de Valence, en zong in de wereldpremière van Credo van Henri Seroka – een rol die speciaal voor hem werd geschreven – in het Classic Open Air Festival in Berlijn. Recentelijk werd hij prachtig geportretteerd in de documentaire Rêve Kakudji (2013) van Ibbe Daniëls en Koen Vidal.   Alain Platel (1956, Gent) werd opgeleid als orthopedagoog en is zelfgeschoold als regisseur. In 1984 richt hij met een aantal vrienden en familieleden een theatercollectief op, en profileert zich vanaf de voorstelling Emma (1988) meer als regisseur. Bonjour Madame (1993), La Tristeza Complice (1995) en Iets op Bach (1998) leveren hem en zijn gezelschap – inmiddels gedoopt tot les ballets C de la B – internationale roem op. Zijn samenwerking met componist Fabrizio Cassol (1964) stamt uit 2005, toen hij met het korenproject Uit de Bol/Coup de Choeurs de opening mocht verzorgen van het nieuwe gebouw van de KVS (Koninklijke Vlaamse Schouwburg), waarbij verschillende Brusselse koren van diverse culturele achtergronden werden verenigd. Platels vroegere werk is vooral uitbundig in thematiek en diversiteit van de performers, maar de voorstelling vsprs (2006), geïnspireerd op de Vespro della Beata Vergine van Claudio Monteverdi, vormt een keerpunt. Deze voorstelling – die ook te zien was op het Holland Festival – kruipt onder het vel en legt een wereld bloot van drift en verlangen. Na het barokke pitié! (2008) is Out Of Context – for Pina (2010) een minimalistische reflectie op het bewegingsarsenaal van spasmen en tics. Platel blijft consequent in dit bewegingsidioom zoeken naar de vertaling van té grote gevoelens. De hunker naar iets wat het individuele overstijgt wordt steeds meer voelbaar. In 2012 maakte hij op het Holland Festival een verpletterende indruk met de dansvoorstelling C(H)ŒURS. Een levend tableau over de gevaarlijke schoonheid van de massa, met een hondervijftigkoppig koor en orkest van het Madrileense Teatro Real en tien dansers van zijn eigen gezelschap. Met Coup Fatal staat Platel voor de zesde keer op het Holland Festival.  De Belgische saxofonist en componist Fabrizio Cassol (Ougrée, 1964) studeerde van 1982 tot 1985 aan het Conservatoire Royal de Liège. Hij werd hier bekroond met de eerste prijs voor saxofoon en behaalde ook zijn hoger diploma kamermuziek. In 1984 ging hij op tournee met zijn eerste jazzformatie, Trio Bravo (bijgestaan door tubaspeler / trombonist Michel Massot en percussionist Michel Debrulle). Vijf jaar later is hij een van de oprichters van Kaai, een legendarische Brusselse jazzclub en podium voor geïmproviseerde muziek. In 1991 maakt Cassol samen met drummer Stéphane Galland en bassist Michel Hatzigeorgiou een memorabele reis naar de diepe regenwouden van Centraal-Afrika en ontmoet daar de Akapygmeeën. Bij terugkomst starten de drie muzikanten hun trio Aka Moon. In 1992 componeert Cassol voor het eerst muziek voor danstheater, in het kader van een project door Catherine Lazar en Brigitte Kaquet. Later werkt hij samen met choreografe Anne Teresa De Keersmaeker en haar dansgezelschap Rosas aan de voorstellingen I Said I (1999) en In real time (2000). In 1998 wint hij de Belgische Django d’Or Award voor beste Franstalige artiest, en van 2000 tot 2007 is Cassol artist in residence bij het Brusselse operahuis De Munt. Zijn samenwerking met regisseur Alain Platel ontstaat in 2005, wanneer hij de muzikale leiding krijgt over het korenproject Uit de Bol/Coup de Choeurs, de officiële openingsvoorstelling van het nieuwe gebouw van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel. Met vsprs (2006) van les ballets C de la B, geïnspireerd op de Vespro della Beata Vergine van Claudio Monteverdi, was zijn werk voor het eerst te horen op het Holland Festival.  Met de surrealistische mix van hedendaagse dans, teksttheater, muziek en absurdisme is les ballets C de la B wereldberoemd geworden. Het gezelschap (voluit les ballets Contemporains de la Belgique) werd in 1984 opgericht door Alain Platel en bestond in eerste instantie uit vrienden en familieleden. Samen met Jan Fabre, Wim Vandekeybus, Anne Teresa De Keersmaeker en Jan Lauwers wordt les ballets C de la B geschaard tot de Vlaamse Golf: een stel hemelbestormende theatermakers die in de jaren 1980 de Vlaamse podiumkunst een nieuwe impuls gaven. In de loop der jaren ontwikkelde het gezelschap zich tot een breder artistiek platform. Naast Platel kwamen Christine De Smedt, Koen Augustijnen en Lisi Estaras als choreografen les ballets C de la B versterken. Eerder maakte ook Hans van den Broeck deel uit van les ballets C de la B, tot hij in 2002 zijn eigen groep cie Soit stichtte. Choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui was tot 2006 deel van het gezelschap en leidt tegenwoordig zijn eigen groep, Eastman. Nog steeds is les ballets C de la B erop gericht om talentvolle jonge artiesten vanuit verschillende disciplines en achtergronden deel te laten nemen aan het creatieve proces. Door de mix van artistieke visies die elkaar voortdurend bestuiven, blijft les ballets C de la B ongrijpbaar en onbenoembaar. Er is wel sprake van een huisstijl die in de loop der jaren is ontwikkeld, met populaire, anarchistische, eclectische en geëngageerde tendensen. Onder het motto: ‘deze dans is van de wereld en de wereld is van iedereen’.