Ga naar de hoofdcontent

Naermynd, muzikale toelichting

Door René van Peer, 2026.

Oog in oog met Hildur Guðnadóttir. De gevierde IJslandse filmcomponiste, celliste en zangeres, associate artist van het Holland Festival, heeft een concert samengesteld met eigen werk en muziek van componisten die een inspiratie voor haar zijn.

Ze zegt daarover: ‘Omdat het twintig jaar geleden is dat mijn eerste soloalbum Mount A uitkwam, zal het concert composities uit twee decennia omvatten. Tijdens de opnamen probeerde ik in mijn eentje te klinken als een orkest, en droomde ik ervan dat meerdere musici samen met mij speelden. Nu, twintig jaar later, heb ik besloten om die droom uit te laten komen. Zo geef ik mijn jongere versie een verjaardagscadeau waarin ze haar muziek kan horen zoals ze het door een orkest gespeeld wordt.’ 

 

Twee stukken, Blind Sarabande en The Song That Never Was, heeft ze mede in opdracht van het Holland Festival geschreven. Alle muziek heeft ze gearrangeerd voor de strijkers, synthesizerspeler en slagwerker van het Iceland Symphony Orchestra, dat de werken uitvoert. Zelf speelt ze in een aantal stukken cello solo. Zo biedt ze het publiek een kijkje in haar ziel. Niet voor niets heeft het concert de titel Naermynd gekregen, IJslands voor close-up. Het is een van de vier concerten met van haar muziek in het Holland Festival. 

 

Hildur Guðnadóttir werd in 1982 geboren in Reykjavik als dochter van een klarinettist en componist, en een operazangeres. Ze begon cello te spelen toen ze vijf jaar oud was, en studeerde later compositie en nieuwe media aan de IJslandse Kunstacademie en de Universität der Künste in Berlijn, waar ze al twintig jaar tegenwoordig woont. Naast optredens als klassiek cellist speelt ze in bands, waarin ze gebruik maakt van elektronica. Een van de instrumenten die ze bespeelt is de halldorophone, genoemd naar ontwerper en bouwer Halldór Úlfarsson, een elektrisch versterkte cello met pick-ups onder elke snaar.  

 

Guðnadóttir heeft haar sporen ruimschoots verdiend met muziek voor films als Joker en Tár. Haar muziek bij Joker leverde haar in 2020 een Oscar op en een BAFTA. (De halldorophone verwierf ook wereldwijd bredere bekendheid dankzij Guðnadóttir, die het instrument prominent gebruikte in de film Joker.) Ook ontving ze voor die soundtrack een Golden Globe en twee Grammy’s, waarvan een voor het dreigende en dramatische Bathroom Dance, dat vanavond op 15 juni ook op het programma staat. Met het aantal prijzen dat ze in dat jaar kreeg, vestigde ze een record voor een vrouwelijke filmcomponist. De muziek die ze in 2022 voor Tár componeerde viel eveneens in de prijzen. 

 

Haar muziek wordt omschreven als duister en bezeten, maar teruggebracht tot het hoogstnoodzakelijke. Er is geen noot te veel aan. De duistere, bezeten sferen passen naadloos bij Joker en Tár, en bij de bovennatuurlijke whodunnit A Haunting in Venice uit 2023. Het zijn films waarin verwrongen, gekwetste personages rondlopen die tot groot kwaad in staat zijn. De Joker is door trauma’s in zijn jeugd terechtgekomen in de wereld van de misdaad. Lydia Tár is een manipulatieve dirigente, die ten onder gaat na beschuldigingen van wangedrag. Verder schreef Guðnadóttir de muziek bij de miniserie Chernobyl, over de ramp die zich in 1986 voltrok in de kerncentrale, muziek die komend weekend in Gashouder te horen is.  

 

Los van die onheilspellende wolken die door de muziek trekken, heeft Guðnadóttir een scherp oor. Het is geen wonder dat ze Jessika Kenney en Eyvind Kang noemt als haar favoriete musici. De twee, die vaak in elkaars projecten te horen zijn, zijn gespitst op minieme nuances in klank en toon. Hun muziek is ontdaan van alle opsmuk en overdaad, maar juist in de transparantie die zo ontstaat komen de kleinste verschillen in kleuring en intonatie optimaal tot hun recht. Het is muziek voor gevoelige, geduldige oren. 

 

Volgens Guðnadóttir speelt klankkleur ook in haar eigen muziek een voorname rol. In een interview vertelde ze daarnaast dat tijd voor haar een belangrijk element van muziek is. ‘Ik houd het meest van muziek die de tijd doet vertragen. Ik heb tijd nodig om de kleinste facetten van een klank tot me te nemen. Ik heb tijd en ruimte nodig om de muziek te laten ademen. Bij het componeren zijn deze elementen vrijwel altijd aanwezig.’ 

 

De muziek van Guðnadóttir die in Naermynd te horen is, omspant 17 jaar. Overcast komt van haar soloalbum Without Sinking uit 2009, waarop ze diep-melancholieke muziek heeft opgenomen. In Overcast creëert ze laag over laag met elektronica, in een uiterst trage melodie bijgestaan door een organist en een bassist. Ook is haar vader Guðni Franzson op klarinet te horen. Het arrangement in Naermynd heeft ze geschreven voor strijkers en slagwerk. Zelf speelt ze cello. Het meest recent zijn Blind Sarabande, waar het concert mee opent, en The Song That Never Was. Ook in Blind Sarabande, wat een verwijzing lijkt naar de muziek van Johann Sebastian Bach, neemt ze de solopartij voor cello voor haar rekening. 

 

Voor de filmmuziek heeft ze geput uit TárA Haunting in Venice en Joker. Het Allegro uit Tár is muziek die de tumultueuze gemoedsgesteldheid van de dirigente lijkt uit te beelden. Gejaagd, op het chaotische af, om kortstondig tot rust te komen, waarna opnieuw een verwoestende storm door de muziek raast. De muziek zou even goed een tropische wervelstorm uit kunnen beelden, met een relatieve en verraderlijke stilte wanneer het oog van de storm voorbijkomt. 

 

Confession uit A Haunting in Venice drukt tegenovergestelde emoties uit. Spijt, bedachtzaamheid, introspectie. Een droefgeestige melodie beweegt langzaam over wrange akkoorden van strijkers, die zich pas naar het einde toe verdiepen naar de lagere registers, maar uiteindelijk de solist alleen laten. Uit dezelfde film komt Pipesoorspronkelijk geschreven voor een ensemble van houtblazers. Klarinetten, een basklarinet, een fluit wisselen snelle, bijna stotterende akkoorden af met vloeiende lijnen. Het is voorbij voor je er erg in hebt. Ook dit heeft Guðnadóttir gearrangeerd voor strijkers. 

 

Uit Joker komen Meeting Bruce Wayne en Bathroom Dance. De muziek is overgoten met de onverholen dreiging van gothic horror, waarin het naargeestige stadslandschap doorklinkt van Gotham City, de stad waar de Joker en de jonge Bruce Wayne wonen. De klanken die verwijzen naar een ontmoeting tussen de hoofdpersoon en Wayne doen soms denken aan een immens orgel. In Bathroom Dance neemt Arthur Fleck de persona aan van Joker, de ontregelende crimineel die zijn geestesziekte aanwendt om chaos te veroorzaken. Geschminkt als clown vlucht Fleck een openbaar toilet in. Tot rust gekomen begint hij aan een langzame dans en wordt ‘zichzelf’. De muziek is zwaar, aards, met een hoofdrol voor de cello. Het is of je afdaalt in de zwarte diepten van zijn geest. Dit is het nummer waarvoor Guðnadóttir een Grammy kreeg. 

 

In het programma zit ook filmmuziek van andere componisten: het thema uit The Revenant (2015) van Ryuichi Sakamoto (associate artist van Holland Festival in 2021) en Love van Mica Levi uit Under the Skin. Guðnadóttir vertolkte de cellopartij in de muziek die Sakamoto kort voor zijn overlijden voor The Revenant schreef. In de film reist een pelsjager, gespeeld door Leonardo DiCaprio, door de Amerikaanse wildernis nadat hij zwaargewond is geraakt door een aanval van een grizzlybeer en een van zijn metgezellen zijn zoon gedood heeft. De onheilspellende muziek verklankt deze tocht vol ontberingen en geweld, en sluit qua sfeer aan bij de filmmuziek van Guðnadóttir. 

 

De muziek die Micachu, artiestennaam van Mica Levi, bij Under the Skin uit 2014 maakte, werd opgenomen door een akoestisch ensemble dat voornamelijk uit strijkers bestond, maar klinkt synthetisch door de gebruikte opnametechnieken. Daarmee weerspiegelt Levi de hoofdpersoon van de film, gespeeld door Scarlett Johansson, een alien van wie het werkelijke lichaam verhuld wordt door een dunne huid. De muziek in Love klinkt verlokkelijk, precies zoals de alien zich voordoet aan de mannen die haar prooi zijn, maar straalt ook kilte uit van het wezen dat onder die huid schuilgaat. Micachu ontving het ongekende aantal van tien prijzen voor de soundtrack van Under the Skin. De muziek leent zich bij uitstek voor een arrangement voor strijkorkest. 

 

Verder heeft Guðnadóttir werken op het programma gezet van drie componisten die speciale betekenis voor haar hebben, Silver Streetcas for the Orchestra van Alvin Lucier, Feroce uit Nymphéa Reflection van Kaija Saariaho en Frates van Arvo Pärt. Nymphéa Reflection (2001) is een bewerking die Saariaho maakte van Nymphéa, Frans voor waterlelie, een strijkkwartet dat geïnspireerd was op de schilderijen die impressionist Claude Monet van waterlelies maakte. Ze stelde zich voor hoe het groeiproces van de bloemen zich voltrok, van het begin als ontkiemend zaad in de modderbodem van stilstaand water tot het openvouwen van de bloem aan het oppervlak. De componiste voegde in Nymphéa aan het kwartet een extra laag toe van elektronische bewerking. Die verving ze in Nymphéa Reflection door strijkers. In Feroce (‘krachtig’ in het Italiaans), het tweede deel van het stuk, vangt ze de kiemkracht van de plant, die zich vanuit de modder een weg baant naar het licht. Een hoge noot van een enkele viool breidt zich uit naar de overige instrumenten. Het geluid verbreedt zich, barst uit, waarna alles in nerveuze beweging komt, totdat de muziek uitmondt in een dans die Le sacre du printemps in herinnering roept, met zijn rauwe energie en ritmische intensiteit.. 

 

Fratres (1977) was een van de eerste werken waarmee de Arvo Pärt een driejarige periode van stilte doorbrak. Hij had toen een muzikale taal ontdekt waarin hij zich wilde gaan uitdrukken, een van bedrieglijke eenvoud. Onder ogenschijnlijke ongekunsteldheid en welluidende akkoorden gaan strenge regels schuil. Pärt liet de instrumentatie open, maar het stuk werd bekend in twee versies, een voor viool en piano, en een voor twaalf cellisten. In 1984 uitgebracht door het Duitse label ECM betekende dat de internationale doorbraak van de componist uit Estland. In de versie van de cello’s klinkt een tweestemmige melodie uit boven langgerekte bourdontonen. Op gezette tijden klinkt een rustig kloppen op de klankkast van een van de cellisten. 

 

Meest opvallend in Naermynd is Alvin Luciers Silver Streetcar for the Orchestra (1988). Lucier hield zich bezig met de wisselwerking tussen geluid en de akoestiek van een ruimte. ‘We zijn vergeten hoe geluid zich in een ruimte voortplant en die ruimte vult’, zei hij ooit. Vaak deed hij dat door akoestische instrumenten te combineren met een sinusgolf die uiterst traag omhoog en omlaag beweegt. Ook werkte hij met feedback door een microfoon in een theepotje te plaatsen, waarvan hij het deksel langzaam opende en weer sloot. Silver Streetcar for the Orchestra is geschreven voor triangel, in zekere zin een imitatie van het geluid waarmee de bestuurder van een tram laat horen dat hij eraan komt. 

 

De instructies voor dit werk beslaan twee pagina’s tekst, waarin Lucier beschrijft hoe een slagwerker de akoestische eigenschappen van een triangel tijdens een uitvoering onderzoekt. Er zijn vijf variabelen: tempo, dynamiek, demping, de plek waar de triangel gedempt wordt, en waar die geraakt wordt. Die elementen veranderen een voor een. Een stereomicrofoon versterkt het geluid. Door dit werk in het concert op te nemen wil Guðnadóttir het publiek deelgenoot maken van haar gevoeligheid voor nuance in klank.  

 

Zo raakt het programma aan een kernthema van het Holland Festival van 2026: luisteren als een actieve, empathische handeling.