Morton Feldman

Profiel

Morton Feldman (1926-1987) was een vooraanstaande Amerikaanse componist, die tot de belangrijkste componisten van de twintigste eeuw wordt gerekend. Feldman studeerde compositie bij de Schönberg-adept Wallingford Riegger en bij Webern-leerling Stefan Wolpe; maar de beslissende ontmoeting in zijn muzikale leven was die met John Cage, die hem aanmoedigde om oude compositiesystemen, zoals de traditionele harmonieleer of seriële techniek, los te laten. Feldman wordt vaak geassocieerd met de experimentele New York School, samen met Cage, Christian Wolff en Earle Brown. Feldman experimenteerde in de jaren 50 onder meer met grafische notatie en met vrijheden voor de uitvoerenden; vanaf de jaren 70 gebruikte hij conventionele notatie. Via Cage kwam Feldman in aanraking met andere prominente figuren uit de kunstwereld van New York, zoals de beeldend kunstenaars Jackson Pollock, Philip Guston en Robert Rauschenberg, de componisten Henry Cowell, Virgil Thomson en George Antheil en schrijver Frank O’Hara. Met name aan de abstract-expressionistische schilderkunst ontleende hij veel inspiratie. Hij betuigde zijn schatplichtigheid met titels als Rothko Chapel (1971) en For Frank O'Hara (1973). In 1977 schreef hij de opera Neither op een tekst van Samuel Beckett. Tot 1973 deed Feldman het componeren naast een voltijdsbaan in het familiebedrijf in de textielindustrie; in dat jaar ging hij compositie doceren aan de State University of New York in Buffalo, een leerstoel die hij tot zijn dood bekleedde. Met name zijn latere kamermuziek, vanaf 1977, is zacht, traag en intiem van karakter. Deze laatste werken zijn vaak extreem lang, zoals For Philip Guston (1984) van vier uur en het Tweede strijkkwartet (1983) van zes uur. Kort na zijn huwelijk met de Canadese componist Barbara Monk overleed Feldman aan alvleesklierkanker.