Martijn Padding

Profiel

Utrecht. Zijn oeuvre varieert van korte solostukken tot grootschalige symfonische werken en muziektheater. In zijn recente werk staan zijn kenmerkende hoekigheid en kernachtige harmonisch gestructureerde taal minder op de voorgrond. Hoewel Paddings stukken vaak een muzikaal technisch uitgangspunt hebben, is in toenemende mate een theatraal element in zijn werk aanwezig. In zijn esthetiek bestaat geen hiërarchie tussen bijvoorbeeld modernistische elementen, invloeden uit de popcultuur of historische klassieke uitgangspunten. Paddings composities worden met grote regelmaat in binnen- en buitenland uitgevoerd door belangrijke ensembles, solisten en orkesten. Zijn composities komen tot stand in nauwe samenwerking met een vaste groep van musici en ensembles zoals Gerard Bouwhuis, het Asko|Schönberg, MAE ensemble, NAP, LOOS en de Veenfabriek. In 2009 won Padding de Unesco prijs (International Rostrum of Composers) voor First Harmonium Concerto. Voor een uitvoering van de volledige reeks van Beethoven's negen symfonieën in het Holland Festival 2010 met Jos van Immerseel en Anima Eterna schreef Padding een nieuwe ouverture, Glimpse, met dezelfde bezetting als Beethovens Die Geschöpfe des Prometheus. In 2011 won Padding voor zijn cd Three Concerti de Edison Klassiek in de nieuwe categorie De Ontdekking. In maart 2012 ging Paddings compositie In Memoriam Hector Berlioz in première bij Het Gelders Orkest, waar hij een seizoen lang 'composer in residence' was. In het najaar beleven zijn kamermuziekstuk Things that fall apart, Gesprek (een duo-compositie met Louis Andriessen) en HOP hun premières. Vanaf 2012 werkt Padding aan zijn nieuwe opera Laika, die in juni 2014 in het Holland Festival in première gaat. Naast zijn werkzaamheden als componist is Padding hoofd van de compositieafdeling van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. P.F. Thomése (1958) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en werkte een tijdlang als redacteur en verslaggever bij het Eindhovens Dagblad. Tegenwoordig woont hij in Haarlem. Hij debuteerde in 1990 met Zuidland, de bundel waarmee hij prompt de AKO Literatuurprijs won. Sindsdien schreef hij alom geprezen romans, verhalen, essays en novellen. Zijn grote internationale doorbraak kwam met Schaduwkind (2003), dat in 20 landen werd uitgebracht. Schaduwkind stond wekenlang in de top-tien en werd genomineerd voor de NS Publieksprijs en stond op de longlist van de Libris Prijs. Hij baarde in 2007 opzien met zijn roman Vladiwostok! die genomineerd werd voor de AKO Literatuurprijs en de Gouden Uil. Zijn boek Nergensman. Autobiografieën was genomineerd voor De Gouden Uil Literatuurprijs 2009. In 2010 verscheen De weldoener dat overladen werd met lovende besprekingen, en in de zomer van 2011 Grillroom Jeruzalem. AernoutMik studeerde aan de Academie Minerva en aan de alternatieve kunstopleiding de Ateliers. Eerste solotentoonstelling: in het Van Abbemuseum onder de titel Primal gestures, minor roles (2000) Hij ontving de Sandbergprijs voor zijn video's Lick en Fluff en de Dr. A.H. Heinekenprijs voor kunst. Aernout Mik werd uitgekozen om in 2007 voor Nederland deel te nemen aan de Biënnale van Venetië. Het werk Organic Escalator is opgenomen in de kunstverzameling Fondation Pinault en was te zien te Lille op de tentoonstelling Passage du temps. Andere werken van Mik zijn o.a. Middlemen, Park, Osmosis and Excess, Raw Footage, Schoolyard en Shifting Sitting. Enkele tentoonstellingen van zijn hand zijn een overzichtstentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York (2009), Communitas in Galerie nationale du Jeu de Paume Parijs (2011), The Art of Deceleration in Kunstmuseum Wolfsburg (2011- 2012) en overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam (2013). | De Nationale Opera staat bekend om haar diverse programmering van zowel klassieke als moderne opera’s en het constant hoge niveau van haar voorstellingen. Met vernieuwende producties, speciaal voor De Nationale Opera gecomponeerde werken en een frisse blik op bekend repertoire wordt deze prachtige kunstvorm levendig gehouden en een plek in de toekomst gegeven. Met Pierre Audi eerst als artistiek directeur en nu, na de fusie als directeur van De Nationale Opera, heeft De Nationale Opera een enorme bekendheid verworven in de internationale operawereld en wordt er met grote belangstelling gekeken naar alle nieuwe producties. In 2013 won DNO de internationale Opera Award voor de beste productie van het jaar. Het gezelschap werd vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht en maakte een ontwikkeling door van repertoiregezelschap naar stagionegezelschap. Dat betekent dat De Nationale Opera geen vast ensemble heeft en dat er gemiddeld één opera per maand te zien is. Hiervoor worden gastsolisten en afzonderlijke artistieke teams aangetrokken. De Nationale Opera heeft wel een eigen koor, het Koor van De Nationale Opera, bestaand uit 56 leden. Het Koor wordt gerekend tot de beste van Europa en werd in 2013 genomineerd voor de beste koorprestatie van het jaar. Voor het merendeel van de producties werkt DNO samen met het Nederlands Philharmonisch Orkest|Nederlands Kamerorkest. Chef-dirigent is Marc Albrecht. De meeste producties van DNO zijn te zien in Nationale Opera & Ballet maar er zijn ook voorstellingen in de Stadsschouwburg Amsterdam, Koninklijk Theater Carré, de Westergasfabriek of het Muziekgebouw aan ’t IJ. Steeds meer worden de met veel internationale interesse bekeken opera’s van DNO uitgenodigd naar belangrijke buitenlandse operahuizen en festivals. Geregeld komen coproducties tot stand met gerenommeerde gezelschappen als de Metropolitan Opera in New York, de Opéra in Parijs of het Teatro alla Scala in Milaan.