Louis Andriessen

Profiel

In de loop van de jaren zestig ontwikkelde hij opvattingen over stijl en muzikaal materiaal die dichter bij die van Stravinsky en de Group des Six lagen. Vanaf de jaren zeventig kreeg ook de Amerikaanse minimal music een hoorbare invloed op zijn werk.  In 1969 maakte Andriessen samen met De Leeuw, Mengelberg, Schat, Van Vlijmen, Hugo Claus en Harry Mulisch de geruchtmakende opera Reconstructie, waarin zij felle kritiek uitten op het kapitalisme en de oorlog in Vietnam. Een jaar later was hij tevens betrokken bij de Notenkrakersactie, een protest tegen het behoudende beleid van het Koninklijk Concertgebouworkest. Sindsdien is Andriessens houding ten opzichte van de gevestigde muziekpraktijk steeds kritischer geworden en de politiek is in zijn werk nooit ver weg. In de jaren zeventig richtte hij ensembles als Hoketus en De Volharding op, die met een politiek getinte programmering een nieuw publiek probeerden te bereiken en zo aan de wieg stonden van de Nederlandse ensemblecultuur. Met werken als De Staat (1976), Mausoleum (1979) en De Materie (1989) boekte hij internationale successen en maakte hij naam als grondlegger van de Haagse School. In 2013 speelde het Koninklijk Concertgebouworkest de wereldpremière van zijn Mysteriën.  In 1994 werkte Andriessen voor het eerst samen met filmmaker Peter Greenaway in de muziektheaterproductie Rosa, a Horse Drama. Eind jaren negentig werken zij opnieuw samen aan de opera Writing to Vermeer. Sinds 1969 is de muziek van Andriessen geregeld te horen geweest op het Holland Festival. Tijdens de editie van 2008 ging zijn filmopera La Commedia in première.  De Amerikaanse tweelingbroers Stephen en Timothy Quay (1946), beter bekend als de Quay Brothers, studeerden illustratie en film aan het Philadelphia College of Art. Het oeuvre van de gebroeders Quay bestaat uit animatiefilms, grafische designs en bühneontwerpen. Hun werk verraadt de invloed van verschillende Midden- en Oost-Europese schrijvers en kunstenaars uit het begin van de twintigste eeuw. Zo baseerden zij hun bekendste film, Street of Crocodiles, op de gelijknamige novelle van de Poolse schrijver Bruno Schulz. Ook Franz Kafka en Robert Wals waren belangrijke inspiratiebronnen, evenals het werk van de Poolse animatiekunstenaar Walerian Borowczyk en de Russische poppenspeler en filmmaker Wladyslaw Starewicz. Karakteristiek voor het werk van de gebroeders Quay is de raadselachtige sfeer, het ontbreken van gesproken tekst en het gebruik van gedemonteerde poppen, marionetten, allerhande gebruikte voorwerpen en (an)organische materialen. Naast animatiefilms ontwierpen de Quay Brothers decors voor opera en (muziek)theater. Zo maakten zij voor regisseur Richard Jones het toneelbeeld bij Prokofjevs De liefde voor de driesinaasappels en Tsjaikovsky's Mazeppa. Ook maakte het duo voor de BBC de film In absentia bij Zwei Paare van Karlheinz Stockhausen. In 2012 organiseerde het MoMA te New York een retrospectief, getiteld Quay Brothers: On Deciphering the Pharmacist's Prescription for Lip-Reading Puppets. In 2013 en 2014 wijdde EYE Film Instituut Nederland eveneens een tentoonstelling aan het werk van de gebroeders Quay.  Asko|Schönberg, toonaangevend ensemble voor nieuwe muziek, voert in verschillende bezettingen muziek van de 20e en 21e eeuw uit. Deze muziek is niet alleen van grote, gevestigde namen als Andriessen, Goebaidoelina, Kagel, Kurtág, Ligeti, Rihm en Stockhausen, maar ook van jongere componisten als Van der Aa en Roukens, en van de jongste generatie, van wier muziek de inkt nog nat is. Ook de grondleggers van de 20e-eeuwse muziek komen ruimschoots aan bod: van Weill tot Schönberg en van Stravinsky tot Messiaen. Speciale aandacht is er voor langjarige relaties en samenwerking met grote, betekenisvolle componisten, voor onbekend en gloednieuw werk van hoge kwaliteit. Het ensemble heeft een groot aantal samenwerkingsverbanden met (muziek)theatergezelschappen en operahuizen om juist de veelzijdigheid van het hedendaagse muziekpalet over het voetlicht te kunnen brengen. Concerten vinden plaats in de Donderdagavondserie in Muziekgebouw aan 't IJ, in gastoptredens in de NTR ZaterdagMatinee, het Holland Festival, De Nationale Opera en in coproducties met onder andere het Nederlands Kamerkoor, de Veenfabriek, Silbersee en het Vlaamse productiehuis LOD. Het ensemble treedt op in een keur aan concertzalen in binnen- en buitenland en speelt regelmatig op festivals in o.a. Keulen, Krakau en Parijs. De afgelopen seizoenen waren er optredens in Melbourne, Londen, Parijs, Los Angeles, New York en Jakarta. Ook het jongere publiek wordt niet vergeten. Er zijn educatieve projecten voor leerlingen van het basisonderwijs, compositieprojecten voor middelbare scholieren en samenwerking met de compositieafdelingen van conservatoria. Naast dirigent Reinbert de Leeuw en vaste gastdirigent Etienne Siebens werkt Asko|Schönberg geregeld met Oliver Knussen, Clark Rundell, Bas Wiegers en Emilio Pomárico. Dit alles met veelzijdige musici en solisten uit binnen- en buitenland. Asko|Schönberg is ensemble in residence bij Muziekgebouw aan ’t IJ. De Nationale Opera (DNO) staat bekend om haar diverse programmering van zowel klassieke als moderne opera’s en het constant hoge niveau van haar voorstellingen. Met vernieuwende producties, speciaal voor De Nationale Opera gecomponeerde werken en een frisse blik op bekend repertoire wordt deze prachtige kunstvorm levendig gehouden en een plek in de toekomst gegeven. Met Pierre Audi eerst als artistiek directeur en nu, na de fusie als directeur De Nationale Opera, heeft De Nationale Opera een enorme bekendheid verworven in de internationale operawereld en wordt er met grote belangstelling gekeken naar alle nieuwe producties. In 2013 won DNO de internationale Opera Award voor de beste productie van het jaar. Het gezelschap werd vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht en maakte een ontwikkeling door van repertoiregezelschap naar stagionegezelschap. Dat betekent dat De Nationale Opera geen vast ensemble heeft en dat er gemiddeld één opera per maand te zien is. Hiervoor worden gastsolisten en afzonderlijke artistieke teams aangetrokken.  De Nationale Opera heeft wel een eigen koor, het Koor van De Nationale Opera, bestaand uit 56 leden. Het Koor wordt gerekend tot de beste van Europa en werd in 2013 genomineerd voor de beste koorprestatie van het jaar. Voor het merendeel van de producties werkt DNO samen met het Nederlands Philharmonisch Orkest|Nederlands Kamerorkest. Chef-dirigent is Marc Albrecht. De meeste producties van DNO zijn te zien in Nationale Opera & Ballet maar er zijn ook voorstellingen in de Stadsschouwburg Amsterdam, Koninklijk Theater Carré, de Westergasfabriek of het Muziekgebouw aan ’t IJ. Steeds meer worden de met veel internationale interesse bekeken opera’s van DNO uitgenodigd naar belangrijke buitenlandse operahuizen en festivals. Geregeld komen coproducties tot stand met gerenommeerde gezelschappen als de Metropolitan Opera in New York, de Opéra in Parijs of het Teatro alla Scala in Milaan.