Joël Pommerat

Profiel

Maar de rol van acteur lag hem niet en vier jaar later besloot hij zich te gaan toeleggen op schrijven. In 1990 richtte hij zijn eigen gezelschap Compagnie Louis Brouillard op (naar een fantasiefiguur met de voornaam van zijn vader en een achternaam die ‘mist’ betekent, verwijzend naar zijn eeuwigdurende theatrale onderzoek, en met een knipoog naar de gebroeders Lumière en het Théâtre du Soleil). Zijn eerste voorstellingen maakte hij bij het Théâtre de la Main d’Or in Parijs. In 2003 stelde hij een groep van zeven acteurs voor om zich voor langere tijd – veertig jaar! – aan elkaar te verbinden om samen een oeuvre te ontwikkelen. De meesten zijn nog altijd bij hem. Zijn samenwerking met vaste lichtontwerper en scenograaf Éric Soyer stamt uit 1997; samen hebben zij zich ontpopt tot meesters van het licht. Pommerat schrijft al zijn stukken zelf, maar het schrijfproces voltrekt zich tegelijk met de repetitie- en ontwerpperiode. Al discussiërend en improviserend met de acteurs vindt elke tekst haar juiste vorm.  Sinds 1997 wordt Pommerat met zijn gezelschap begeleid en ondersteund door het Théâtre Brétigny en het Théâtre Paris-Vilette. Sinds 2001 reist het gezelschap ook rond. Zijn bekendheid bij pers en publiek groeide met de voorstellingen Au monde en Le petit chaperon rouge (beide 2004). Zijn grote doorbraak in Frankrijk kwam in 2006 met zijn eerste productie op het Festival d’Avignon, Les Marchands waarmee hij de Grand Prix voor toneelliteratuur won.  Pommerat werkte verder bij verschillende theaters in Frankrijk. Op uitnodiging van Peter Brook was hij van 2007 tot 2010 bijvoorbeeld artist in residence bij het Théâtre des Bouffes du Nord in Parijs. Sinds 2010 is hij gastkunstenaar bij het l’Odéon-Théâtre de l’Europe, ook in Parijs. In 2014 verbond hij zich aan het Théâtre Nanterre-Amandiers. Tussen 2010 en 2015 was hij daarnaast als regisseur betrokken bij het Théâtre national de Belgique in Brussel. Een van de hoogtepunten van zijn werk in de afgelopen jaren was Ma Chambre Froide (2011) in het l'Odéon-Théâtre de L’Europe, waarmee hij twee Molières won (een voor de beste nog levende Franse auteur en een voor het beste toneelgezelschap) en de Grand Prix van Franse theatercritici. In datzelfde jaar maakte hij ook een van zijn meest geslaagde kindervoorstellingen, Cendrillon, een eigentijdse bewerking van Assepoester. In 2013 maakte hij bij l’Odéon La Réunification des deux Corées, waarin het publiek gezeten aan weerszijden van een lange smalle gang getuige was van zo’n twintig ambigue verhalen over liefdesrelaties die op instorten stonden.