Irvine Arditti

Profiel

polyfonie overhield, en bij de in fascistisch Italië verboden muziek van de Tweede Weense School. Overeenkomstig de wens van zijn familie ging hij rechten studeren in Padua waar hij in 1946 afstudeerde. Ontmoetingen met Bruno Maderna en dirigent Hermann Scherchen deden zijn bewondering voor de muziek van Webern en Schönberg alleen maar toenemen en in 1950 nam hij voor het eerst deel aan de ‘Zomercursussen voor nieuwe muziek’ in Darmstadt. In de jaren vijftig bezocht hij de cursussen in Darmstadt regelmatig, van 1957 tot 1960 ook als docent, en een aantal van zijn composities ging daar in première. Bij een uitvoering van Schönbergs opera Moses und Aron in Hamburg ontmoette hij Schönbergs dochter Nuria, met wie hij in 1953 trouwde. Sinds 1952 was Nono lid van de communistische partij en een groot aantal van zijn werken heeft een politieke lading. Vanaf 1960 gaf hij les in onder meer Polen en de Sovjet-Unie. In de loop van zijn carrière legde hij zich steeds meer toe op elektronische muziek. Samen met Boulez en Stockhausen wordt Nono tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Darmstadt School gerekend, maar anders dan zijn twee collega’s heeft hij van meet af aan een grote mate van vrijheid genomen in zijn toepassing van de principes van het serialisme.  De violist Irvine Arditti (1953) werd geboren in Londen. Hij studeerde er aan de Royal Academy of Music, speelde vanaf 1976 in het London Symphony Orchestra en werd daar na twee jaar, op zijn vijfentwintigste, concertmeester. In 1980 verliet hij het orkest om zich te richten op het Arditti Quartet dat hij nog tijdens zijn studie had gevormd. Naast zijn legendarische carrière als eerste violist van dit kwartet heeft hij een groot aantal solowerken ten doop gehouden. Hij verzorgde de wereldpremière van vele speciaal voor hem geschreven composities, waaronder Iannis Xenakis’ Dox Orkh, Toshio Hosokawa’s Landscape III, beide voor viool en orkest, en Brian Ferneyhoughs Terrain voor viool en ensemble. De violist trad op met vooraanstaande orkesten als het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het BBC Symphony Orchestra, de Junge Deutsche Philharmonie, het Koninklijk Concertgebouworkest, het Orchestre National de Paris, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, London Sinfonietta, het Nieuw Ensemble en Oslo Sinfonietta. Veel componisten, in het bijzonder Ligeti en Dutilleux, hebben Arditti geprezen om zijn uitvoeringen van hun concerten. Naast de meer dan 190 cd’s die Irvine Arditti heeft opgenomen met het Arditti Quartet heeft de violist ook vele solistische uitgaven op zijn naam staan. Zijn opname met solowerken van componisten als Carter, Estrada, Ferneyhough en Donatoni heeft vele prijzen gewonnen, evenals zijn registratie van Nono’s La lontananza nostalgica utopica futura. Arditti’s cd van John Cage’ Freeman Etudes werd met de grootst denkbare lof ontvangen. In juli 2013 kwam het boek The Techniques of Violin Playing uit, geschreven door Arditti en de componist Robert Platz.  André Richard is een Zwitserse dirigent, componist en vertolker van elektronische livemuziek. Hij studeerde zang, muziektheorie en compositie in Genève, en vervolgens compositie bij Klaus Huber en Brian Ferneyhough in Freiburg. Aansluitend verdiepte hij zich in de elektronische muziek bij Hans Peter Haller en de Experimentalstudio van de SWR in Freiburg, en bij het IRCAM in Parijs. Zijn werk werd binnen en buiten Europa uitgevoerd op de festivals van onder meer Boedapest, Frankfurt, Oslo en Essen. Naast zijn docentschappen in Genève en Freiburg was Richard lange tijd hoofd van het Institut für Neue Musik van de Hochschule für Musik in Freiburg en organisator van de concertserie Horizonte. Van 1984 tot 2005 was hij artistiek leider van het Solistenchor Freiburg. In de jaren tachtig werkte Richard als dirigent en klankregisseur nauw samen met Luigi Nono aan de uitvoering van diens latere werk. Als dirigent trad Richard aan op festivals als de Salzburger Festspiele, het Festival d’Avignon en het Holland Festival. Van 1989 tot 2005 was hij verbonden aan de Heinrich-Strobel-Stiftung van de SWR in Freiburg; als artistiek leider stond hij daar aan het hoofd van de Experimentalstudio. In het kader van de Salzburger Festspiele heeft Richard meegewerkt aan een groot aantal gedenkwaardige uitvoeringen. Zo realiseerde hij in 1993 het ruimtelijk klankconcept en de klankregie voor de opvoeringen van Nono’s Prometeo. Latere producties waaraan hij artistieke medewerking verleende waren Das Mädchen mit den Schwefelhölzern van Lachenmann (2002) en twee werken van Stockhausen. Samen met het Arditti Quartet opende hij in oktober 2013 de Biënnale van Venetië met het Helikopter-Streichquartett van Stockhausen. André Richard werd onderscheiden met diverse prijzen.