door Florence van de Haar
Dit jaar is Hildur Guðnadóttir associate artist bij het Holland Festival. De IJslandse componiste geldt als een van de meest geprezen (film)componisten van haar generatie en levert baanbrekend werk. Naast haar werk voor film en televisie heeft ze als celliste en zangeres een indrukwekkend solorepertoire opgebouwd op het snijvlak van experimentele pop en hedendaagse muziek. Haar muziek is vaak intens, poëtisch en ongepolijst, en beweegt zich moeiteloos van intiem en kwetsbaar naar overweldigend en meeslepend.
Het grote publiek kent haar muziek wellicht van films als Joker, Tár of de HBO-serie Chernobyl. Met deze soundtracks verwierf ze internationale erkenning en werd ze de eerste vrouwelijke componist ooit die in één seizoen zowel een Oscar, een Golden Globe als een BAFTA won. Guðnadóttir is een veelzijdige artiest die o.a. samenwerkte met muzikanten en componisten als Ryuichi Sakamoto, Jóhann Jóhannsson, The Knife, Animal Collective.
‘Het Holland Festival kent een lange geschiedenis van durf tonen. De mix die dit festival creëert, hoe muziek, beeldende kunst, theater en dans samenkomen, heeft me altijd al aangetrokken. Daarnaast voel ik een sterke verwantschap met eerdere associate artists als Gisèle Vienne en Ryuichi Sakamoto. Het is reuzespannend om een grote rol te spelen bij zo’n groot festival.’
Je trad al eerder op bij het Holland Festival, in 2013 in het BIMHUIS, en nu ben je associate artist. Waar kijk je het meest naar uit?
‘Werk van andere kunstenaars zien en horen, dat is essentieel voor je ontwikkeling. Op het Holland Festival kan ik zowel mijn eigen werk presenteren als stukken delen die mij als toeschouwer diep geraakt hebben. Associate artist en gesprekspartner van het programmateam zijn, is een heel nieuwe ervaring, bijna nog spannender dan optreden.’
Je bent componist, zangeres, celliste en komt uit een muzikale familie. Wat betekent de cello voor jou?
‘Mijn moeder luisterde naar cellomuziek toen ze zwanger van mij was. Ze zei: “Dit kind gaat Hildur heten en ze wordt celliste.” Mijn vader was sceptisch, maar uiteindelijk koos ik inderdaad voor de cello. Gelukkig houden de meeste mensen van dit instrument. Het klinkt prettig en het bestrijkt een register dat dicht bij de menselijke stem ligt. Tijdens het spelen houd je het ook dicht tegen je lichaam aan. Het heeft een enorm dynamisch en emotioneel bereik... en ja, het kan soms ook wel een beetje een dramaqueen zijn.’
Je muziek wordt soms omschreven als melancholisch of duister...
‘Dat hoor ik vaker, maar voor mij voelt dat niet zo. Mijn muziek ontstaat in afzondering. Er zijn niet veel mensen die alleen in een kamer zitten en dan hysterisch gaan lachen of dansen, toch? Als ik alleen ben, gebruik ik die tijd meestal om na te denken. Voor mij heeft mijn muziek meer van doen met een soort solitaire reflectie dan duisternis. Ik hoor geen duisternis, ik hoor contemplatie. De verhalen die mij aantrekken gaan vaak over de duistere kanten van de menselijke aard. Mensen vragen soms hoe dat komt, aangezien ik zelf zo’n opgewekt persoon ben. Maar misschien is dat precies de reden: ik ben nieuwsgierig naar die schaduwkanten. Duisternis is bovendien onvermijdelijk. Ik kom uit IJsland, waar de seizoenen letterlijk óf donker óf licht zijn. Ik heb het altijd interessanter gevonden om te creëren als het buiten donker is; dat voelt gewoon natuurlijker voor me.
Dat heeft waarschijnlijk veel te maken met daar opgroeien, met die lange winters. Als kind was er ook niet veel anders te doen dan dingen maken. Er was geen internet, geen afleiding. Wat moesten we anders? Ik ben opgegroeid met dingen maken tijdens de donkere periodes, en dat draag ik nog altijd met me mee. Omdat ik uit IJsland kom denken mensen ook vaak dat mijn werk veel met de natuur te maken heeft. Natuurlijk houd ik van de natuur, al breng ik er minder tijd door dan ik zou willen. Ik woon inmiddels al twintig jaar in Berlijn en ga nog maar zelden terug naar IJsland. Wat eigenlijk relevanter voelt voor het bestaan dat ik nu leid – het stadse leven, voetbalmoeder zijn, het stedelijke ritme – is de ménselijke natuur. Die blijft eindeloos interessant waar het gaat om het schrijven, uitvoeren en ervaren van muziek.’
Naar wie kijk je voor inspiratie?
‘Het is soms makkelijk om te twijfelen aan wat je maakt, ongeacht hoe lang je dit al doet. Dan wordt het werk van anderen belangrijk: het herinnert me eraan om moed te houden, om aanwezig te zijn en door te gaan. Bach is daarin bijvoorbeeld enorm belangrijk voor me. Ik speel elke ochtend muziek van
Bach, het verbindt me met mijn vroegste muzikale ervaringen en werkt ongelooflijk aardend. En dan zijn er mensen als Meredith Monk, wiens werk ik hoop te zien op het festival. Haar werk vind ik ontzettend gedurfd. Verder zijn er veel vrienden en collega’s die hierin een belangrijke rol spelen. Mensen die er mijn hele creatieve leven al voor me zijn geweest, zoals Skúli Sverrisson. Als ik muzikale warmte nodig heb, luister ik naar zijn muziek. En er zijn er nog veel meer: Eyvind Kang en Jessika Kenney, die op mijn album spelen, en natuurlijk Ryuichi Sakamoto. Al die mensen geven zo veel in hun werk, leggen er zo veel van zichzelf in. Die moed en openheid blijven inspirerend.’
Het programmateam van het Holland Festival legt sterk de nadruk op vrouwelijke pioniers in de (elektronische) muziek. Zijn er vrouwelijke artiesten die je kijk op geluid hebben gevormd?
‘Veel vrouwelijke artiesten spreken me aan niet omdat ze vrouw zijn, maar omdat ik van hun werk houd. Tegelijk vind ik dat vrouwen een veel grotere plek verdienen in de kunst- en muziekgeschiedenis. Maryanne Amachers Making the Third Ear is buitengewoon ontroerend, echt mindblowing. Ook al werk ik al mijn hele leven met geluid liet dat stuk me zien dat er nog een heel universum aan klank te ontdekken valt: de akoestiek, fysica en waarneming van geluid. Het ontsloot een hele nieuwe wereld aan mogelijkheden. En Janet Cardiff, ik heb veel werk van haar gezien. Zij is een tovenaar, hoe ze werkt met geluid, tijd, geheugen, emoties en waarneming. Het voelt alsof ze een parallelle wereld creëert tussen de plek waar je fysiek bent en de plek waar je door haar werk naartoe wordt gevoerd. Ik houd van kunst die je totaal ergens anders brengt.’
Je bracht onlangs je nieuwe album Where to From uit, dat je in juni ook in het Muziekgebouw gaat uitvoeren. Kun je iets vertellen over het maakproces?
‘Er stroomt constant muziek door mijn hoofd. Toen ik fragmenten van die muzikale stroom op mijn telefoon begon op te nemen en die later opnieuw beluisterde tijdens het schrijven, begon ik te zien op wat voor plek ik me muzikaal bevond, en waar ik naartoe wilde. Muziek kan hoe ik me voel, de ruimte waarin ik ben en zelfs mijn gevoel voor tijd veranderen. Net als dat muziek tijd kan oprekken, kan ze ook ruimte scheppen. Toen ik fragmenten van mijn audiodagboek terugluisterde, besefte ik dat ik verlangde naar een trager tempo. Naar ademruimte. Door meer ruimte tussen de noten te scheppen, creëer ik ook meer ruimte voor mezelf. In de twintig jaar dat ik muziek uitbreng, vertellen mensen me vaak dat ze ernaar luisteren terwijl ze iets anders doen: schilderen, schrijven, noem maar op. Bij het maken van deze plaat hield ik dat in gedachten: misschien belandt deze muziek straks op iemands tekentafel, terwijl diegene schildert of schrijft. Het werd een woordeloze dialoog met een toekomstige luisteraar. De wetenschap dat ik iets maak dat misschien ook iemand anders aanzet tot creëren, is uiteindelijk de grootste drijfveer. Dan krijg je dat rimpeleffect waarbij er steeds meer dingen ontstaan.’
Kun je meer vertellen over hoe muziek je kan transformeren?
‘Muziek raakt ons. Ze kan de ruimte waarin we ons bevinden veranderen; ze kan onze stemming veranderen. Ze kan veranderen wie we zijn. En ik denk dat dit het wezen van kunst is: dat het je naar een plek brengt waarvan je niet wist dat die bestond. Je meevoert naar een staat van verwondering, opwinding of verdriet, bijna alsof je naar een andere dimensie wordt geteleporteerd. Voor mij zijn kunst, verhalen, muziek en performances op hun best als ze je totaal ergens anders naartoe brengen. Ik ben gefascineerd door de connectie die ik heb met de mensen met wie ik speel en met het publiek. Het is ongelooflijk krachtig wanneer een publiek sámen luistert. Concerten krijgen een extra intensiteit wanneer je ze collectief beleeft. En wanneer je als performer op het podium fysiek met die energie in wisselwerking staat, dat is gewoon magisch.’
Als associate artist van het Holland Festival 2026 draaien jouw ideeën ook om luisteren en empathie…
‘De algemene sfeer in de wereld is op dit moment hard. De empathie tussen mensen lijkt af te nemen. Ik geloof dat mensen kracht hebben, en het is jammer dat empathie vaak wordt weggezet als “zwak” of “woke”. Juist nu hebben we empathie harder nodig dan ooit. Nepnieuws en shocktactieken lijken erop gericht ons te verdoven en het zwijgen op te leggen. Daarom blijft luisteren zo belangrijk. Luisteren speelt een enorme rol in het ontwikkelen van empathie. Om echt te kunnen luisteren, moet je eerst in jezelf stil worden. Empathie cultiveren betekent dat je je eigen gedachten even tot rust brengt en ruimte maakt voor de ervaringen en perspectieven van anderen. Kunst, muziek en film zijn geweldige manieren om mensen te helpen luisteren naar andere verhalen, andere perspectieven en andere manieren om de wereld waar te nemen.
In mijn filmwerk, waarbij ik met specifieke personages werk, heb ik empathie en diep luisteren nodig om hun verhaal te kunnen vertellen. Zeker wanneer het om echte gebeurtenissen gaat, zoals bij Chernobyl. Voor dat project probeerde ik het verhaal te vertellen met aandacht en empathie voor de mensen die het hebben meegemaakt, hun lijden te begrijpen en dat vervolgens naar onze tijd te vertalen. In deze wereld voel ik me soms een beetje nutteloos omdat ik “maar” muziek maak. Maar dan denk ik aan mensen die samen luisteren, samen een film kijken, samen lachen, samen schrikken. Die gedeelde ervaring, dát is wat ertoe doet.’
Je treedt meerdere keren op tijdens het festival: met je nieuwe album Where to From, de muziek van Chernobyl in Gashouder met een indrukwekkend lichtontwerp, Naermynd met het IJslands Symfonieorkest, en je werkt ook met studenten in Passing Remark.
‘Studenten zijn de toekomst, dus contact met hen voelt essentieel. Ik geef normaal geen les, dus het idee om via masterclasses of workshops met studenten te werken vind ik heel inspirerend. Ik luister graag naar hun perspectieven en hoop ze wat moed te kunnen geven om op hun eigen zienswijze te vertrouwen. Dat is ook wat ik zo inspirerend vind aan projecten als Passing Remark: het creëren van ruimtes waar studenten makers kunnen ontmoeten, kunnen experimenteren en buiten de geijkte kaders werken. Voor veel conservatoriumstudenten is dat een groot avontuur, omdat die instellingen – zoals de naam al zegt – doorgaans vrij conservatief zijn. Ze leren daar vaak dat er een ‘juiste’ of ‘verkeerde’ manier is om iets te doen. Maar ik geloof oprecht dat die er niet is. Je kunt een enkele noot op talloze manieren benaderen. Het draait allemaal om perspectief.’
Wat hoop je dat het festival zal brengen? Wanneer is het voor jou geslaagd?
‘Mijn droomscenario voor het festival, en eigenlijk voor elk optreden, is simpel: ik wil in een ruimte zijn waar mensen aanwezig zijn en écht luisteren. Misschien zou de slogan van dit jaar moeten zijn: luisteren is het belangrijkste wat er is. Want dat ís het. Echt waar.’
Sinds 2019 werkt het Holland Festival jaarlijks met een associate artist: een internationale kunstenaar met een brede blik en een eigen, vernieuwende en interdisciplinaire artistieke praktijk, die voor één editie met het festival samenwerkt en nieuw werk presenteert dat mede door het Holland Festival wordt geproduceerd. De associate artist fungeert ook als gesprekspartner voor het programmateam.
Florence van de Haar, huisschrijver van het Holland Festival, sprak met Hildur Guðnadóttir tussen de release van haar nieuwe album Where to From en de programmapresentatie van het Holland Festival.