Ifé

Ifé

Angélique Kidjo, Maki Namekawa, Tunde Jegede, Amsterdam Sinfonietta

Op deze pagina:
Programma
Toelichting (voor de pauze)
Lyrics
Toelichting (na de pauze)

Programma

Tunde Jegede (1972)
Still Moment (1996) kora solo

Benjamin Britten (1913-1976)
Young Apollo (1939) voor piano, strijkkwartet en strijkorkest

Errollyn Wallen (1958)
Concerto Grosso (2008) voor piano, viool, contrabas en strijkers

Allegro – Larghetto – Allegro – Grave - Faster, with a groove
Solisten: Maki Namekawa, piano - Tomo Keller, viool – Ying Lai Green, contrabas

Philip Glass (1937)
Ifé (2014) – Drie Yorùbá Songs (arr. voor zang, piano en strijkers door Michael Riesman)
Olodumare – Yemandja – Oshumare

pauze

Tunde Jegede (1972)
Exile & Return (2007) voor kora en strijkers

Erik Satie (1866-1925)
Gymnopédie no. 3 (1888) voor piano

Erik Satie (1866-1925)
Je te veux (1902) voor zang en strijkers (arr. Wijnand van Klaveren)

Édith Piaf (1915-1963)
La Foule (1957) voor zang, piano en strijkers (arr. Wijnand van Klaveren)

Georges Brassens (1921-1981)
Il n’y a pas d’amour heureux (1953) voor zang en kora (arr. Tunde Jegede)

Édith Piaf (1915-1963)
Padam Padam (1951) voor zang, piano en strijkers (arr. Leonard Evers)

Angélique Kidjo (1960)
Malaïka (1993) voor zang en strijkers (arr. Hugo Bouma)

Angélique Kidjo (1960)
Kelele (2010) voor zang, piano en strijkers (arr. Michael P. Atkinson)



Toelichting
De Afrikaanse zangeres Angélique Kidjo bouwt bruggen met haar muziek. Bruggen tussen mensen. Tussen verschillende muzikale genres. Tussen werelddelen. In het programma Ifé draait alles om het leggen van verbindingen. ­ans, jazz, chansons en klassiek staan vanavond schouder aan schouder. Vanuit de drie liederen die minimal music componist. Philip Glass voor haar schreef, lopen lijnen in uiteenlopende richtingen. Naar componisten met roots in Afrika en de Caraïben, naar Franse chansons en naar muzikale kamelon en voorloper van de minimal music, Erik Satie. Naast Kidjo zijn de strijkers te horen van Amsterdam Sinfonietta, pianiste Maki Namekawa en Tunde Jegede. Hij bespeelt de kora, een helder tinkelend instrument met meer dan twintig snaren dat je kunt omschrijven als een harp met een halfronde kalebas als klankkast.

Tunde Jegede, Still Moment
Het concert opent met Still Moment. Tunde Jegede schreef het in 1996, en voert het zelf uit op de kora. Geboren in Londen reisde hij op tienjarige leeftijd naar Gambia om daar de kora te leren bespelen. In Still Moment reikt hij naar ogenblikken van rust en stilte in muziek die grote schoonheid en diepgang heeft. In zijn ogen bezit deze muziek de mogelijkheid en de kracht om emoties ten goede te keren, en om te genezen. Still Moment is bedoeld om het publiek te betoveren door een diepe, rustige sfeer te creëren, die hen de alledaagse werkelijkheid even doet vergeten en de geest opent voor wat er gaat komen. Hoewel Jegede ook de snel klaterende cascades van tonen gebruikt, die gebruikelijk zijn in het traditionele, West-Afrikaanse repertoire, roept het stuk eerder associaties op met verstilde, meditatieve Japanse muziek.

Benjamin Britten, Young Apollo
Young Apollo
voor piano en strijkorkest, uitgevoerd door Maki Namekawa en Amsterdam Sinfonietta, is aan het programma toegevoegd als eerbetoon aan de componist Benjamin Britten die in 1948 al bij de eerste editie van het Holland Festival vertegenwoordigd was met zijn muziek. Daarna was hij jarenlang een regelmatig terugkerende gast op het nu 75 jarige festival. Britten schreef Young Apollo toen hij in 1939 met zijn partner Peter Pears voor drie jaar in de Verenigde Staten verbleef. Als uitgangspunt gebruikte hij de laatste regels van het gedicht Hyperion van John Keats, waarin deze de gouden lokken en hemelse ledematen van de jonge Apollo beschrijft. De compositie roept met zijn virtuoze pianomelodie het beeld van deze god op, geïnspireerd ook op Brittens eerste liefde, Wolfgang Scherchen.

Errollyn Wallen, Concerto Grosso
In haar Concerto Grosso uit 2008 springt Errollyn Wallen heen en weer tussen de barok, jazz en de klank waar Benjamin Britten mee speelde in bekende composities als Simple Symphony en Variations on a Theme of Frank Bridge, maar ook in Young Apollo. De vorm van de concerto grosso, met meerdere solisten tegenover een orkest, is ontstaan in de barok. De solisten nemen vaak het muzikale materiaal van elkaar over, alsof ze elkaar de bal toespelen. Met bas en piano als solo-instrumenten geeft Wallen de muziek een jazzy atmosfeer. Die versterkt ze nog door met dansende ritmes te werken, zoals in het laatste deel van het stuk en in momenten waarop ze de drie solisten als trio laat spelen zonder begeleiding van het orkest. Ook geeft ze de viool uitgesproken lyrische melodieën. Wallen werd geboren in het Centraal-Amerikaanse Belize. Ze was de eerste zwarte vrouw van wie een werk gespeeld werd in de Proms-serie en ze schreef de muziek voor de openingsceremonie van de Paralympische Spelen in Londen in 2012. Tegenwoordig woont en werkt ze in een vuurtoren in Schotland.

Philip Glass, Ifé: Three Yorùbá Songs
‘Olodumare’ – ‘Yemandja’ – ‘Oshumare’
Deze samenwerking van Philip Glass en Angélique Kidjo vormt het centrale stuk van het programma. Glass kende Kidjo al meer dan twaalf jaar toen ze hem vroeg om muziek voor haar te schrijven. Glass: 'Ik heb met haar samengewerkt in concerten waar ze zowel haar eigen muziek uitvoerde als korte stukken waarin we samen speelden. In de loop van de tijd heb ik een grote bewondering gekregen voor haar authentieke en krachtige muzikale persoonlijkheid als maker en als performer. Daarom was ik zeer geïnteresseerd toen ze me voorstelde een serie liederen voor haar te schrijven bij haar teksten in Yoruba, de taal van haar geboorteland Benin.'

Dit werd geen componeren zoals Glass dat gewend was: 'De uitdaging voor mij was allereerst om de beste ritmische en melodische vorm te vinden voor gedichten in een taal die mij tot dan toe compleet onbekend was. Ik heb Angélique gevraagd opnamen te maken van de gedichten. Het zijn drie scheppingsgedichten uit Ifé, een van de belangrijkste koninkrijken van de Yoruba en de plek waar volgens de inwoners de wereld geschapen werd.'
Glass maakte een uitgebreide analyse van de ritmiek en de melodische lijnen die eigen zijn aan de Yoruba-taal. Hij kwam erachter dat de tekst zelf, zoals Angélique die opgenomen had, bijzonder lyrisch was en vond die 'ongelofelijk mooi'. Daarna verliep het componeren van de muziek voor het orkest heel snel en gemakkelijk. 'Toen de noten op papier stonden, hebben Angélique en ik samen haar partij verfijnd om de klank van de Yoruba-taal zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen.'

Met deze liederen sloegen Glass en Kidjo een brug tussen Afrika en het westen, tussen Kidjo’s Afrikaanse pop en gecomponeerde muziek die door een klassiek orkest wordt uitgevoerd. De rol van Kidjo als bruggenbouwer krijgt in het programma Ifé, dat naar de drie liederen genoemd is, extra nadruk en glans. De bewerking voor zang, piano en strijkers door Michael Riesman in opdracht van het Holland Festival, is een wereldpremière.


LYRICS
(English)

Olodumare
Oh You, Olodumare, you gave Obatala the task to create the World
Oh You, Olodumare, you asked Oduduwa to go with him.
There they are, together, lugging a bag on their shoulders.
And from this bag a wondrous child is to be born, this bag must birth the
World.

Obatala, the course is long and you are thirsty.
Oduduwa, the bag is heavy and it is hot.
How to resist the lure of wine, that holy wine
Obatala, Oduduwa, Obatala, Oduduwa,
He whose sleep brings us dreams of which we cannot speak;
I named the wine of the tree under which we lay our weary limbs,
The Palm Wine that creates the nightmares of which we never speak.

Oh You, Olodumare, you gave Obatala the task to create the World
Oh You, Olodumare, you asked Oduduwa to go with him.
They are together no more, Obatala, you drank too much and fell asleep.
It’s on the shoulders of Oduduwa alone that the World now rests so
heavily.

Oduduwa, you have arrived, the road ends down here.
Obatala sleeps and you, all that you distinguish is the sea.
Water as far as the eye can see, not even the smallest island on which to
stand.
Obatala, Oduduwa, Obatala, Oduduwa,
The time has come to open the bag. And what will you do with it?
“All I find here is a little black dust, just a bit of black dust!”
Olodumare says: “Put it on the water and on the water the earth will
appear.”

Oh You, Olodumare, you gave Obatala the task to create the World
Oh You, Olodumare, you asked Oduduwa to go with him.
And now the World appears from the hands of Oduduwa,
“It is so very small, what must I do to make it flourish?”

Did you forget that it has five fingers?
It is the Rooster Olodumare gave you.
All you have to do is set it on the little mound and with its five fingers
Obatala, Oduduwa, Obatala, Oduduwa,
He will scratch away and scatter all that dust.
That’s how he will expand the boundaries of the World.
And create the five continents.

Oh You, Olodumare, you gave Obatala the task to create the World
Oh You, Olodumare, you asked Oduduwa to go with him.
You toss a palm nut down and a tree springs from the soil
Now it is time for the Orishas to descend from heaven and go to Ile Ife.


Yemandja
I am the mother of the River,
Yemandja is my name,
My children are all fishes
I am the mother of the River,
Yemandja is my name,
In the waters’ depths I am Queen.

I no longer tolerate the World, I have to flee
I flow further to the West, always, to where the sun goes down
Oduduwa, my king, pursues me and I’m assailed from every side.
I break the precious vase that Olokun had given me
Then suddenly a river appears and carries me off to the ocean…

I am the mother of the River,
Yemandja is my name,
My children are all fishes
I am the mother of the River,
Yemandja is my name,
In the waters’ depths I am Queen.

I am covered in pearls and have a majestic breast
I warned you, Olofin, woe unto him who doesn’t care.
Drunk, you break your promise and make a fool of me.
In my anger I stamp my foot on the ground to join Olokun again
Then suddenly a river appears and carries me off to the ocean…

Yemowo, wife of Oshala, Yamase, mother of Shango
Yewa, the river where I run, Oloosaa, the lagoon in which I go to sleep
Ogunte, wife of Ogun
Saba, I spin my cotton endlessly
Sesu, I am proud, you will respect me

I am the mother of the River,
Yemandja is my name,
My children are all fishes
I am the mother of the River,
Yemandja is my name,
In the waters’ depths I am Queen.


Oshumare
I praise you, Rainbow Serpent; I praise you, I praise you.
The water makes love to the fire;
The sun kisses the rain;
You come to life.
Made of every color, your body
Envelops the earth and keeps it from falling.
I praise you, Rainbow Serpent;

I praise you, Rainbow Serpent; I praise you, I praise you.
Your first band is red
Like the anger of Man
But you are female, too
For your last band is blue,
The color of Woman.
I praise you, Rainbow Serpent

I praise you, Rainbow Serpent; I praise you, I praise you.
Since you cured him,
Olodumare wants to keep you in Heaven
At times lets you descend:
Then, with the two extremities of your arc
You touch the ground and offer boundless wealth.
I praise you, Rainbow Serpent

I praise you, Rainbow Serpent; I praise you, I praise you.
Curled around yourself
You draw a circle
And bite your own tail, might you be haughty?
No, for you extend your hand
To all who need it.
I praise you, Rainbow Serpent


LIEDTEKSTEN (in Yoruba)

Olodumare
Eyin Olodumare, Eran Obatala K’wa Da Ile Aye
Ah, Ah
Eyin Olodumare, Eran Oduduwa Ko Télé Lo
Ah, Ah
Awon Medjedji Muralo Kpelu Akpo Leri Edjika
Ninu Akpo Yin Ibile Omon To Dara : Ile Aye
Ah, Ah

Obatala Onanyi Gungan, Orungbe N’dayin Lamu
Oduduwa, Akpo Yin Wuwo, Igba Teri Kpe Orumu
Kila Letche Ti Awa Onimu Eti Oluwa

Obatala, Oduduwa, Obatala, Oduduwa,
Obatala, Oduduwa, Obatala, Oduduwa,

Emun To Foun Wa Ni Ala Ti Awa Ole Ranti
Tobaya Kalosun Si Abe Igi Ope Wa, Ah, Ah
Emun To Foun Wa Ni, Ala Ibaradje Yio

Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah

Eyin Olodumare Eran Obatala Ko Wa Da Ile Aye
Ah, Ah

Eyin Olodumare, Eran Oduduwa Ko Wa Télé Lo
Awon Medjedji Won Wa Kpo Mon, Obatala
Omoun Tiyo, Osun

Leri Edjika Oduduwa, Nin Akiyesi Fun Ile Aye Wa

Oduduwa Ewale, Onan Yin, Duro Sibi
Aaah, Ah, Ah, Ah, Ah
Obatala O N’sun, Ni Wadju Oduduwa
Okun Ni O N’ri
Ibikibi Ti O N’wo Okun Ni Kan Lori,
Ibi Kan Kossi To Le Fesse Duro

Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah

Obatala, Oduduwa, Obatala, Oduduwa,
Obatala, Oduduwa, Obatala, Oduduwa,

Assiko Wa.
Ke Tchi Akpo.
Kilo Wa Ninu E. Kile Fe Tche
Eruku Dudu Ni Kan Ni Mori Ninou Akpo

Olodumare Damin Lohun : Gbe Eruku Dudu
Sinun Okun Foun Ibile Ile Aye

Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah

Eyin Olodumare, Eran Obatala K’wa Da Ile Aye
Ah, Ah
Eyin Olodumare, Eran Oduduwa Ko Wa Télé Lo

Lati Owo Oduduwa Ni Ibile Ile Aye
Erun Kpeyi Kere Gan,
Bawo Nimon Letche Ko Dagba

Owo Marun Lonin
Egba Gbe Nin ?
Akuko Ti Olodumare Foun Yin Nin
Efi Akuko Nan Seri Eruku Tie Egbe Sile,

Obatala, Oduduwa, Obatala, Oduduwa,
Obatala, Oduduwa, Obatala, Oduduwa,

Kpelu Owo Marun Aruku
O Te Eruku
Akuko O Tan Kalé Gbogbo Ile Aye

Be-nin Awari, Ibile Orí Marun

Eyin Olodumare, Eran Obatala Ko Wa Da Ile Aye
Eyin Olodumare, Eran Oduduwa Ko Wa Télé Lo
Eju Eyin Si Ile
Ni Igui Yi Dagba
Fun Gbogbo Awon Orisha Ko Djade Wa Ile Aye

Aaaah, Aaaah, Aaaah, Aaaah
Aaaah, Aaaah, Aaaah, Aaaah

Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah

Aaaaaaaah,
Aaaah, Aaaah, Aaaah


Yemandja
Iya Odo, Iya Odo,
Oruko Mini Yemanja,
Edja Ni Awon Omon Mi

Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah

Iya Odo, Iya Odo,
Emin Ni Olori Ninou Ijinle Okun Un

Aye Yi Osunmin, Monila Tisalo
Mon Sare Lo Iwo Orun, Ibiti Ale N’wo
Oduduwa, Oba Mi,
O N’lemi Ibikibi Ti Mon N’lo

Mon Fo Igo Iyebiye, Ogun Ti Olokun Foun Mi
L’ojiji Ni Odo Yo, Togbe Milo Sinou Okun

Ah, Ah, Ah, Ah, Ah
Iya Odo, Iya Odo,
Oruko Mini Yemanja,
Edja Ni Awon Omon Mi
Iya Odo, Iya Odo,
Oruko Mini Yemanja,
Emin Ni Olori Ninou Ijinle Okun

Ah, Ah, Ah
Mon Bora Bora Kpelou Ileke,
Omumi Lawo
Olofin Mon Dagbere E,
Kpe Enikan Koman Rerin O
Omuti Yo O Yehun Towa N’rerin Mio

Ninou Ibinou Mi, Mon Fesse Nan Ile
Ni Mon Lori Olokun
L’ojiji Ni Odo Yo, Togbe Milo Sinou Okun

Yemowo, Iyawo, Oshala
Yamase, Iya Shango
Yewa, Okun Ile Mi
Oloosaa, Ibiti Mon Ma Sun
Ogunte, Iyawo Ogun
Saba, O Ibiti Mon Ran Ewu
Sesu, Mon Ni Igberaga Efun Mi Ni Ola

Iya Odo, Iya Odo,
Oruko Mini Yemanja,
Edja Ni Awon Omon Mi
Iya Odo, Iya Odo,
Oruko Mini Yemanja,
Emin Ni Olori Ninou Ijinle Okun Un


Oshumare
Axe, Oshumare
Axe, Oshumare
Axe Axe, Axe Axe

Axe, Oshumare
Axe, Oshumare
Axe Axe, Axe Axe

Omin N’soun Kpelou Inan
Orun Kissi Fun Odjo
Owa Aye, Owa Aye
Ara E Ni Awo Gbogbo Eniyan
Ara Yin Lo Moun Ile Aye
Coman Ti Djabo
Axe, Oshumare
Axe, Axe

Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah

Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah

Axe, Oshumare
Axe, Oshumare
Axe Axe, Axe Axe

Axe, Oshumare
Axe, Oshumare
Axe Axe, Axe Axe

Ekiini Imole Dje Pupa
Bi Ibinou Okunrin
Be Nan Nin Edje Olomoge
N’tori Imole Keyin O
N’dje Oju Orun
Oju Orun, Ni Awo Obinrin

Axe, Oshumare
Axe Axe

Axe, Oshumare
Axe, Oshumare
Axe Axe, Axe Axe

Axe, Oshumare
Axe, Oshumare
Axe Axe, Axe Axe

N’tori E San Alafia
Olodumare
Won Fe Ke Gbe Orun
Igbami Eman Wa Ile Aye
Lenou Igun Medjedji Yika Yin
Efowo Si Ile Te Foun Wa Ni Ola

Axe, Oshumare
Axe, Oshumare
Axe Axe, Axe Axe

Axe, Oshumare
Axe, Oshumare
Axe Axe, Axe Axe

Axe, Oshumare
Axe, Oshumare
Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah

Axe, Oshumare
Axe, Oshumare
Ah, Ah, Ah, Ah
Ah, Ah, Ah, Ah

E Wefidiro
Eya Yika Sile
Ebu Ikparin Yin Dje,
E Yangan Di E O?
E Yangan Kan, Eman Foun
Gbogbo Enin Yan Ni Anawossi

Axe, Oshumare
Axe, Oduduwa

Axe, Olodumare
Axe, O Yemandja

Axe, Oshumare
Axe, Obatala

Axe, Olodumare
Axe, O Yemandja

Axe Axe,
Axe Axe,
Axe Axe,

Axe, Oshumare
Axe, Oshumare


Tunde Jegede, Exile & Return
Na de pauze is het toneel opnieuw aan Tunde Jegede, nu met zijn compositie Exile & Return die hij samen met Amsterdam Sinfonietta speelt. Jegede schreef het in 2007 voor het Brodsky Quartet. Het is een intiem en persoonlijk stuk waarin hij het verlangen naar thuis wil uitdrukken. Hij werkt er thema’s in uit als ballingschap, ontheemding en de zoektocht naar een plek waarin een mens zich thuis kan voelen. Jegede schrijft: ‘Het is een lyrisch werk dat boven het alledaagse uitstijgt, en de werelden van de kora en het strijkkwartet samenbrengt in een heel eigen, samenhangende vorm. De muziek sluit aan bij zowel postmoderne als minimalistische klankwerelden en benadert van beide de kern.’ Tunde Jegede en het Brodsky Quartet brachten het werk in première tijdens het Cheltenham Music Festival in 2007. Ze hebben het sindsdien vaak samen uitgevoerd en ook opgenomen voor BBC Radio 3, het Britse equivalent van NPO Radio 4. De versie met Amsterdam Sinfonietta kwam in opdracht van het Holland Festival tot stand en krijgt hier zijn wereldpremière.

Erik Satie, Gymnopedie no. 3, Je te veux
De Franse componist Erik Satie had een bijzonder gevoel voor humor. Hij schreef een serie van drie stukken voor piano, die hij Trois Gymnopédies noemde. Die titel verwijst naar dansen die in de Griekse oudheid naakt werden uitgevoerd. Het zijn stukken met een rustig karakter. Ze lijken vooruit te wijzen naar de minimal music die een kleine eeuw later tot ontwikkeling kwam. Maar Satie schreef ook drie stukken in de vorm van een peer en muziek voor meubilair. Die was eerder bedoeld als behang dan als muziek om naar te luisteren. Daarmee was Satie een voorloper van Brian Eno’s ambient music. Uitgevoerd door pianiste Maki Namekawa samen met de strijkers van Amsterdam Sinfonietta. Daarna gaat de muziek over in Je te veux, een liefdeslied met erotische strekking, gezongen door Angélique Kidjo met begeleiding van de strijkers.

Édith Piaf, La Foule
Georges Brassens, Il n’y a pas d’amour heureux
Édith Piaf, Padam Padam
In de rest van het concert staat Angélique Kidjo weer centraal. Eerst zingt ze drie Franse chansons, een genre waartoe ze zich aangetrokken voelt. Alle liederen hebben verloren liefde als onderwerp. La Foule gaat over een vrouw die tijdens een festival door bewegingen van een mensenmassa in de armen van een man terecht komt. Liefde vlamt op terwijl ze zich laten meedrijven in de menigte. Die drijft hen weer uit elkaar en ze realiseert zich dat ze hem nooit meer zal zien.

Brassens schreef Il n’y a pas d’amour heureux op een tekst van de surrealistische dichter Louis Aragon uit 1944. De dichter had toen een verhouding met Elsa Triolet die net als hij in het verzet tegen de Duitsers zat. Ze wilde hem verlaten, omdat het niet veilig was om samen te wonen in het geval een van hen gearresteerd zou worden.

In Padam Padam verbond Edith Piaf het ritme van haar hartslag met een melodie die ze maar niet kwijt kon raken. Die melodie herinnerde haar aan een verloren geliefde.

De liederen van Edith Piaf zingt Kidjo met begeleiding van Amsterdam Sinfonietta en Maki Namekawa. In het lied van Brassens wordt ze begeleid door de kora van Tunde Jegede.

Angélique Kidjo, Malaïka, Kelele
Angélique Kidjo sluit de avond af met twee liederen uit haar eigen repertoire. Het zijn nummers over onderwerpen die haar zeer ter harte gaan. Oorspronkelijk geschreven als popnummers heeft ze die in uiteenlopende settings uitgevoerd: met orkest, maar ook met begeleiding van een slagwerker en een gitarist. Malaïka is een lied waarin een man zich tegenover zijn geliefde verontschuldigt. Hij kan niet met haar trouwen omdat hij door grote tegenslagen geen geld heeft. Hij is verslagen door het lot, klaagt hij. In Kelele bezingt ze het belang van educatie. Die is net zo belangrijk als gezondheid, zingt ze. Door opleiding krijg je een beter leiderschap is de verwachting en de hoop die ze in dit lied uitspreekt. Het is een eerbetoon aan haar ouders die haar ontwikkeling altijd gestimuleerd hebben.