Huba de Graaff

Profiel

Huba de Graaff (1959) studeerde viool aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam, sonologie aan de Universiteit Utrecht en compositie aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. In de jaren ’80 en vroege jaren ’90 verkende De Graaff de mogelijkheid om met nieuwe, veelal elektronische media nieuwe klankwerelden te ontsluiten. Een voorbeeld daarvan is Corenicken (1991), waarin gebruik gemaakt wordt van elektrische viool, slagwerk en verschillende bewegende geluidsbronnen. In hetzelfde jaar ontwerpt De Graaff de Japon Fuzz, een blikken jurk vol elektronica die geluiden teweegbrengt door de beweging van degene die haar draagt. Hoewel haar composities van begin af aan een theatraal karakter hebben, legt De Graaff zich geleidelijk aan steeds meer toe op muziektheaterstukken. In Hephaistos (1997) en Lautsprecher Arnolt (2003) werkt de componist met het principe van de luidsprekeropera, waarbij de meerderheid van de karakters vertolkt wordt door bewegende luidsprekers. In Lautsprecher Arnolt werkt De Graaff met schrijver/regisseur Erik-Ward Geerlings en ontwerper Bart Visser, met wie ze in 2008 het muziektheatercollectief WILco opricht. De samenwerking met Geerlings zet ze ook voort na opheffing van dit collectief in 2015. Naast opera’s als De dood van Poppaea (2006) en Diepvlees (2009) creëert De Graaff een reeks muziektheaterproducties waarin de relatie tussen spraak en zang centraal staat. Na de Apera (2012) en Pornopera (2014) zullen in 2017 de ‘retropera’ The Naked Shit Songs en de ‘synchronopera’ Liebesleid in première gaan.