Harry Partch

Profiel

Harry Partch (1901 – 1974) was een Amerikaanse componist, theoreticus, instrumentbouwer en performer die zijn leven doorbracht in het Middenwesten en aan de westkust van de Verenigde Staten. Hij reisde er rond tijdens de Grote Depressie. Onderweg tekende hij landschappen en hield een dagboek bij dat we kennen onder de titel Bitter Music. Partch was autodidact en hield zich bezig met de natuurstemmingen uit het verleden en de fysieke aspecten van de muziek – hij wilde ‘lichamelijke’ muziek maken, muziek die optimaal in staat is haar emotie te ontvouwen. Hij gooide de westerse toonladders en technieken overboord en bedacht zijn eigen complexe toonsysteem en instrumenten. Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw ontwikkelde hij diverse strijk- en slagwerkinstrumenten en een harmonium; ze zijn niet alleen bijzonder om te zien, maar hebben ook exotische namen als Zymo-Xyl, Boo, Gubagubi en Chrychord. In zijn werk combineert Partch Amerikaanse folklore, Afrikaanse en oosterse literatuur en een mystieke, voor-Christelijke magische denkwereld, doorspekt met satire, bestudeerde naïviteit en ironie. Pas tijdens zijn latere leven kwamen zijn composities breed onder aandacht, en dat kwam vooral door het muziektheaterstuk Delusion of the Fury (1969). Tot zijn andere werken behoren de cyclus The Wayward en And on the Seventh Day Petals Fell in Petaluma. De meeste stukken van Partch zijn gemaakt voor het theater en zijn zo geconstrueerd dat de musici en de instrumenten onderdeel uitmaken van het toneelbeeld: de instrumenten zijn een lust voor het oog en de musici spelen uit het hoofd, het theatrale effect komt deels direct voort uit de productie van de muziek.