George Benjamin

Profiel

maakte hij in 1980 zijn debuut bij de BBC Proms met zijn orkeststuk Ringed by the Flat Horizon.  Na A Mind of Winter (1981), At First Light (1982) en Fanfare for Aquarius (1983), werken die steevast worden geroemd om hun kleurrijke orkestraties en weelderige klankschoonheid, ontwikkelde de componist in de jaren negentig een meer uitgebeende en op vorm gerichte componeerstijl met Sudden Time (1993) en de Three Inventions for Chamber Orchestra (1995). Met Into the Litte Hill (gecomponeerd in 2006 en in 2007 te zien tijdens het Holland Festival) zette Benjamin zijn eerste schreden in het muziektheater. De kameropera markeerde tevens het begin van zijn samenwerking met toneelschrijver Martin Crimp, met wie hij in 2012 Written on Skin maakte (datzelfde jaar te zien in een succesvolle productie bij De Nationale Opera). Lessons in Love and Violence (2017) is hun derde gezamenlijke operaproject.  Benjamins werk wordt wereldwijd uitgevoerd, vaak onder leiding van hemzelf. Als dirigent staat hij geregeld voor internationaal gerenommeerde orkesten en ensembles, waaronder de Berliner Philharmoniker, London Sinfonietta, het Mahler Chamber Orchestra en Ensemble Modern. In 2015 dirigeerde hij het Concertgebouworkest in zijn eigen Dream of the Song en in George Benjamins Horizon tijdens het Holland festival 2014.  George Benjamin woont en werkt in Londen, waar hij sinds 2001 verbonden is aan het King’s College als Henry Purcell Professor of Composition. Hij doceerde meermaals bij het Tanglewood Festival of Contemporary Music (Massachusetts) en is Honorary Fellow van King’s College (Cambridge), Guildhall School of Music and Drama, Royal Academy of Music and the Royal College of Music. George Benjamin werd in 2015 benoemd tot Commandeur de l’Ordre des Arts et des Lettres en is in 2018 centrale componist tijdens het Holland Festival.  De Engelse toneelschrijver Martin Crimp (1956) studeerde Engels aan de universiteit van Cambridge en begon in diezelfde periode fictieverhalen te schrijven. In 1982 vond zijn professionele theaterdebuut plaats met een opvoering van Living Remains in het Orange Tree Theatre in Londen, waar hij in het seizoen 1988-89 writer in residence was. Nadat het Royal Court Theatre zijn toneelstuk No One Sees The Video uit 1990 had uitgevoerd, nam zijn carrière een hoge vlucht.  Crimps recentere werk, waaronder Cruel and Tender (2004), Fewer Emergencies (2005), The City (2008), Play House (2012) en The Rest Will Be Familiar to You from Cinema (2013) maakt dat hij onverminderd geldt als een van de belangrijkste hedendaagse Britse toneelschrijvers. Zijn stukken waren in Engeland te zien bij onder meer de Royal Shakespeare Company, het Royal National Theatre, het Almeida Theatre en Young Vic. Bovendien is Crimps werk veelvuldig vertaald en wereldwijd opgevoerd bij onder meer het Public Theater, de Classic Stage Company en op Broadway (alle New York), het Piccolo Teatro (Milaan), Sala Beckett (Barcelona), Théâtre des Bouffes du Nord (Parijs) en de Schaubühne (Berlijn).  Crimp won onder meer de Radio Times Drama Award (1986), de prestigieuze John Whiting Award (1993) en de Italiaanse theaterprijs Premio Ubu (2005) voor zijn Fewer Emergencies trilogie. Voor zijn samenwerkingen met componist George Benjamin schreef Crimp drie opera-libretti: Into the Little Hill (2006), Written on Skin (2012) en Lessons in Love and Violence (2017). Benjamin Davis studeerde in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Brazilië, was directeur van de Welsh National Opera tussen 2001 en 2011 en combineert nu een postdoconderzoek aan Cardiff University met freelance regieprojecten. Zijn projecten omvatten operaregies, reperises en semi-concertante uitvoeringen bij WNO, Scottish Opera, Royal Opera House Covent Garden, De Nederlandse Opera, Opera Zuid, The Royal Danish Opera, Bayerishche Staatsoper, Berlin Staatsoper, Le Capitôle de Toulouse, Wiener Festwochen, Opéra Comique, Teatro dell’Opera di Roma, Teatro Real, Liceu Barcelona, Portland Opera, Canadian Opera Company, Salzburg Festival, Festival d’Aix en Provence, Cardiff International Dance Festival, Royal Conservatoire of Scotland, Royal Welsh College of Music and Drama en Mahler Chamber Orchestra.  Na bij een groot aantal van 's werelds grootste orkesten en operahuizen te hebben gedirigeerd, was de Nederlands-Maltese dirigent Lawrence Renes tot voor kort directeur muziek en chef-dirigent van de Koninklijke Zweedse Opera. Gedurende zijn tijd daar stonden onder andere deze producties op het programma: de Zweedse première van George Benjamin's Written on Skin, Madama Butterfly, Idomeneo, The Rite of Spring, Tristan und Isolde, Die Walküre, Peter Grimes, Turandot, Salome, Der Rosenkavalier en Jenůfa. Renes, een groot fan van John Adams, dirigeerde uitvoeringen van Nixon in China bij San Francisco Opera en Doctor Atomic bij zowel English National Opera als De Nederlandse Opera. Renes heeft Adams’ orkestwerken uitgevoerd bij de filharmonische orkesten in Londen, Oslo en Hong Kong, Mahler Chamber Orchestra, Orchestre Philharmonique de Radio France en Royal Stockholm Philharmonic Orchestra. Recente en aankomende projecten zijn zijn debuut bij het Helsinki Philharmonic Orchestra, de symfonieorkesten van NHK en Vancouver, evenals zijn terugkeer naar London Philharmonic Orchestra, de symfonieorkesten van Nieuw-Zeeland en Melbourne en Mahler Chamber Orchestra. Andere orkesten waarmee Renes heeft samengewerkt zijn onder meer het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, Staatskapelle Dresden en NDR Radiophilharmonie Hannover, evenals Seattle Opera, Orquestra Sinfônica do Estado de São Paulo, Swedish Chamber Orchestra, de symfonieorkesten van Milwaukee en BBC Scottish, Bergen Philharmonic Orchestra en het Residentie Orkest.  Het Mahler Chamber Orchestra (MCO) is een ‘nomadisch collectief van gepassioneerde musici’ dat in 1997 werd opgericht door Claudio Abbado en oud-leden van het Gustav Mahler Jeugdorkest. Het gezelschap telt 45 leden uit 20 verschillende landen en geeft zo'n 70 concerten per jaar. Het Mahler Chamber Orchestra beschikt over meerdere vaste standplaatsen in Ferrara, Heidelberg en het Luzern Festival, waar het MCO fungeert als de vaste kern van het Lucerne Festival Orchestra. Bij het Festival d’Aix-en-Provence van 1998 had het pas opgerichte orkest onder Abbado zijn eerste grote succes met Mozarts Don Giovanni. Sindsdien maakt het Mahler Chamber Orchestra op vaste basis onderdeel uit van dit festival, waar het heeft meegewerkt aan producties van Brittens The Turn of the Screw (2001), Mozarts Così fan tutte (2005) en Benjamins Written on Skin (2012).  Het MCO werkt regelmatig samen met gerenommeerde dirigenten, zoals Daniel Harding, Esa-Pekka Salonen, Sir John Eliot Gardiner, Teodor Currentzis en Daniele Gatti (die sinds 2016 aan het orkest verbonden is als artistiek adviseur). Tot de solisten waarmee het orkest samenwerkt behoren Cecilia Bartoli, Martha Argerich, Mitsuko Uchida, Isabelle Faust, Emanuel Ax en Jean-Guihen Queyras. Voor zijn cd-opnames heeft het MCO verschillende prijzen in de wacht gesleept, zoals de Choc du monde de la musique voor de celloconcerten van Haydn met Gautier Capuçon, een Grammy Award voor pianoconcerten van Beethoven met Argerich en een Diapason d’or voor de vioolconcerten van Stravinsky en Berg met Kolja Blacher. In 2017 werkte het MCO tevens mee aan de Chopin-cd van Daniil Trifonov.