Dimitris Papaioannou

Profiel

in New York onder de vleugels van Ellen Stewart maakte bij kennis met butoh en avantgardistische dans. Daarnaast was hij mede-oprichter van Kontrosol sto Haos (1986-1992), één van de eerste Griekse magazines met gay-onderwerpen, en hij leverde bijdrages aan het activistische gaymagazine To Kraximo (1981-1994). Voor zijn comic Un Bon Plan ontving hij de eerste prijs van de RTM (Régie des Transports de Marseille) bij de 4e Biennale of Young Artists from Europe and the Mediterranean (BJCEM). Als een van de oprichters van het invloedrijke gezelschap Edafos Dance Theatre (1986-2002) was hij verantwoordelijk voor de creatie, regie en choreografie van alle producties, waaronder The Mountain (1987), The Last Song of Richard Strauss (1990), de trilogie The Songs (1991), Medea (1993) en For Ever (2001). In 2004 ontwierp en regisseerde hij de opening- en slotceremonies voor de Olympische Spelen in Athene, waarvoor hij in 2005 door de Griekse president werd bekroond met een Gouden Kruis in de Orde van Verdienste. In 2009 was hij met Zafos Xagoraris mede-curator van de tentoonstelling Heaven Line bij de 2e Athens Bienniale. In hetzelfde jaar presenteerde hij Nowhere, de openingsvoorstelling voor het gerenoveerde hoofdpodium van het Nationaal Theater van Griekenland. Met Primal Matter (2012) stond Papaioannou tijdens het Athens Festival zelf op het podium. Deze voorstelling reisde vervolgens naar Thessaloniki, New York, Edinburgh, Moskou, Vicenza, Vienna en London. Zijn succesvolle productie Still Life ging in 2014 in première bij het Onassis Cultural Centre in Athene. Hij maakt zijn debuut op het Holland Festival.