Bill T. Jones

Profiel

in Amsterdam te hebben gewoond, sloot Jones zich samen met zijn toenmalige levenspartner Arnie Zane aan bij het experimentele choreografencollectief American Dance Asylum. In 1982 richtten zij samen de Bill T. Jones/Arnie Zane Dance Company op. Jones creëerde meer dan honderd werken voor zijn gezelschap. Daarnaast maakte hij grote opdrachtwerken voor gezelschappen als het Boston Ballet, het Ballet de l’Opéra de Lyon en het Staatsballett Berlin. Sinds 2011 is hij artistiek directeur van New York Live Arts in Manhattan. Naast dans is Jones ook steeds meer geïnteresseerd in andere disciplines, zoals literatuur en muziektheater. Bovendien ervaart hij in dans een verandering met leeftijd: ‘Daarmee verandert ook je ambitie als kunstenaar. Ik denk dat oudere kunstenaars een groter bereik hebben. Ze doen meer met minder. In die zin worden ze strategisch sterker.’ Al in 1981 toonde het Holland Festival Valley Cottage, een van de duetten die Jones met Arnie Zane in The Kitchen in New York had ontwikkeld. In Nederland werd zijn werk tussen 1991 en 2007 regelmatig getoond door Gastprogrammering Het Muziektheater, zoals D-Man in the Waters (1991) en de controversiële, spraakmakende productie Still Here (1996). In 2011 presenteerde het Holland Festival zijn bekroonde musical Fela! en het Opera Forward Festival presenteerde in 2019 de door Jones geregisseerde en gechoreografeerde opera We Shall Not Be Moved. In 2020 is hij associate artist van het Holland Festival waar onder meer zijn grootschalige, ambitieuze voorstelling Deep Blue Sea is te zien. Voor zijn veelzijdige werk ontving hij vele grote onderscheidingen, van een MacArthur ‘Genius’ Award in 1994 tot Kennedy Center Honors in 2010. Hij ontving de Doris Duke Performing Artist Award 2014 en won een Tony voor Beste Choreografie voor zijn bijdrage aan Spring Awakening (2007) en Fela! (2010). In 2010 benoemde de Franse regering hem tot Officier de l’Ordre des Arts et des Lettres; hij ontving eredoctoraten van onder meer het Art Institute of Chicago, Columbia College, Juilliard School en Yale University. In 2013 kreeg hij de National Medal of Arts uit handen van president Obama en hij ontving de Visibility Award van de Human Rights Campaign 2016. Elizabeth Diller (Łódź, 1954) is een gerenommeerd Amerikaans architect en mede-oprichter van het interdisciplinaire ontwerpbureau Diller Scofidio + Renfro (DS+R). Tevens is zij Professor of Architectural Design aan de prestigieuze Princeton University. Diller werd geboren in een joods gezin in Polen, en op zesjarige leeftijd emigreerde ze naar de Verenigde Staten. Tijdens haar studie aan de Cooper Union School of Architecture ontmoette ze Ricardo Scofidio, haar mentor en toekomstig partner. In 1981 richtte het tweetal samen met Charles Renfro het bureau DS+R op – Benjamin Gilmartin zou zich in 2004 bij hen voegen. DS+R groeide uit tot een invloedrijke speler op diverse gebieden: architectuur, urban design, installatiekunst, multimediaperformances, digitale media en publicaties. Diller werd geroemd om haar conceptuele aanpak en innovatieve werk voor diverse culturele instellingen. Ze ontving de MacArthur Foundation Fellowship voor architectuur (1999), en ze belandde twee keer op de lijst 100 Most Influential People van TIME Magazine (2009, 2018). In 2017 bekroonde de Wall Street Journal haar bureau met de Architecture Innovator of the Year Award, en in hetzelfde jaar ontving ze de National Design Award van het Smithsonian. In New York was ze medeverantwoordelijk voor het omvormen van een afgedankt treintraject tot het groene stadspark The High Line. Verder leidde ze het ontwerpproces van cultuurinstelling The Shed, en de uitbreiding van het Museum of Modern Art. In 2018 werkte Diller samen met componist David Lang aan het 1000-koppige operaproject The Mile-Long Opera: a biography of 7 o’clock (2018). Voor deze editie van het Holland Festival werkt Diller samen met associate artist Bill T. Jones, aan de nieuwe productie Deep Blue Sea.  De Canadese Peter Nigrini (1971) is een gerenommeerd lichtprojectie-ontwerper en scenograaf voor theater, musical, dans en opera. Hij studeerde aan Dartmouth College (New Hampshire) en Central St. Martins College of Art (Londen), maar ontwikkelde zijn carrière als invloedrijke lichtkunstenaar vooral in de New Yorkse theaters. Met Notes From Underground (2009) – naar Dostojevski, in regie van Robert Woodruff, tourde hij door de Verenigde Staten, en een jaar later was hij verantwoordelijk door de projecties in The Hurricane Tour van popicoon Grace Jones. Voor de productie Here Lies Love (2013) bij The Public Theater in New York won hij de Drama Desk Prize voor projectie. Ook zijn werk in Grounded (2015), eveneens bij The Public Theater, werd bekroond met een Lucille Lortel Award. Het Nederlandse theaterpubliek kent zijn werk wellicht van de swingende muziektheaterproductie Fela!, over het leven van Afrobeat-pionier Fela Kuti, die in 2011 op het Holland Festival stond. Deze voorstelling was een regie van Bill T. Jones, de associate artist van het Holland Festival 2020. Het tweetal werkte eerder samen in Jones’ productie Blind Date (2005). Los van Nigrini’s werkzaamheden als lichtvirtuoos heeft hij een lange staat van dienst bij het invloedrijke theatergezelschap Nature Theater of Oklahoma, waar hij sinds 2006 de (enige) huisscenograaf is. Tevens doceert hij aan de New York University. In 2016 was Nigrini’s werk voor het laatst op het Holland Festival te zien. Hij was toen verantwoordelijk voor de projecties en filmbeelden in het indrukwekkende multimediaconcert Real Enemies (2015), van jazzcomponist Darcy James Argue en regisseur Isaac Butler.