Alain Platel

Profiel

achtergronden deel nemen aan het creatieve proces. Door de ‘unieke mix van artistieke visies’, valt les ballets niet zomaar onder één noemer te brengen. Toch ontstaat zoiets als een huisstijl (populair, anarchistisch, eclectisch, geëngageerd) onder het motto: ‘Deze dans is van de wereld en de wereld is van iedereen’. Alain Platel (1956, Gent) werd opgeleid als orthopedagoog en is autodidact als regisseur. In 1984 richt hij een theatercollectief op, en profileert zich vanaf de voorstelling Emma (1988) meer als regisseur. Bonjour Madame (1993), La Tristeza Complice (1995) en Iets op Bach (1998) leveren hem en zijn gezelschap – inmiddels gedoopt tot les ballets C de la B – internationale roem op. Zijn samenwerking met componist Fabrizio Cassol (1964) stamt uit 2005, toen hij met het korenproject Uit de Bol/Coup de Choeurs de opening mocht verzorgen van het nieuwe gebouw van de KVS (Koninklijke Vlaamse Schouwburg), waarbij verschillende Brusselse koren van diverse culturele achtergronden werden verenigd. Platels vroegere werk is vooral uitbundig in thematiek en diversiteit van de performers, maar de voorstelling vsprs (2006), geïnspireerd op de Vespro della Beata Vergine van Claudio Monteverdi, vormt een keerpunt. Deze voorstelling was ook te zien op het Holland Festival. Na het barokke pitié! (2008) is Out Of Context – for Pina (2010) een minimalistische reflectie op het bewegingsarsenaal van spasmen en tics. In 2012 maakte hij op het Holland Festival een verpletterende indruk met de dansvoorstelling C(H)ŒURS - over de gevaarlijke schoonheid van de massa - met een hondervijftigkoppig koor en orkest van het Madrileense Teatro Real en tien dansers van zijn eigen gezelschap. In 2014 was Coup Fatal (een samenwerking met Fabrizio Cassol) op het festival te zien. Met nicht schlafen staat Platel voor de zevende keer op het Holland Festival.   Berlinde De Bruyckere (1964, Gent) woont en werkt in Gent. In februari 2010 ontving ze de Vlaamse Cultuurprijs 2009 voor Beeldende Kunst. In 2003 vertegenwoordigde ze België op de Biënnale van Venetië, waarna ze internationaal doorbrak. In 2013 vertegenwoordigde zij België opnieuw op de Biënnale van Venetië met het project Kreupelhout-Cripplewood, dat zij realiseerde in samenwerking met de Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee. In 2015 weidde het gemeentemuseum in Den haag een grote overzichtstentoonstelling aan haar werk. Dit Holland Festival is haar werk te zien in Mariavespers van Pierre Audi en De Nationale Opera, en in nicht schlafen van Alain Platel en zijn les ballets C de la B. Het werk van Steven Prengels (1978) werd onder andere uitgevoerd door de Belgische Kamerfilharmonie, SPECTRA, het Nieuw Ensemble Amsterdam en het Symfonieorkest Vlaanderen. In 2012 creëerde de Duitse bas-bariton Dietrich Henschel ‘Wagner in Bayreuth’, een compositie die Steven Prengels schreef in opdracht van het Oxalys Ensemble. In de theater- en danswereld werkt hij vooral als muzikaal leider en componist. Een belangrijk moment hierin was de voorstelling Gardenia (2010), van Alain Platel en Frank Van Laecke, waarvoor hij het muzikaal concept vormgaf. Hierna volgden meer samenwerkingen met Alain Platel: C(H)OEURS (les ballets C de la B/Teatro Real, 2012), waarvoor Steven Prengels additionele muziek en soundscapes creëerde naast het werk van Wagner en Verdi, tauberbach (les ballets C de la B/Münchner Kammerspiele, 2014) en En avant, marche!, dat hij creëerde samen met Alain Platel en Frank Van Laecke (les ballets C de la B/NTGent, 2015). Voor Accatone, de openingsproductie voor de Ruhrtriënnale in 2015, ontwierp hij op vraag van regisseur Johan Simons de soundscape.