Leoš Janáček was een ijverig verzamelaar van Slavische volksmuziek, waaruit hij ook voor zijn eigen werk putte. Zijn opera Jenufa, die hij in het begin van deze eeuw schreeuw en die voor het eerst in 1916 te Brno werd opgevoerd, was een van de eerste opera’s op prozatekst, een experiment dat ten doel had het gezongen woord nauwer bij het gesproken woord te doen aansluit en het grotere beweeglijkheid te geven, zonder aan het melodieuze karakter van zang en muziek afbreuk te doen.