Régis Badel

Profiel

Chamblas de groep Association Edna op, en maakt zijn dansdebuut met À bras-le-corps (1993). Sindsdien produceert hij naast dansvoorstellingen ook improvisatiekunst, installaties, films, performances in de openbare ruimte, excursies en conceptuele tentoonstellingen. In 2008 werd hij benoemd tot artistiek directeur van het Centre chorégraphique national de Rennes et de Bretagne, dat hij een jaar later omdoopt tot Musée de la danse. De producties van dit ‘museum in beweging’ zijn vervolgens te zien in het Museum of Modern Art in New York (Musée de la danse: Three Collective Gestures, 2013) en het Tate Modern in Londen (If Tate Modern was Musée de la danse?). Daarnaast profileert Charmatz zich als schrijver en danstheoreticus. Een aantal van zijn essays wordt in 2009 gebundeld met de titel “Je suis une école”, en hij is mede-auteur van undertraining / On A Contemporary Dance (2011, samen met Isabelle Launay) en Emails 2009-2010 (2013, met Jérôme Bel). In 2011 is hij artiste associé bij het Festival d'Avignon.  Charmatz hanteert een radicale insteek om nieuwe vormen van dans te ontdekken, door te geven, en op deze kunstvorm te reflecteren. Zoals in 50 years of dance, een razendsnelle doorkruising van het oeuvre van dansgrootmeester Merce Cunningham (Holland Festival, 2010). Of in enfant (Holland Festival, 2011), een confronterende voorstelling over kinderlijke kwetsbaarheid, waarin hij zijn dansers de lichamen van 26 kinderen laat manipuleren - als kwetsbare obstakels. Los van een druk tourschema improviseert Charmatz graag met andere podiumkunstenaars, zoals dichter en hiphopvernieuwer Saul Williams, saxofonist Archie Shepp en trompetist Médéric Collignon. Als performer is hij regelmatig te zien in werk van kunstenaars als Anne Teresa De Keersmaeker en Tino Sehgal. In 2015 toonde hij wellicht zijn meest radicale werk op het Holland Festival, manger.danse de nuit ging in 2016 in première op het La Bâtie-Festival de Genève.