Subtiel en hedendaags operasprookje

Pelléas et Mélisande

Claude Debussy, De Nationale Opera

Het werk wordt gezien als een absoluut hoogtepunt in de operageschiedenis. Pelléas et Mélisande, met zijn dromerige, onheilszwangere sfeer, is de enige opera die Claude Debussy voltooide. De muziek is een spiegel van de sterk beeldende en fijngevoelige taal van het libretto van Maurice Maeterlinck, dat verhaalt over de wrange driehoeksverhouding tussen de halfbroers Golaud en Pelléas en het meisje Mélisande. Zoals in zoveel sprookjes loopt het ook hier niet goed af. De muziek wordt uitgevoerd door het Koninklijk Concertgebouworkest. De titelrollen zijn voor de jonge sterzangers Paul Appleby en Elena Tsallagova. De regie is in handen van de Fransman Olivier Py, die eerder op het Holland Festival te zien was met Benjamin Brittens muziekdrama Curlew River.

synopsis

I
Tijdens een jacht verdwaalt Golaud, kleinzoon van koning Arkel van Allemonde, in het bos. Hij treft bij een bron een angstig, huilend

meisje aan, Mélisande. Wat haar ‒ behalve dat haar kroon in het water is gevallen ‒ is overkomen, wordt niet helemaal duidelijk. Golaud neemt haar mee naar huis.
Twee maanden later vertelt hij in een brief aan zijn halfbroer Pelléas dat hij met Mélisande is getrouwd. Hun moeder Geneviève leest de brief voor aan de vrijwel blinde Arkel. Als teken van instemming met het huwelijk zal Pelléas een licht aansteken op een toren van het kasteel. Als Mélisande is aangekomen, voelen Pelléas en zijn schoonzuster direct een sterke sympathie voor elkaar. Pelléas’ vader is ernstig ziek en ligt in een kamer in het kasteel.
II
Pelléas en Mélisande voeren een gesprek bij een bron in het park. Mélisande speelt met haar trouwring en laat die tot haar schrik in het water vallen. Na een val van zijn paard wordt de gewonde Golaud verzorgd door Mélisande. Hij merkt dat ze haar trouwring niet draagt. Zij zegt dat ze die in een grot aan de kust is kwijtgeraakt. Golaud beveelt haar de ring daar te gaan zoeken, samen met Pelléas. Natuurlijk weten beiden dat ze het sieraad niet in de grot zullen vinden.
III
Voor een open raam kamt Mélisande haar lange haren en laat die naar buiten hangen. Pelléas kust haar lokken, wat wordt gezien door Golaud. Hij waarschuwt hen zulke spelletjes niet meer te spelen. Golaud laat Pelléas en Mélisande bespioneren door zijn zoontje Yniold. Het kind vertelt hem dat zij samen in de kamer staan, kijkend naar het licht.
IV
Pelléas’ vader vermoedt het gevaar waarin zijn zoon verkeert en zegt hem dat hij op reis moet gaan. Tijdens het emotionele afscheid van Mélisande worden zij bespied door Golaud, die Pelléas in een vlaag van jaloezie doodt. Mélisande vlucht.
V
Mélisande heeft een dochtertje gekregen en is nu stervende. Golaud ondervraagt haar over haar relatie met Pelléas. Mélisande weet niet dat Pelléas dood is. Ze verklaart dat hun omgang onschuldig was, verliest het bewustzijn en sterft.

Meer

biografieën

Claude Debussy (1862 - 1918) wordt beschouwd als een grote vernieuwer binnen de klassieke muziek. Zijn bekendste compositie is waarschijnlijk Clair de Lune uit de Suite bergamasque. Debussy

studeerde tussen 1873 en 1886 piano bij Antoine François Marmontel en solvége bij Albert Lavignac. Daarna studeerde hij harmonie bij Émile Duran en korte tijd improvisatie bij Auguste Franck. In 1879 kwam Debussy in contact met madame Marie-Blanche Vasnier. Haar culturele kring werd zeer belangrijk voor de componist. Debussy droeg enkele van zijn vroege liederen aan haar op. Hetzelfde jaar dat hij Vasnier ontmoette reisde Debussy via Florence en Venetië naar Moskou als begeleider van Nadesjda von Meck, de beschermster van Tsjaikovski. In 1884 ontving Debussy de Prix de Rome voor zijn cantate L’enfant prodigue. Tien jaar hierna ging zijn orkestwerk Prélude à l’après-midi d’un faune in première. Dit wordt beschouwd als een van de meesterwerken van de componist. Een ander bekend werk van de Fransman is de opera Pelléas et Mélisande (1893-1902). Dit werk, naar een toneelstuk van de Belgische toneelschrijver Maurice Maeterlinck, betekende een mijlpaal in de ontwikkeling van de Franse muziek. Het is de enige opera die hij ooit schreef.


De Nationale Opera (DNO) staat bekend om haar diverse programmering van zowel klassieke als moderne opera’s en het constant hoge niveau van haar voorstellingen. Met vernieuwende producties, speciaal voor De Nationale Opera gecomponeerde werken en een frisse blik op bekend repertoire wordt deze prachtige kunstvorm levendig gehouden en een plek in de toekomst gegeven. Met Pierre Audi als directeur heeft De Nationale Opera een enorme reputatie verworven in de internationale operawereld en wordt er met grote belangstelling gekeken naar alle nieuwe producties. In 2013 won DNO de internationale Opera Award voor de beste productie van het jaar.


Stéphane Denève studeerde af aan het conservatorium van Parijs en werkte al vroeg in zijn carrière met dirigenten als Georg Solti, Georges Prêtre en Seiji Ozawa. Recent is Stéphane Denève benoemd tot Music Director van de St. Louis Symphony, waarmee hij in 2019/2020 David Robertson opvolgt. Operaproducties leidde hij bij de Royal Opera, bij de Opéra National de Paris, bij De Munt in Brussel, op het Glyndebourne Festival, in la Scala in Milaan en bij De Nationale Opera (L'amour des trois oranges, Dialogues des Carmélites).

Meer

CREDITS

muziek
Claude Debussy
libretto
Maurice Maeterlinck
dirigent
Stéphane Denève
regie
Olivier Py
decor, kostuums
Pierre-André Weitz
licht
Bertrand Killy
assistent-dirigent
Aldert Vermeulen
assistent-regisseur
Clément Debras, Meisje Hummel, Barbara Poll
assistent-decorontwerper
Pierre Lebon
assistent-kostuumontwerper
Mathieu Crescence
repetitoren
Ernst Munneke, Jan-Paul Grijpink,
taalcoach
Nathalie Dang
productieleider
Liesbeth Kruyt
voorstellingsleiding
Merel Francissen
repetitiecoördinatie
Ruud Burgering
editie
Durand Editions Musicales
Pelléas, petit-fils d’Arkel
Paul Appleby
Golaud, petit-fils d’Arkel
Brian Mulligan
Arkel, roi d’Allemonde
Peter Rose
Le Petit Yniold
Tölzer Knabenchor
Een dokter
NN
Mélisande
Elena Tsallagova
Geneviève, mère de Pelléas et Golaud
Katia Ledoux
Een herder
Frederik Bergman
orkest
Koninklijk Concertgebouworkest
koor
Koor van De Nationale Opera
instudering
Ching-Lien Wu
productie
De Nationale Opera
met steun van
Brookfoundation

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR