Kunst als vlucht uit onderdrukking

Nkenguégi

Dieudonné Niangouna

Dit is een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Voor de Congolese schrijver en regisseur Dieudonné Niangouna is kunst ‘een vlucht uit onderdrukking’. Theater is zijn wapen. Zijn werk, waarin Afrikaanse en Europese tradities samenkomen, is gul, poëtisch en vol emotie en humor. Nkenguégi is het laatste deel van een trilogie, waar ook Shéda (Holland Festival, 2013) onderdeel van was. Niangouna toont hierin het falen van een politiek systeem, de onderdrukking van een volk en de barre reis die vluchtelingen dagelijks ondernemen in gammele bootjes over de Middellandse Zee. Tegelijk stelt hij de vraag óf het verhaal van een vluchteling wel in een theater thuishoort. Tien acteurs en twee muzikanten verbeelden een levendige wereld-op-zijn-kop, een reis langs dromen en nachtmerries. Nkenguégi is Niangouna’s staat van de wereld: onsentimenteel, muzikaal en gedreven door een onstuitbare wil om te leven.

Programma

Achtergrondinformatie

De Congolese schrijver en regisseur Dieudonné Niangouna (Brazzaville, 1976) keert terug naar het Holland Festival met een nieuwe voorstelling, Nkenguégi. Dit is het laatste deel van zijn drieluik Le Trilogie des Vertiges (‘De trilogie van de hoogtevrees’), 

waar ook Le Socle des Vertiges (2010) (‘de bron van de hoogtevrees’) en Shéda (Holland Festival, 2013) onderdeel van uitmaakten. Voor Niangouna is kunst ‘een vlucht uit onderdrukking’. Theater is daarbij zijn wapen. In zijn poëtische, gelaagde en bijzonder talige werk komen Afrikaanse en Europese verteltradities samen. Zo ook in Nkenguégi. Niangouna toont het falen van een politiek systeem, de onderdrukking van een volk, en de barre reis die vluchtelingen dagelijks ondernemen in gammele bootjes over de Middellandse Zee richting Fort Europa. Tegelijk stelt hij de vraag óf het verhaal van een vluchteling wel in een theater thuishoort. Dat doet hij op zijn unieke wijze met virtuoze, kaleidoscopische theaterkunst. 

In Nkenguégi werkt een groep toneelspelers aan een hedendaagse theaterversie van het iconische schilderij Le Radeau de la Méduse (1818) van de Franse schilder Théodore Géricault (1791-1824). Dit schilderij – een ijkpunt in de Franse romantiek – verwijst naar een historische gebeurtenis waarbij, na het vergaan van het fregat Méduse voor de kust van Mauritanië in 1816, een groep overlevenden bijna twee weken lang op zee heeft rondgedreven. Van de ruim 147 schipbreukelingen bezweek het overgrote deel door uitdroging en verhongering. Slechts vijftien van hen wisten te overleven dankzij kannibalisme. In Nkenguégi staat dit vlot symbool voor de huidige immigratie-problematiek. Terwijl de theatergroep aan de slag gaat met dit thema komen er in associatieve, droomachtige scènes andere zoekende personages voorbij. Een meisje op zoek naar de ware liefde, een jongetje dat de woestijn bewaakt, een groep idealistische studenten die de wereld wil veranderen, een reiziger aan boord van de Vliegende Hollander, twee Congoleze immigranten die proberen te aarden in Frankrijk, een eenzame man met zelfmoordplannen, en twee geiten die moeten paren tot ze sterven. 

De titel verwijst naar een doornachtige plant met gevaarlijke vlijmscherpe bladeren, die groeit in de wouden en savannes rond de evenaar. In Congo gebruiken herders de Nkenguégi-struiken als natuurlijke barrière om hun vee te behoeden voor roofdieren. De Nkenguégi dient als bescherming én gevangenis, en belichaamt zo een onmogelijke situatie. Niangouna: ‘Welke veiligheid wordt ons echt gegarandeerd? Is dat bescherming door raamwerken, barrières, wetten, codes, waarschuwingen, orders, bevelen, eisen, conventies of besluiten? Welke vrijheid hebben we? De vrijheid om in het huis van de tiran te leven, zodat we niet door de naburige tiran worden opgegeten? Hebben we de keuze om te worden opgegeten door een leeuw of een luipaard? De roofdieren zijn binnen én buiten. Wat is ons alternatief?’

Theatertaal moet volgens Niangouna een drievoudige kwaliteit hebben. Het moet worden geschreven, gesproken en gehoord. Zo combineert hij in zijn werk klassiek Frans, het populaire en poëtische taalgebruik van de grote Congolese schrijver Sony Labou Tansi en de stamtaal en de orale verteltradities van het Lari-volk. Het resultaat is een verrijkte nieuwe vorm van het Frans. De tekst dient voor Niangouna als de beitel van een beeldhouwer, die een beeld schept uit een amorfe steenklomp. In de voorstelling wordt deze tekst als film geprojecteerd en voortgestuwd door de tomtom-ritmes van de muziekgroep Chikadora. De voorstelling toont de politieke confrontatie tussen Noord en Zuid, de politieke verwoesting van de toekomst, en de generaties die daarvoor zijn opgeofferd. Nkenguégi is Niangouna’s kijk op de staat van de wereld: onsentimenteel, muzikaal en gedreven door een onstuitbare wil om te leven. 

Meer

Biografie

Dieudonné Niangouna (Brazzaville, 1976) is een Congolese acteur, schrijver en regisseur. In de vroege jaren negentig begon hij zijn carrière op straat, buiten de vernielde theatergebouwen, waar hij een nieuwe, provocatieve theatertaal uitvond. Nu is hij één van de 

meest prominente Afrikaanse theatervernieuwers. In 1997 richtte hij met zijn broer Criss de theatergroep Compagnie Les Bruits de la Rue op, met als doel het geweld en de woede op de straten van de Republiek Congo te verwoorden. In zijn werk staat een gevoel van urgentie centraal, geboren uit de burgeroorlog in zijn land en de geschiedenis van het Franse kolonialisme.

Als acteur was hij te zien in onder andere Revisor van Nikolai Gogol, Die Ausnahme und die Regel (‘De uitzondering en de regel’) van Bertold Brecht, en La Liberté des Autres (‘De vrijheid van anderen’) van Caya Mackhélé. Zijn eerste eigen producties bij Les Bruits de la Rue waren Colère d'Afrique (‘Afrikaanse woede’), Bye Bye en Carré Blanc. In 2006 regisseerde hij en speelde hij in Dans la Solitude des Champs de Cotton van Bernard Marie Koltès, een stuk dat te zien was in Frankrijk, West- en Centraal-Afrika. Jaarlijks organiseerde Niangouna het Festival International de Théâtre Mantsina Sur Scène in Brazzaville, met uitdagend theater, hedendaagse dans, performances, lezingen en debatten.

Sinds een tijdje kan Dieudonné het land niet meer in, wegens zijn onomwonden kritiek op het regime en door de dreiging van een burgeroorlog. In 2007 maakte hij tijdens het Festival d’Avignon grote indruk met zijn monoloog Attitude Clando. In 2009 keerde hij terug naar Avignon met Les Inepties Volantes. In 2013 was hij samen met Stanislas Nordey artiste associé in Avignon, en debuteerde hij op het Holland Festival met de voorstelling Shéda. In 2014 presenteerde hij een nieuwe productie Le Kung-Fu bij Laboratoire d'Aubervilliers. Deze voorstelling reisde naar het Francophonies in Limousin, het Künstlerhaus Mousonturm in Frankfurt, het Bonlieu Scène Nationale in Annecy, en het Théatre Vidy in Lausanne. Hij is van 2014 tot en met 2017 associate artist bij het Künstlerhaus Monsonturm in Frankfurt. Daar produceert hij zijn meest recente werk, Nkenguéngi

Meer

Focus: democratie

Een aantal festivalkunstenaars kijkt dit jaar naar de problemen waar westerse democratische landen mee te maken hebben. De Franse filosoof Alexis de Tocqueville bewonderde de democratie vanwege de maatschappelijke gelijkheid. Ook zag hij de gevaren ervan.

Regisseur Romeo Castellucci maakt dit jaar La democrazia in America, naar het gelijknamige boek (1835) van De Tocqueville. In The Gabriels beschouwt regisseur Richard Nelson het afgelopen Amerikaanse verkiezingsjaar door de ogen van een doodgewone familie. Andere kunstenaars richten zich op de problematiek in democratische naties, zoals de vluchtelingenkwestie in de voorstellingen van regisseurs Dieudonné Niangouna en Thomas Bellinck. Weer anderen tonen de dreiging van geweld (Demolishing Everything with Amazing Speed), tirannie (Octavia) of het vormgeven aan activisme (The Tempest Society). Filmregisseur Julian Rosefeldt kijkt in Manifesto naar de relatie tussen kunst en samenleving.

We presenteren twee nationale theaterhuizen met elk een eigen staat van de natie: My Country van het National Theatre uit Londen en The Nation van Het Nationale Theater uit Den Haag. Beide voorstellingen tonen een verscheurd land waarin niemand, van politici tot burgers, verantwoordelijkheid lijkt te durven nemen. Ten slotte zijn er voorstellingen waarin democratie in de vorm is doorgevoerd: het publiek kan – als het dat wil – actief betrokken worden, als voorbijganger, deelnemer of activist. Deze kunstenaars moedigen het publiek aan om de aloude hiërarchie tussen het publiek en de artiesten ter discussie te stellen.

Meer

CREDITS

tekst, regie
Dieudonné Niangouna
artistieke samenwerking
Laetitia Ajanohun
technische regie
Nicolas Barrot
videoregie
Wolfgang Korwin, Jérémie Scheidler
stagemanager
Papythio Matoudidi
kostuums
Velica Panduru
maskerontwerp
Ulrich N’Toyo
licht
Thomas Costerg
geluid
Félix Perdreau
creatie en uitvoering muziek
Pierre Lambla, Armel Malonga
coproductie
Théâtre Vidy-Lausanne | MC93 – Maison de la Culture de Seine-Saint-Denis, Bobigny | Künstlerhaus Mousonturm Frankfurt | Le Grand T, théâtre de Loire-Atlantique | La Villette – Parijs
cast
Laetitia Ajanohun, Marie-Charlotte Biais, Clara Chabalier, Pierre-Jean Etienne, Harvey Massamba, Papythio Matoudidi, Daddy Kamono Moanda, Ludovic Louppe, Mathieu Montanier, Criss Niangouna, Dieudonné Niangouna
met steun van
Colline - théâtre national, hulp bij creatie en distributie van de voorstelling door SPEDIDAM, de tekst is gerealiseerd met de steun van Centre National du Théâtre
productie
Cie Les Bruits de la rue
Cie Les Bruits de la rue wordt gesteund door het Ministerie van Cultuur en Communicatie - DRAC Île-de-France
Cie Les Bruits de la rue begeleidt Cie La Contreverse (geleid door Jérémie Scheidler en Marie-Charlotte Biais) als onderdeel van de regeling metgezel ondersteund door DGDA