Nieuwe pianocyclus van George Crumb

Margaret Leng Tan: Cowell, Cage, Crumb

Metamorphoses, Book I (2017) is het nieuwe werk voor versterkte piano van George Crumb, dit jaar focuscomponist op het Holland Festival. Crumb schreef het speciaal voor pianiste Margaret Leng Tan. Hij noemde haar ooit ‘een tovenares op de piano’, zo volledig vertrouwd is ze met de ongebruikelijke klankkleuren en speeltechnieken die hij voorschrijft. Tan maakte furore met een virtuoze uitvoering van Crumbs beroemde cyclus Makrokosmos en werkte lang samen met John Cage, wiens The Perilous Night ook op het programma staat. Daarnaast voert Tan werk uit van Henry Cowell, een van de grondleggers van de Amerikaanse experimentele traditie. Enkele van deze composities worden volledig zonder het gebruik van de pianotoetsen gespeeld. 

Programma

John Cage (1912-1992),
The Perilous Night (1944) 

Henry Cowell (1897-1965)
The Tides of Manaunaun  (1917) 

Aeolian Harp (1923)
The Banshee (1925)
Advertisement (1914/1959)

pauze 

George Crumb (1929)
Metamorphoses, Book I (2017) 

Europese première

Achtergrondinformatie

Henry Cowell, John Cage en George Crumb gelden alle drie als visionaire pianovernieuwers. Stuk voor stuk werkten ze met een breed arsenaal aan experimentele speelwijzen, zogenaamde extended techniques. Hoewel hun pionierswerk inmiddels tot de klassieke avant-garde behoort en hun werk wereldwijd navolging

heeft gevonden, blijven de klankwerelden van Cowell, Cage en Crumb bijzonder. ‘Ieder van hen heeft onmiskenbaar een eigen sound’, aldus Margaret Leng Tan. De pianiste (geboren in Singapore, woonachtig in New York) werkte nauw samen met zowel Cage en Crumb. Tijdens dit concert speelt ze werk van alle drie. 

Henry Cowell staat te boek als de aartsvader van de Amerikaanse experimentele traditie. Die status berust onder andere op zijn frequente gebruik van harmonische clusters, opeenhopingen van aangrenzende tonen die met de vuist of de onderarm tot klinken worden gebracht. Stukken als Advertisement (1914), een verklanking van knipperende neon-reclames op Times Square, en het op Keltische sagen gebaseerde The Tides of Manaunaun (1917) spreken boekdelen. Ook voor The Banshee (1925) en Aeolian Harp (1923) greep Cowell terug op zijn mythologische Ierse wortels. In beide composities laat hij de pianist niet op de toetsen maar rechtstreeks op de snaren spelen, een techniek die hij ‘string piano’ noemde. 

Met zijn prepared piano ging Cowells kortstondige leerling John Cage nog een stap verder in het manipuleren van de pianoklank. Door schroefjes, boutjes, stukjes vilt, rubber en bamboe tussen de snaren te schuiven, wist hij het klavier trefzeker om te vormen tot een eenmans-percussie-ensemble dat een ongekende variëteit aan timbres kon voorbrengen. In The Perilous Night gaf Cage in 1944 op indringende wijze uiting aan zijn worsteling met zijn seksuele geaardheid. Vanwege de sterke autobiografische ondertonen is de zesdelige suite een van zijn meest persoonlijke en expressieve stukken. De compositie had tevens verregaande consequenties voor Cage’s verdere muzikale ontwikkeling. Na negatieve kritieken en het besef dat hij geen invloed had op de hoe een pianist een stuk voorbereid, gooide hij het roer resoluut om, en begon hij een artistieke koers te volgen die werd ingegeven door Zenboeddhisme en toevalselementen. 

Een kleine vier decennia later inspireerde The Perilous Night kunstenaar Jasper Johns tot zijn gelijknamige serie schilderijen, duistere werken waarin flarden van Cage's partituur zijn verwerkt. Componist George Crumb verwijst naar een van deze doeken in zijn gloednieuwe werk Metamorphoses (Book I) (2017). In dit eerste deel van een nieuwe pianoreeks laat Crumb zich inspireren door Moessorgski’s Schilderijententoonstelling. Het zijn muzikale verbeeldingen van tien schilderijen: van Kandinsky’s Blaue Reiter tot Paul Klee's Schwarzer Fürst.

Net als in zijn eerdere pianocyclus Makrokosmos geeft Crumb in Metamorphoses een uitgebreide staalkaart van zijn idioom. De uitvoerder plukt, tokkelt en schraapt over de snaren, zingt en bespeelt daarnaast diverse percussie-instrumenten. In Chagall’s Clowns at Night schrijft Crumb een toy piano voor, een hommage aan zijn muze Margaret Leng Tan, die naam maakte als ’s werelds beste bespeler van de speelgoedpiano.

Meer

Biografieën

Margaret Leng Tan (1945) werd geboren in Singapore en studeerde in New York, waar zij als eerste vrouw haar doctoraatstitel behaalde aan de Juilliard School of Music. Haar ambitie om onderzoek te doen naar de dwarsverbanden tussen Aziatische en Westerse muziek leidde in 1981 tot een nauwe samenwerking met componist 

John Cage, die voortduurde tot diens dood in 1992. Tan geldt als een van de meest vooraanstaande vertolkers van Cage's muziek en maakte diverse opnames van zijn werk voor labels als New Albion Records en Mode Records. Zij redigeerde tevens het vierde deel van de C.F. Peters-uitgave van Cage’s pianomuziek en gaf in 2006 de première van diens toen recentelijk ontdekte Chess Pieces uit 1944.

Als pianiste treedt Tan graag buiten de gebaande paden van de traditionele concertpraktijk. Zij verrijkt haar uitvoeringen met theatrale, choreografische en performatieve elementen en schrikt niet terug voor het gebruik van rekwisieten. Zo bespeelde zij in Alvin Luciers Nothing is Real een theepot en verwierf zijn een grote reputatie als bespeler van de toy piano en andere speelgoedinstrumenten, zoals te horen op haar cd The Art of the Toy Piano (Point Music/Universal Classics). Tan treedt regelmatig op tijdens internationale festivals en was te horen in grote zalen als Lincoln Center en Carnegie Hall. Zij werkte de laatste jaren veel samen met George Crumb, Somei Satoh, Tan Dun, Michael Nyman en Julia Wolfe - componisten die net als zijzelf de conventies van de piano oprekken. 

George Crumb (1929), dit jaar focuscomponist in het Holland Festival, studeerde aan Mason College of Music in zijn geboorteplaats Charleston (West Virginia), waar hij in 1950 zijn bachelor behaalde. Hij zette zijn opleiding voort bij Eugene Weigel aan de Universiteit van Illinois en studeerde na zijn master verder bij Boris Blacher aan de toenmalige Hochschule für Musik und Darstellende Kunst in Berlijn. In 1959 behaalde hij de titel Doctor of Musical Arts bij Ross Lee Finney aan de Universiteit van Michigan in Ann Arbor. In de jaren zestig en zeventig verwierf Crumb bekendheid met composities die wereldwijd werden uitgevoerd door vooraanstaande solisten en ensembles. Het betrof veelal vocale stukken, gebaseerd op de poëzie van Federico García Lorca, zoals Ancient Voices of Children (1970), de vier boeken met Madrigals (1965-69) en Night of the Four Moons (1969).

Belangrijke instrumentale composities zijn onder meer Black Angels (1970), voor elektrisch strijkkwartet, Vox Balaenae (1971), voor elektrische fluit, elektrische cello en versterkte piano, de pianocyclus Makrokosmos (1972–73) en zijn grootste partituur tot dan toe: Star-Child (1977), voor sopraan, solo trombone, kinderstemmen, mannenkoor, klokken en groot orkest. Zijn recente werk omvat onder meer Eine kleine Mitternachtmusik, voor piano solo (2001), de zevendelige zangcyclus American Songbook (2001–2010) en Spanish Songbook (2009), waarvoor hij andermaal teruggreep naar de poëzie van García Lorca. Crumbs muziek kenmerkt zich door de vermenging en contrasterende werking van uiteenlopende muzikale stijlen. Van westerse kunstmuziek, tot hymnen, volksmuziek en muziek uit niet-westerse culturen. Veel van zijn composities bevatten bovendien symbolische, mystieke en theatrale elementen, die tevens doorwerken in de onorthodoxe notatie van zijn partituren. Als docent was Crumb ruim dertig jaar verbonden aan de Universiteit van Pennsylvania. Zijn werk is bekroond met onder meer een Pulitzer Prize (1968) en een Grammy Award (2001). 

Henry Cowell (1897-1965) groeide op in San Francisco (Californië) als zoon van een anarchistische schrijver van Ierse komaf. Hoewel hij als kind geen formeel muziekonderwijs genoot, schreef Cowell als tiener een groot aantal pianostukken, waaronder het vooruitstrevende Anger Dance (1914). Op basis van zijn uitgesproken composities werd hij in 1914 toegelaten tot de Universiteit van Californië in Berkeley, waar hij studeerde bij Charles Seeger en geïnteresseerd raakte in mystiek en theosofie. Na twee jaar zette Cowell zijn opleiding voort in New York bij Leo Ornstein, een radicale futuristische componist-pianist die hem aanspoorde om experimentele speeltechnieken toe te passen in zijn werk.

Al snel baarde hij internationaal opzien vanwege zijn opmerkelijke techniek. Cowell gebruikte zijn vuisten en onderarmen om toonclusters te realiseren aan het klavier en bespeelde vaak rechtstreeks de snaren en het binnenwerk van het instrument. Stukken als The Tides of Manaunaun (1915) en Aeolian Harp (1923) zijn exemplarisch en zijn van grote invloed geweest op componisten als John Cage en Lou Harrison. In kamermuziekwerken als Quartet Romantic (1915–17) en Quartet Euphometric (1916–19) experimenteerde hij met polyritmiek en polytonaliteit, aspecten die hij verder uitwerkte in zijn Concert voor piano en orkest (1928). 

John Cage (1912-1992) was een Amerikaanse avant-gardecomponist. Hij geldt als een van de grootste vernieuwers van de experimentele muziek in de twintigste eeuw. In 1933 studeerde hij in NewYork wereldmuziek bij Henry Cowell en compositie bij Adolph Weiss, als voorbereiding op een studie bij Arnold Schönberg. Cage studeerde in Californië vervolgens twee jaar bij Schönberg, die hem later de enige interessante van zijn Amerikaanse studenten noemde. Cage raakte gegrepen door moderne dans en doceerde aan dansopleidingen in Los Angeles en in Seattle, waar hij zijn latere levenspartner Merce Cunningham ontmoette. In zijn componeren werden ritmiek en klankkleur steeds belangrijker, en in 1940 vond hij de ‘prepared piano’ uit: hij stopte allerlei voorwerpen tussen de snaren van de piano met een grote hoeveelheid aan timbres als resultaat. Hij creëerde hiermee, in zijn eigen woorden: ‘een percussie-orkest voor een uitvoerder.’

Een van zijn eerste werken voor dit instrument, Sonatas and Interludes (1946-1948), werd goed ontvangen. In 1951 leerde hij de I Tjing of het ‘Boek der veranderingen’ kennen, een klassieke Chinese tekst die onder meer wordt gebruikt om voorspellingen te doen. Voor Cage werd de I Tjing zijn voornaamste gereedschap om toevalsoperaties toe te passen bij het componeren. Een van de eerste resultaten van deze nieuwe methode was Music of Changes voor piano solo uit 1951. Het jaar daarop schreef hij het beroemde 4’33”, een werk waarin de uitvoerende gedurende de voorgeschreven tijd geen enkele noot speelt. Ook maakte hij in deze periode een aantal van de vroegste elektroakoestische composities. Vanaf de jaren zestig groeide Cage’s roem. In de jaren tachtig richtte Cage, wiens toevalsmuziek vrijwel altijd een theatrale kwaliteit had gehad, zich bovendien op opera, en uiteindelijk voltooide hij een serie van vijf Europera's. Cage stierf op 12 augustus 1992. In 2012, 100 jaar na zijn geboorte, organiseerde het Holland Festival, waar in de loop der tijd veel van Cage’s werk gespeeld is, een groot retrospectief.  

Meer

Focus: George Crumb

De Amerikaanse componist George Crumb (1929) geldt als één van de belangrijkste muziekvernieuwers van onze tijd. In ieder werk schept hij weer een heel eigen klanklandschap, mede door het gebruik van nieuwe speeltechnieken en muzieknotaties, maar ook 

door niet-westerse elementen in zijn muziek te integreren. Zijn muziek klinkt sfeervol, mysterieus en soms beklemmend, maar is door de beeldende kwaliteiten ervan vaak heel direct toegankelijk. Hij staat midden in de Amerikaanse experimentele traditie, maar noemt net zo goed Bartók, Debussy en Mahler als grote voorbeelden. 

Dit festival krijgt Crumb bijzondere aandacht. In een aantal concerten komen verschillende facetten van zijn werk voorbij: van zijn bekendste compositie, het spectaculaire ‘elektrisch strijkkwartet’ Black Angels (1970) met zijn indringende thematiek, tot de recente en magistrale American Songbook-bewerkingen, waarin bekende melodieën in vervreemdende klanklandschappen worden geplaatst. Van het caleidoscopische orkestwerk A Haunted Landscape (1984) tot de gloednieuwe piano­cyclus Metamorphoses (2017). 

Crumb laat horen dat hij nog altijd één van de eigenzinnigste stemmen in het hedendaagse muzikale landschap is.

Meer

CREDITS

muziek
John Cage, Henry Cowell, George Crumb
piano
Margaret Leng Tan

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR