Ode aan de Zuid-Afrikaanse zangeres Miriam Makeba

Once Upon a Time,
an Iron Rose… «work in progress»

Rokia Traoré

videoclip

inleiding_Diana_YTplayer200x170

‘De eerste internationale ster in de Afrikaanse muziek was een vrouw, dat is belangrijk, maar er wordt niet veel over haar gesproken.’ De wereldberoemde Malinese singer-songwriter Rokia Traoré brengt daar zelf verandering in. In een video met muziek, dans en gesproken woord geeft zij een indruk van haar work in progress: Once Upon a Time, an Iron Rose… Hierin staat haar grote inspiratie, ‘Mama Africa’ Miriam Makeba (1932- 2008), centraal. Makeba was actief in de strijd tegen apartheid. Ze won bovendien als eerste Afrikaanse vrouw een Grammy Award en werd met haar nummer Pata Pata wereldberoemd. In 1990 keerde ze, op verzoek van Nelson Mandela, na dertig jaar ballingschap terug naar haar geboorteland. De veelzijdige Traoré, eerder in het festival te zien in Desdemona van Peter Sellars, brengt een persoonlijke ode aan de legendarische Zuid-Afrikaanse zangeres.

Miriam Makeba, wereldster en strijder voor gelijkheid

Pata Pata, een energiek gezongen nummer op een bijzonder springerig en dansbaar ritme, gezongen in Xhosa, een taal met kenmerkende klik- en plofklanken. Daarmee werd de Zuid-Afrikaanse zangeres Miriam Makeba (Zuid-Afrika, 1932) in 1967 bekend bij een

wereldwijd publiek. Ze had toen al een succesvolle loopbaan achter de rug; op twintigjarige leeftijd verwierf ze nationale faam als zangeres bij de Manhattan Brothers. Een optreden in de documentaire Come Back, Africa – een aanklacht uit 1959 tegen het apartheidsbeleid in Zuid-Afrika – leidde tot uitnodigingen om Europa en de Verenigde Staten te bezoeken. De regering van Zuid-Afrika weigerde haar in 1960 echter een inreisvisum toen ze terug wilde keren voor de begrafenis van haar moeder en trok haar staatsburgerschap in, waarop ze zich begin jaren zestig in de Verenigde Staten vestigde. Daar werd ze al snel ontdekt door zanger en mensenrechtenactivist Harry Belafonte. Onder zijn hoede groeide ze uit tot een ster, met Pata Pata als wereldhit. In 1963 verscheen Makeba voor een comité van de Verenigde Naties dat zich bezighield met apartheid, waarin ze opriep tot een internationale boycot van haar land. Toen ze een jaar na haar succes met Pata Pata trouwde met burgerrechtenactivist en Black Panther-lid Stokely Carmichael zegden grote platenmaatschappijen als RCA en Reprise per direct de contracten die ze met hen had op. Geplande concerten in de Verenigde Staten werden van de ene dag op de andere geschrapt. Makeba besloot Amerika te verlaten en vestigde zich in het Afrikaanse land Guinee, waar ze zich bleef uitspreken tegen het apartheidsregime in haar geboorteland. Ook werd ze afgevaardigde in de Verenigde Naties voor haar nieuwe thuisland. Pas in 1989 mochten haar platen weer verkocht worden in Zuid-Afrika. Het was op uitnodiging van Nelson Mandela, die toen net vrijgelaten was uit zijn gevangenschap, dat ze, na een gedwongen afwezigheid van dertig jaar, terugkeerde naar haar geboorteland.

Miriam Makeba was een van de eerste mensen die Afrikaanse muziek introduceerden bij een westers publiek. Met Harry Belafonte nam ze in de jaren zestig albums op, met een mengeling van traditionele stijlen, voordat ´wereldmuziek´ een begrip werd. Voor An Evening With Belafonte/Makeba won ze in 1966 als eerste Afrikaanse artiest een Grammy. Ze beheerste een breed scala aan stijlen; na de muziek uit de townships en de Zuid-Afrikaanse variant van jazz die haar muziek aanvankelijk kenmerkten, slopen gaandeweg elementen van Afropop, latin en hybride muziekstijlen haar repertoire binnen. Met haar vroege roem bereidde ze de weg voor artiesten als Fela Kuti, King Sunny Adé, Youssou N’Dour en Salif Keita. Vanwege haar sterstatus en voorbeeldfunctie werd ze ´Mama Africa´ genoemd. Ze had niet alleen een voorbeeldfunctie als zangeres; ze trok zich het lot aan van kinderen die met HIV besmet waren, van kindsoldaten en van wezen. Naast prijzen voor haar muziek kreeg ze voor haar strijd tegen ongelijkheid de Dag Hammerskjøld Peace Prize en de Otto Hahn Peace Medal. In 2008 overleed Makeba tijdens een optreden in Italië, net na het zingen van haar voortdurende grote hit Pata Pata.

Meer

biografie

Rokia Traoré (Kati, 1974) is een bekroonde Malinese zangeres, componist, gitarist en multi-instrumentalist. Traoré groeide op als diplomatendochter. Mede door haar nomadische jeugd maakte ze

vroeg kennis met een rijke muzikale wereld, van Ella Fitzgerald, Billie Holiday en Louis Armstrong, tot Richard Wagner, Serge Gainsbourg en The Rolling Stones. Haar identiteit is diep geworteld in de West-Afrikaanse Mandinka-cultuur, maar Traoré behoort echter tot de Bambara-bevolkingsgroep, en is van adel. In deze kringen werd ze niet geacht om de liederen van de griotten te leren en te zingen, en de keuze voor het muzikantenbestaan was zeer ongebruikelijk.

Toch bouwde Traoré vanaf de jaren 1990 aan een succesvolle carrière als muzikant. In 1997 ging ze samenwerken met de bekende Malinese musicus Ali Farka Touré, en won ze de Découverte Afrique Prijs van Radio France Internationale. Een jaar later werd haar debuutalbum Mouneissa lovend ontvangen, dankzij de eigenzinnige visie op Malinese instrumenten en muzikale tradities. Haar tweede album Wanita (2000) werd door de New York Times bestempeld als één van de beste albums van het jaar. Op Bowmboï (2003) werkte Traoré onder meer samen met het Kronos Quartet, en dit album werd bekroond met de prestigieuze BBC 3 World Music Award.

Meerdere succesvolle albums volgen. In 2004 toert ze door Noord-Amerika, en in 2009 wordt ze bekroond met de prijzen Victoire de la Musique en Best Artist bij de Songlines Music Awards. Datzelfde jaar keert ze terug naar Bamako en richt daar het kunstencentrum Fondation Passerelle op. In 2013 is Traoré voor het eerst op het Holland Festival te zien, in Desdemona (2010) van Nobelprijswinnaar Toni Morrison en regisseur Peter Sellars – een muzikale deconstructie van Shakespeare’s Othello.

Meer

CREDITS

concept, regie
Rokia Traoré
choregrafie
Makan Coulibaly, Rokia Traoré
gitaar, zang, dans
Rokia Traoré
dans
Makan Coulibaly
n'goni
Mamah Diabaté
gitaar
Samba Diabaté
balafoon
Joël Massa Diarra
drums
Romeo Djibré
coproductie
Théâtre du Châtelet

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR