Pina Bausch (Le Sacre du printemps)

Profiel

Kort nadat de regisseur van de theaters in Wuppertal, Arno Wüstenhöfer, haar vanaf de herfst van 1973 als choreografe aanstelde, herdoopte ze het ensemble tot het Tanztheater Wuppertal. Onder deze naam, die in het begin weliswaar controversieel was, kreeg het gezelschap geleidelijk aan internationale erkenning. De combinatie van poëtische en alledaagse elementen beïnvloedde de internationale ontwikkeling van de dans op beslissende wijze. Pina Bausch is een van de belangrijkste choreografen van onze tijd, aan wie een aantal van de grootste prijzen en onderscheidingen ter wereld werden toegekend. De Pina Bausch Foundation werd in 2009 kort na het overlijden van Pina Bausch opgericht door haar zoon Salomon Bausch. De in Wuppertal gevestigde liefdadigheidsstichting bezit de rechten op de werken en choreografieën van Pina Bausch en op de decor- en kostuumontwerpen van Rolf Borzik en het uitgebreide Pina Bausch-archief. Het is de taak van de stichting om het oeuvre van Pina Bausch naar de toekomst te brengen, te verspreiden en de uitvoering ervan mogelijk te maken. Het behoud van een choreografisch werk vereist veel meer doorlopend werk dan de meeste andere vormen, omdat het niet eerder wordt gerealiseerd, het is weer weg en moet bij elke voorstelling weer tot leven worden gebracht op het toneel. Het Pina Bausch Archief, dat in de eerste plaats bestaat uit productiedetails en documentatie, dient als kennisbron. Deze bron, gecombineerd met de unieke kennis van het Tanztheater Wuppertal ensemble, vormt de basis voor de verdere uitvoering van de stukken. Voor dit proces is het niet alleen belangrijk om de kennis voortdurend door te geven aan nieuwe dansers, maar ook om mensen te trainen om deze kennis door te geven. In de afgelopen jaren hebben de dansers de rol van stager op zich genomen, waarbij ze de choreografieën rechtstreeks aan de dansers binnen en buiten het Tanztheater Wuppertal overbrengen. Zo werden stukken ingestudeerd bij gezelschappen als het Beierse Staatsballet, het Engelse Nationale Ballet, het Operaballet Vlaanderen en de Parijse Opera. De positieve ervaringen van deze transmissieprojecten hebben de Pina Bausch-stichting ertoe aangezet om haar 10de verjaardag te vieren door naar de toekomst te kijken en te zoeken naar nieuwe vormen en doelstellingen voor de overdracht van de werken van Pina Bausch, waardoor de toegang tot deze werken wordt verbreed, onder de noemer 'Reimagining Transmission'. De Franse danser, choreograaf en danspedagoog Malou Airaudo (Marseille, 1948) stond al op haar achtste op de planken bij de Opéra de Marseille. Op haar zeventiende werd ze ingelijfd bij het Ballet Russe de Monte-Carlo en werd solodanser naast Léonide Massine. In 1968 kwam ze terecht bij het Ballet-Théâtre Contemporain van Françoise Adret. Twee jaar later ontmoette ze Pina Bausch tijdens een werkperiode in New York. Ze keerde terug naar Duitsland, en in 1973 voegde ze zich bij het nieuwe Tanztheater Wuppertal Pina Bausch. Airaudo werd één van de spilfiguren van het gezelschap en gaf gestalte aan rollen in diverse producties, zoals Iphigenie auf Tauris, Orpheus und Eurydike, Café Müller en Le Sacre du Printemps. Daarnaast was Airaudo mede-oprichter van het Parijse dansgezelschap La Main, samen met Jacques Patarozzi, Dominique Mercy, Helena Pikon en Dana Sapiro, en werkte ze samen met choreograaf Carolyn Carlson bij Teatrodanza La Fenice. Van 1984 tot 2018 doceerde ze aan de Folkwang Universität der Künste in Essen-Werden, en in 2012 werd ze benoemd tot hoofd van het Institut für Zeitgenössischen Tanz. Tot haar choreografieën behoren Le jardin des souvenirs, Jane, Je voudrais tant, Black is the color, Schwarze Katze en If you knew. Dat deed ze onder andere bij de Folkwang Tanzstudio, het Ballet de Nancy, de Biënnale van Venetië, Pottporus Renegade Theater, het Ballet de Genève en het Ballet du Nord - Centre Chorégraphique National. Airaudo was eveneens te zien in de films Hable con ella (2002) van regisseur Pedro Almodóvar, en Pina (2011) van regisseur Wim Wenders. De Senegalees-Franse Germaine Acogny (Benin, 1944) staat bekend als de ‘moeder van de moderne Afrikaanse dans’. Acogny volgde een opleiding aan de École Simon Siegel in Parijs, en richtte in 1968 haar eerste dansstudio op in Dakar. Daar creëerde ze haar eigen techniek voor hedendaagse Afrikaanse dans. Ze combineerde dansinvloeden van haar grootmoeder, een Yoruba-priesteres, met haar kennis van traditionele Afrikaanse en occidentale dansen (klassiek en modern), die ze had opgedaan in Parijs en New York. Van 1977 tot 1982 was Acogny artistiek directeur van Mudra Afrique, opgericht door Maurice Béjart en de Senegalese president Leopold Sedar Senghor. Na de sluiting van Mudra Afrique volgde ze Béjart naar Brussel en bleef zich profileren als danser en choreograaf. In 1985 belandde ze in Toulouse en richtte daar, samen met haar Duitse echtgenoot Helmut Vogt, het dansinstituut Studio-École-Ballet-Théâtre du 3è Monde op. In 1995 keerde ze terug naar Senegal om een internationaal educatiecentrum voor traditionele en hedendaagse Afrikaanse dans op te zetten - dat werd École des Sables. Drie jaar later richtte ze een eigen gezelschap op, Jant-Bi, en in 2006 kwam daar een apart vrouwenensemble bij, Jant-Bi Jigeen. Het jaar daarop was ze medeverantwoordelijk voor de choreografie van Bintou Were, een Sahel Opera (Holland Festival, 2007). Acogny ontving diverse prestigieuze onderscheidingen, onder andere de Commandeur de l'Ordre des Arts et des Lettres (2009) van de Franse Republiek. In 2018 won ze een Bessie Award voor de solo Mon élue noire – Sacre no.2, deels geïnspireerd op Bausch’ Le Sacre du Printemps. École des Sables is een internationaal centrum voor traditionele en hedendaagse Afrikaanse dans, een school voor theoretisch en praktisch onderwijs, een laboratorium voor onderzoek, en een ruimte voor ontmoetingen en uitwisselingen, conferenties en artistieke verblijven. De school is gewijd aan professionele opleidingen voor dansers uit heel Afrika in traditionele en hedendaagse Afrikaanse dansen. Het doel is om de Afrikaanse dansers te professionaliseren, zodat ze kunnen leven van hun kunst, en om de communicatie en samenwerking tussen dansers, choreografen en gezelschappen uit Afrika en met de rest van de wereld te bevorderen; kortom, om de hedendaagse Afrikaanse dans te ontwikkelen en te promoten. Sinds 1998 organiseert de school regelmatig professionele opleidingen voor dansers en choreografen uit Afrika, de Afrikaanse diaspora en de rest van de wereld. École des Sables werd in 1998 opgericht door Germaine Acogny en haar man Helmut Vogt. Germaine Acogny is de voormalige directeur van Mudra Afrique (1977-1982), een pan-Afrikaanse school die door Leopold Sedar Senghor en Maurice Béjart is opgericht met als doel een professionele opleiding te geven aan Afrikaanse dansers en burgers om hen via de kunst verantwoordelijk en autonoom te maken. Sadler's Wells is een toonaangevende creatieve organisatie, gevestigd in Londen, die zich inzet voor het maken van dans, met meer dan drie eeuwen aan theatraal erfgoed. Sinds 2005 heeft Sadler's Wells bekroonde dansproducties, coproducties en tourneeprojecten gemaakt in samenwerking met zijn portfolio van Associate Artists en internationale dansgezelschappen en partners. Dat zijn onder meer Russell Maliphants meervoudige prijswinnende productie PUSH met Sylvie Guillem; Crystal Pite's Polaris met Thomas Adès; Gravity Fatigue, geregisseerd door modeontwerper Hussein Chalayan; Sutra van Sidi Larbi Cherkaoui en beeldhouwer Antony Gormley; Michael Keegan-Dolans Swan Lake / Loch na hEala; producties van Carlos Acosta's gezelschap Acosta Danza; Natalia Osipova's Pure Dance; Botis Seva's BLKDOG en William Forsythes A Quiet Evening of Dance. Sadler's Wells speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de dans en brengt vernieuwende en inspirerende werken naar een wereldwijd publiek. In de afgelopen 14 jaar heeft het 48 producties gemaakt die door meer dan 2 miljoen mensen zijn genoten. Sadler's Wells producties hebben een tournee gemaakt naar enkele van de meest prestigieuze theaters en festivals ter wereld, zoals het Sydney Opera House, het Lincoln Centers White Light Festival in New York, het National Centre for Performing Arts in Beijing en het Chekhov International Theatre Festival in Moskou. In 2020 vindt de wereldpremière plaats van vier nieuwe grote producties: Message In A Bottle, een Sadler's Wells en Universal Music UK productie van Kate Prince, gebaseerd op de songs van Sting; Nico Muhly: Drawn Lines, met Britten Sinfonia en werken van Julie Cunningham, Michael Keegan-Dolan en Justin Peck; Enter Achilles van Lloyd Newson, gecoproduceerd met Rambert; en Le Sacre du printemps / common ground[s] in samenwerking met de Pina Bausch Foundation en École des Sables.