o.a. Claudio Monteverdi

Profiel

In 2001 verwerft Nübling nationale bekendheid bij Staatstheater Stuttgart met het hooligandrama I furiosi, een voorstelling naar de gelijknamige roman van de Italiaanse auteur Nanni Balestrini. Met deze voorstelling wint hij de eerste prijs op het Hamburger Festival in de categorie Politiek Theater. Een jaar later wordt hij uitgenodigd op het Berliner Theatertreffen met zijn enscenering van Henrik Ibsens John Gabriel Borkman, een voorstelling die door het vakblad Theater heute wordt aangegrepen om Nübling uit te roepen tot Jonge Regisseur van het Jaar. In 2006 regisseert hij zijn eerste opera, Carmen, voor de Staatsoper Stuttgart. Zijn enscenering van Händl Klaus’ Dunkel lockende Welt (2006) bij de Münchner Kammerspiele wordt geselecteerd voor het Berliner Theatertreffen en de Mülheimer Theatertage. Nübling werkt geregeld samen met de Britse toneelschrijver Simon Stephens en heeft meerdere van diens stukken in Duitse versies opgevoerd, zoals Herons en Pornography. In 2010 maakt Nübling bij Toneelgroep Amsterdam de meertalige voorstelling Ubu (2010). Vanaf het seizoen 2013/2014 is hij bovendien regisseur bij het Maxim Gorki Theater. Hier maakte hij zijn debuut met Es sagt mir nichts, das sogenannte Draußen van Sibylle Berg, een voorstelling die door Theater heute in 2014 werd uitgeroepen tot Theatervoorstelling van het jaar. Nüblings enscenering van Der Untergang der Nibelungen - The Beauty of Revenge was vorig jaar te zien tijdens het Holland Festival.  Ives Thuwis (1963, Sint-Niklaas) studeerde aan de Dansacademie van Tilburg waar hij in 1987 zijn diploma behaalde. In 1992 maakte Thuwis zijn eerste eigen choreografie (Royaal lyrisch). Sindsdien was hij verantwoordelijk voor meer dan veertig dansproducties voor verschillende podia en theaters in Europa. De laatste vijftien jaar richtte hij zich hoofdzakelijk op het werken met jonge mensen voor een jong publiek, zoals Verliefd/Verloren (1994) voor het Holland Festival. In 2009 ontving hij, samen met Brigitte Dethier van het Junges Ensemble Stuttgart, de Duitse Faust-theaterprijs in de categorie 'Beste Regie im Kinder- und Jugendtheater'. Thuwis werkte voor onder meer de Kopergietery in Gent, het Forum Freies Theater in Düsseldorf, het Junges Ensemble Stuttgart, voor Jeugdtheater Dschungel in Wenen en Theater Gessner Allee te Zürich. Sinds 2011 maakt hij bovendien deel uit van theatercollectief Nevski Prospekt. Ook werkte hij in 2011 voor het eerst samen met regisseur Sebastian Nübling. Na Sand, een coproductie van het Junges Theater Basel en het Schauspielhaus Zürich, en Fallen voor het Maxim Gorki Theater in Berlijn, is Melancholia hun derde gezamenlijke project.  Dirigent en klavecinist Andrea Marcon (Treviso, 1963) specialiseerde zich in oude muziek aan de Schola Cantorum Basiliensis en studeerde verder bij dirigenten als Luigi Ferdinando Tagliavini, Hans van Nieuwkoop, Jesper Christensen, Harald Vogel en Ton Koopman. In 1980 en 1997 stond hij aan de wieg van de Sonatori de la Gioiosa Marca en het Venice Baroque Orchestra, gezelschappen die zich ontwikkelden tot toonaangevende spelers binnen de authentieke uitvoeringspraktijk. Sinds 2012 is hij bovendien artistiek directeur van het Orquesta Ciudad de Granada. Sinds de oprichting van La Cetra is Marcon nauw verbonden aan het Baselse barokorkest. In 2009 nam hij het artistiek directeurschap over van Peter Reidemeister. In samenwerking met de Schola Cantorum organiseerde hij onder meer uitvoeringen van Monteverdi's Orfeo, Vivaldi's Orlando furioso en Charpentiers Médée in het Theater Basel. Marcon trad op in vrijwel alle grote concertzalen in Europa en Amerika en werkte veelvuldig samen met solisten als Magdalena Kožená, Anna Prohaska, Cecilia Bartoli, Patricia Petibon, Philippe Jaroussky, Giuliano Carmignola en Viktoria Mullova. Naast zijn werkzaamheden bij La Cetra wordt hij regelmatig uitgenodigd door grote symfonieorkesten als de Berliner Philharmoniker, het Deens Radio Symfonieorkest en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. Zijn vaste platenlabel Deutsche Grammophon bracht de afgelopen jaren diverse cd's van hem uit. Marcon doceert sinds 1997 klavecimbel aan de Schola Cantorum Basiliensis en is als gastdocent verbonden aan de conservatoria van Amsterdam, Kopenhagen, Londen, Lyon, Hamburg, Seoul en Tokio.  De Engelse countertenor Tim Mead (Chemsford, 1981) zong als jongenssopraan in het koor van Chemsford Cathedral. Tijdens zijn studies aan de Universiteit van Cambridge was hij actief in het King's College Choir en volgde hij zanglessen bij countertenor Charles Brett. Hij voltooide zijn zangopleiding bij Robin Blaze aan de Royal College of Music in Londen. In 2005 maakte Mead zijn operadebuut bij de Opéra de Lyon, waar hij de rol van Ottone vertolkte in Monteverdi's l'Incoronazione di Poppea. In 2006 maakte hijvoor het eerst zijn opwachting tijdens het Gyndebourne operafestival met de titelrol in Händels Giulio Cesare. In 2008 zong hij in Harisson Birtwistle's opera The Minotaur, die dat jaar in première ging bij het Royal Opera House. Afgelopen concertseizoen was Mead onder meer te horen als Oberon in Benjamin Brittens A Midsummer Night's Dream tijdens het Glyndebourne operafestival. Eerder was Mead in Amsterdam te horen met de titelrol in Theo Loevendies The Rise of Spinoza en zong hij bij Opera Vlaanderen in Philip Glass' Akhnaten. Als concertzanger heeft Mead een voorkeur voor barokmuziek. Hij voerde tal van Händel-oratoria uit met gezelschappen als het New York Orchestra, het Orchestra of the Age of Enlightment en Concerto Köln. Daarnaast zong hij in Bachs Weinachtsoratorium en diens Matthäus Passion met onder meer De Nederlandse Bachvereniging. Hij werkte samen met dirigenten als Ivor Bolton, William Christie, Ottavio Dantone, Paul Goodwin, Emmanuelle Haïm, Vladimir Jurowski, Marc Minkowski en Masaaki Suzuki.  Barokorkest La Cetra werd in 1999 opgericht door dr. Peter Reidemeister, toen tevens directeur van de Schola Cantorum Basiliensis, het Zwitserse instituut voor oude muziek. De naam van het gezelschap verwijst naar de antieke lier of zither en is ontleend aan de titel van Antonio Vivaldi's Vioolconcerten opus 9, die in 1727 werden gepubliceerd in Amsterdam. Het merendeel van de musici van La Cetra bestaat uit alumni van de Schola Cantorum. Daarnaast werkt het ensemble nauw samen met de onderzoeksafdeling van het instituut die het mogelijk maakt om de concertprogrammering af te stemmen op actuele musicologische inzichten. Zo werd recent ontdekt werk van componisten als Brescianello, Venturini en Paisiello meteen toegevoegd aan het repertoire van het orkest, dat grofweg een periode omspant van de vroeg zeventiende eeuw tot de vroege romantiek. Behalve met artistiek directeur Andrea Marcon werkt La Cetra geregeld samen met gastdirigenten als Jordi Savall, René Jacobs en Attilio Cremonesi. Ook treedt het orkest geregeld op met solisten al Andreas Scholl, Vivica Genaux, Magdalena Kožená, Patricia Petibon en Giuliano Carmignola. De omvang van het orkest wordt bij iedere uitvoering bepaalt door het repertoire en de specifieke gelegenheid en kan uiteenlopen van een klein consort tot een volledig orkest met koor en solisten.