.

Profiel

Barokcomponist George Frideric Handel (1685-1759) wordt als een van de grootste componisten – samen met Johann Sebastian Bach – van zijn tijd gezien. Handel componeerde meer dan 600 werken, waarvan vele nog steeds worden uitgevoerd. In 1728 richtte Handel samen met Johann Jacob Heidegger de New Royal Academy of Music te Londen op, een nieuw operagezelschap dat na het faillissement van de oude Royal Academy of Music het Londens publiek voorzag van Italiaanse opera. Handel verbleef toen al zo’n zestien jaar in Londen en was het jaar daarvoor tot Engelsman genaturaliseerd. Als operacomponist was hij op dat moment de onbetwiste nummer één in de Britse hoofdstad. Hij componeerde Orlando voor het vierde seizoen van de New Royal Academy of Music. De première vond plaats in het King’s Theatre op 27 januari 1733, met nieuwe kostuums en decors, wat niet onopgemerkt bleef in een tijdperk waarin operakostuums en -decors steeds werden hergebruikt. Verbluffende scenische effecten waren erg in trek en mochten niet ontbreken in een magische opera als Orlando met tal van transformaties. Handel had voor Orlando een uitstekende cast tot zijn beschikking, met de castraat Senesino als Orlando (de laatste grote rol die Handel voor hem schreef), Anna Strada del Pò als Angelica, Francesca Bertolli als Medoro, Celeste Gismondi als Dorinda en de diepe bas Antonio Montagnana in de rol van magiër Zoroastro. De tekst is een bewerking van een ouder libretto van Carlo Sigismondo Capece, gebaseerd op het zestiende-eeuwse Orlando furioso van Ludovico Ariosto, dat eerder al door Domenico Scarlatti op muziek was gezet. Met Orlando slaagde Handel erin om de Ariosto-stof in drie bedrijven te vatten. Deze psychologische karakterstudie, waarin de liefdeswaan centraal staat, is een van Handels origineelste en rijkste opera’s.