associate artist
Gisèle Vienne

Ervaringen die ervoor zorgen dat het lichaam de geest bevraagt

Gisèle Vienne_500x625

Gisèle Vienne (Charleville-Mézières, 1976) is een Frans-Oostenrijkse beeldend kunstenares, choreografe en theatermaakster. Na haar studie filosofie volgde ze een opleiding tot poppenspeler aan de École Supérieure Nationale des Arts de la Marionnette.
In haar werk komen veel elementen samen. Dezelfde talloze elementen die de werkelijkheid omvatten, kunnen op het podium bestaan: beelden, lichamen, beweging, geluiden, licht, woorden... Vienne gebruikt een eclectische verscheidenheid aan technieken om al deze aspecten tot hun recht te laten komen. Bijzonder opvallend is de karakteristieke en fantasierijke manier waarop ze allerlei figuren – van poppen en marionetten tot muzikanten en acteurs – tegelijkertijd samen op het podium laat verschijnen. Dit geeft haar werk iets vervreemdends, waardoor het onderscheid tussen aanwezigheid en afwezigheid niet langer vanzelfsprekend is. Haar voorstellingen laten het publiek diep geraakt achter: de nawerking blijft vaak nog enige tijd hangen en wordt wel omschreven als een soort ‘trip’.

 

Vienne zet met haar werk vraagtekens bij onze percepties en sociale constructies en probeert die percepties te laten verschuiven. In A world that needs ceaseless reconstruction (‘Een wereld die behoefte heeft aan voortdurende reconstructie’, gepubliceerd als onderdeel van Why Theatre van Milo Rau) schrijft ze:

 

‘Kunst, inclusief theater, moet een plek zijn waar we tekens, de articulatie van die tekens en alles wat we waarnemen, ontleden, waar we de geconstrueerde realiteit kunnen bevragen en door elkaar schudden. Het is een pseudo-realiteit: het resultaat van een gezamenlijk gecreëerde representatie van de werkelijkheid, variërend van sociale normen tot de constructie van onze waarnemingen. Dit proces van ontleding en deconstructie moet ruimte bieden om nieuwe hypotheses en mogelijke interpretaties van de wereld te ontdekken, en ondertussen voortdurend onze relatie met de bewegende wereld in twijfel te trekken.’*


Samenwerkingen

Vienne werkt nauw samen met veel andere kunstenaars en beschouwt als theaterregisseur elke voorstelling die ze maakt als een vorm van samenwerking. Ze hecht daarbij veel belang aan de inbreng van alle betrokkenen en aan de wijze waarop iedereen elkaar beïnvloedt. Zo werkt ze al heel lang samen met onder meer de Amerikaanse schrijver Dennis Cooper en musici Peter Rehberg en Stephen O'Malley. Haar producties hebben tot verschillende publicaties geleid, en van verschillende voorstellingen is de oorspronkelijke muziek ook als album uitgebracht.


Muziek

De grote liefde voor en kennis van muziek, die Vienne als kind opdeed tijdens haar lessen in klassieke en hedendaagse muziek, heeft zich uitgebreid tot industriële experimentele en elektronische muziek. Dat laatste zien we bijvoorbeeld terug in de regelmatige samenwerking met makers van zinderende metal en elektronische muziek. De band KTL, bestaande uit Peter Rehberg en Stephen O'Malley, werd gevormd tijdens hun eerste samenwerkingsproject, Kindertotenlieder. Zelf omschrijven ze deze live muziekcomponent in Viennes voorstellingen als een ‘nieuwe samenwerking die de parallelle werelden van Extreme Computer Music en Black Metal absorbeert’.

 
Teksten
Samen met Dennis Cooper verkent Vienne onze waarnemingssystemen via verhalen waarin geweld, seksualiteit en dood een centrale rol spelen. Na I apologize (2004) maakten ze Une belle enfant blonde (2005), Kindertotenlieder (2007), Jerk (2008), Last Spring: A Prequel (2011), The Pyre (2013), The Ventriloquist Convention (2015) en Crowd (2017). Van hen beiden verschenen ook twee boeken: Jerk / Through Theirs Tears en 40 portraits.

Wanneer we in theater en dans – beide kunstmatige constructies – onze cultureel geconstrueerde percepties verkennen, bevragen we ook de door dergelijke perceptiesystemen gecreëerde en genaturaliseerde macht die we willen veranderen. Kunst reproduceert de hiërarchie van wat gezien en begrepen kan worden, van wat al dan niet wordt gehoord, wat belangrijk wordt geacht, groot of klein. Maar net als alle wetenschappen is ook kunst een plek waar die hiërarchie en de bijbehorende onderdrukkende instituties fundamenteel ter discussie kunnen worden gesteld om na te denken over hoe we sociale verandering teweeg kunnen brengen.

 
Lichaamsfilosofie

De kunst van Vienne weerspiegelt haar interesse en achtergrond in filosofie. Vienne ervaart theoretische kennis als te beperkt. Ze onderzoekt daarom hoe via fysieke ervaring kennis kan worden ontwikkeld en ze verkent haar ideeën verder via intuïtie en lichaamswerk. Vienne: ‘de zintuiglijke ervaring van de wereld biedt een fantastisch en onmisbaar instrument om onze kennis te vergroten en het autoritaire misbruik ervan aan de kaak te stellen’.


Vrijwel direct na het afronden van haar studie belandde ze in de danswereld, een omgeving die voorop loopt waar het gaat om filosofische vragen over het lichaam en de representatie daarvan. Over het onderscheid dat de samenleving maakt tussen lichaam en geest zegt ze bijvoorbeeld: ‘Denken komt voort uit het lichaam. Deze opvatting – en ook de westerse overtuiging dat het denken superieur is aan het lichaam – maakt dat mensen niet langer luisteren naar hun lichaam. Hoewel dat ons veel te zeggen heeft, hebben ze daar minder aandacht voor of wantrouwen ze het. Dat beperkt onze kennis daarover, en niet alleen onze historische, maar ook onze huidige kennis.’


‘Waar het om gaat, is dat we ruimte geven aan het lichaam en aan de uitdrukking van onze emoties. Dat we nadenken over de ontwikkeling van onze intelligentie door te vertrouwen op de intelligentie van het lichaam, op de subversieve relatie van het lichaam met autoriteit en de dominantiespelletjes die inherent zijn aan onze sociale normen en structuren die leed kunnen veroorzaken. Opdat we meer gaan begrijpen over de autoriteitsrelatie die er kan bestaan tussen het mentale en het fysieke cognitieve systeem. Alleen door dergelijke dialogen te voeren met het lichaam en onze emoties, en door die autoriteitsrelatie te ontmantelen, kunnen we onze kennis ontwikkelen.’*


De ervaring van de tijd
Tijd is een terugkerend filosofisch concept dat Vienne in haar werk verkent. Een van haar inspiratiebronnen is de filosoof Henri Bergson, die in zijn Essai sur les données immédiates de la conscience (in het Nederlands vertaald als ‘Tijd en vrije wil. Essay over de onmiddellijke gegevenheden van het bewustzijn’) en in Matière et mémoire (‘Materie en geheugen’, essays over bewustzijn en verandering) verschillende dimensies van tijd verkent. In het heden bestaan de herinnering aan het verleden en fantasieën over de toekomst naast de ervaring van het moment zelf. In onze beleving bestaan al deze verschillende tijden tegelijkertijd. De verschillende temporaliteiten maken deel uit van de gelaagde composities van Vienne, die hun formele articulatie en de ervaring van het heden mogelijk maakt. Dat heden bevindt zich tussen het werkelijke en het gefantaseerde en wordt met name gevormd wordt door herinnering, door het verleden en de verwachte toekomst.

Poppen en lichaamsrepresentatie
Mensachtige figuren zoals marionetten, (etalage)poppen en maskers zijn een terugkerend kenmerk in het werk van Vienne. Staande of zittende poppen hebben veel gemeen met de acteurs met wie ze het podium delen, maar het feit dat ze onbeweeglijk zijn, creëert een intrigerende spanning tussen leven en dood, tussen aanwezigheid en afwezigheid. Behalve in haar theaterwerk, komen de poppen ook voor in haar installaties en fotografie.

Door de grenzen te laten vervagen tussen menselijke aanwezigheid en afwezigheid, tussen fictie en wat in haar werk als werkelijkheid wordt gezien, tussen al die verschillende en verweven lagen die deel uitmaken van de ervaren werkelijkheid, vestigt zij de aandacht op de complexe realiteit buiten het theater, waar via sociale conventies een culturele constructie van onze identiteit en onze onderlinge relaties wordt gevormd.

‘Theater begint met alles wat we zo diep in onszelf geïntegreerd hebben en dat we als zodanig in praktijk kunnen brengen, welbewust, of zonder dat we erover nadenken, of zonder ons er überhaubt van bewust te zijn. (...) De relatie die ik heb met de lichamen die ik ensceneer – hoe ze verschijnen, hun stemmen en bewegingen, de wijze van belichaming of ‘ontlichaming’, hun aanwezigheid en afwezigheid – stelt me in staat een dialoog aan te gaan met de culturele constructies die ons op een diep niveau vormen.’*

Identiteit
Identiteit is een sleutelbegrip voor Vienne. In haar werk laat zij zien dat identiteit een essentieel en ‘genaturaliseerd’ voortbrengsel is van het sociale en normatieve theater waarin we allemaal leven, of we ons daar nu bewust van zijn of niet. In haar bijdrage aan de bundel Why Theatre van Milo Rau omschrijft Vienne de samenleving als een ‘sociaal en normatief theater’ en onze identiteit als een ‘geïnstitutionaliseerde en genaturaliseerde culturele creatie. Wat ze bedoelt is dat onze identiteit – opgebouwd uit elementen als gender, sociale klasse en raciale identiteit – niet natuurlijk en autonoom is. Identiteit is een structuur die het resultaat is van normen en van externe sociale druk: een door cultuur gevormde perceptie, een pseudo-realiteit. Een gemeenschappelijk geconstrueerde perceptie is nodig om onze ervaringen te kunnen uitdrukken en met anderen te delen. Dat is welisaar een hypothese, en hypotheses kunnen kantelen of veranderen in niet minder reële of valide hypotheses, maar uiteindelijk kan dit mogelijk maatschappelijke structuren veranderen. Cultureel geconstrueerde percepties kunnen ons als ‘natuurlijk’ worden voorgehouden, en houden daarmee een machtssysteem in stand dat politieke belangen dient. Vienne ziet theater als een plek die de geconstrueerde ‘pseudo-realiteit’ buiten het theater ter discussie stelt, en als een kans om beweging en verandering in onze waarnemingssystemen teweeg te brengen. Want dat is waar kunst goed in is. 

Jeugdcultuur
Vienne’s gerichtheid op sociale identiteit en emotie sluit aan bij haar interesse in jeugdcultuur en bijbehorende muziekculturen, zoals de techno-scene in Crowd of de metal-scene in Kindertotenlieder. Ze ziet adolescentie en vroege volwassenheid als het moment waarop de sociale druk toeneemt en identiteit zich begint op te dringen. Op deze leeftijd worden mensen aangezet een gevestigd pad te volgen en dat kan er gemakkelijk toe leiden dat ze valse verwachtingen scheppen voor zichzelf. Vienne: ‘Mensen hebben het altijd over de gierende hormonen van pubers, maar het echte probleem is de externe maatschappelijke druk die binnendringt in je intieme ruimte en je identiteit waar je op die leeftijd mee aan het worstelen bent’. 

Vienne merkt dat mensen zich hier in toenemende mate bewust van worden. ‘Vooral de huidige jongere generaties zijn zich er steeds meer van bewust dat sociale en politieke identiteiten niet op zichzelf staan. Ze begrijpen dingen die voor oudere generaties wellicht nog steeds lastig te doorzien zijn, omdat ze zo diep zijn ingesleten en geïnternaliseerd.’

Vienne laat zich inspireren door twee hedendaagse filosofen met een vergelijkbare interesse in deze ontwikkelingen: Wendy Brown en Elsa Dorlin. Brown richt zich in haar politieke filosofie op het diagnosticeren van moderne en hedendaagse politieke machtsformaties en benoemt de bedreigingen die dergelijke machtsformaties vormen voor de democratie. Dorlin analyseert de ontwapeningsmechanismen van specifieke lichamen in relatie tot een verleden van raciale en gendergerelateerde dominantierelaties. 

Emoties en aannames onderzoeken
In haar kunst richt Vienne zich op specifieke aspecten van de menselijke identiteit en onderlinge relaties. Door verhalen en onderwerpen te kiezen die over intense emoties gaan en vormen te bedenken die ons waarnemingssysteem uitdagen, nodigt Vienne haar toeschouwers uit hun eigen emoties en aannames te onderzoeken. Dat kan, gezien de innerlijke perspectiefverschuivingen die dat mogelijk teweegbrengt, zowel verontrustend als opwindend zijn. In haar onderzoek naar menselijke waarneming onderzoekt ze ook hoe verschillende zintuiglijke ervaringen een gewijzigde geestestoestand kunnen bewerkstelligen. De intensiteit van het werk laat het publiek diep geraakt achter en moedigt ons aan onze kennis te ontwikkelen. ‘Om nieuwe artistieke vormen uit te vinden, moet je proberen nieuwe talen te bedenken, talen die ons in staat stellen de wereld anders te lezen en ons er anders toe te verhouden.’ 

Vienne: ‘Ik probeer dat te bereiken door verschillende interpretatieniveaus naast elkaar te zetten, die zelfs met elkaar in conflict kunnen komen of in tegenspraak zijn met elkaar. Door verschillende vormtalen naast elkaar te zetten. Door mijzelf en anderen aan te moedigen de tekens te bevragen die worden toegepast in het hart van de enscenering en in hoe die zich ontvouwt. Door ervaringen te ondergaan waarbij het lichaam de geest bevraagt, door te experimenteren en door gebreken en barsten in onze lezing van de wereld voor het voetlicht te brengen. Zoals Bernard Rimé dit in zijn inspirerende tekst Emotions at the service of Cultural Constructions (‘Emoties in dienst van culturele constructies’) analyseert: ‘(...) emoties zijn toestanden die gebreken signaleren in de anticipatiesystemen van het subject, of met andere woorden, in aspecten van de door het subject gehanteerde modellen over hoe de wereld werkt.’* 


*Citaten uit Gisèle Vienne’s essay ‘A world that needs ceaseless reconstruction’ (‘Een wereld die onophoudelijke reconstructie nodig heeft’), haar bijdrage aan de door theatermaker Milo Rau samengestelde bundel Why Theatre.