associate artist
Ryuichi Sakamoto

Ryuichi Sakamoto_portrait © nss (zakkubalan)Wie het cv van Ryuichi Sakamoto (1952, Tokio) bekijkt, valt van de ene verbazing in de andere. De Japanse componist woont en werkt afwisselend in Tokio en New York en werkt al zijn hele carrière samen met de meest uiteenlopende kunstenaars wereldwijd – zijn werk overstijgt lands- en genregrenzen. De een kent hem misschien van zijn upbeat synthesizergeluid met de Japanse popformatie Yellow Magic Orchestra uit de jaren 70. De ander kent hem van zijn ingetogen minimalistische pianospel en van composities die hij schreef voor films als The Last Emperor (1987) en The Revenant (2015). Weer een ander kent hem als de acteur naast de jonge David Bowie in Merry Christmas, Mr. Lawrence (1983) van Nagisa Oshima, waarvoor hij ook de soundtrack schreef. 

Van Debussy tot Kraftwerk
Kunst en cultuur waren altijd vanzelfsprekend aanwezig in Sakamoto’s jeugd. Met een vader die redacteur was voor beroemde Japanse schrijvers, groeide hij op tussen de boeken en ging hij naar een van de meest liberale scholen in Japan, waar veel aandacht werd besteed aan kunst en muziek. Vanaf zijn derde jaar speelt hij piano en al op jonge leeftijd werd Claude Debussy een van zijn grote voorbeelden. Volgens Sakamoto opende de Franse componist de deur tot alletwintigste-eeuwse muziek. Daarbij beschrijft Sakamoto diens muziek als niet uitgesproken ‘oosters’ of ‘westers’: ‘Aziatische muziek heeft Debussy sterk beïnvloed en Debussy heeft mij sterk beïnvloed. Dus de muziek gaat de wereld rond en de cirkel is compleet,’ vertelt hij in een interview met The Guardian. Maar daar bleef het niet bij. Sakamoto luisterde óók graag naar The Beatles en The Rolling Stones, naar free jazz zoals van John Coltrane en naar de Duitse elektroband Kraftwerk.

Yellow Magic Orchestra
Tegen de tijd dat Sakamoto in de jaren zeventig van de vorige eeuw aan de Universiteit van Tokio de opleidingen Compositie en Etnomusicologie volgde, reikte zijn interesse dus al veel verder dan de West-Europese klassieke muziek. Toen hij op de universiteit de synthesizer ontdekte, raakte hij daardoor gefascineerd en begon al vroeg met uiteenlopende muziekstijlen, genres en technologieën te experimenteren. In die tijd speelde hij in jazzbands en vormde hij samen met Haruomi Hosono en Yukihiro Takahashi de Japanse synthesizerformatie Yellow Magic Orchestra, met de bedoeling om ‘het westerse idee van exotisch te ondermijnen’. Sakamoto was de geschoolde componist en ‘de denker’ van de drie en kreeg als bijnaam ‘de professor’. Met hun elektronische experimenten in de jaren zeventig liepen ze vooruit op housemuziek zoals die pas in de jaren tachtig opkwam. Het nummer Behind The Mask (1978) werd een wereldhit en werd later gecoverd door Eric Clapton en door Michael Jackson. 

Samenwerkingen
Samenwerken is een tweede natuur voor Sakamoto, die niet per se zelf in het middelpunt wil staan. Hij zet zijn talent veelvuldig in voor kunstprojecten van anderen. Behalve voor filmregisseur Bernardo Bertolucci – voor wie hij naast The Last Emperor ook soundtracks voor The Sheltering Sky (1990) en Little Buddha (1994) componeerde – maakte Sakamoto filmmuziek voor meer dan dertig films, variërend van Pedro Almodovars High Heels (1991) tot Oliver Stone’s Wild Palms (1993) en Alejandro González Iñárritu’s The Revenant (2015). Verder werkte de componist samen met muzikanten als David Sylvian, Iggy Pop en David Byrne en met beeldend kunstenaars zoals de Zuid-Koreaanse videokunstenaar Nam June Paik en de Japanse ‘mist-beeldhouwster’ Fujiko Nakaya. Recent werkte hij samen met geluidskunstenaars Alva Noto, Christian Fennesz, Christopher Willits en Taylor Deupree. Zijn recente album async werd onder de titel async remodels geremixt door grote namen in de elektronische muziek zoals OPN, Arca, Johann Johannson en Yves Tumor. 

Met gemak schakelt Sakamoto tussen uiteenlopende culturen, genres en media. In de documentaire CODA (Stephen Nomura Schible, 2017) legt hij uit waarom hij juist het maken van filmmuziek zo opwindend en uitdagend vindt: ‘ik vervul de visie van iemand anders, maar die beperkingen kunnen ook een bron van inspiratie zijn.’ 

Eigenzinnig
Naast die vele samenwerkingen blijft Sakamoto zijn eigen werk maken, waarbij hij zo mogelijk nog experimenteler en eigenzinniger te werk gaat. Op zijn tweede soloalbum B-2 Unit uit 1980 is hij zijn tijd ver vooruit; met name het nummer Riot in Lagos wordt gezien als een voorloper van de electro- en technomuziek, die later opkomt, en inspireert vervolgens ook hiphop-artiesten. Sakamoto ziet en hoort verbanden tussen verschillende genres en met zijn grote belangstelling voor elektronische muziek, jazz en klassiek blijft hij voortdurend nieuwe dingen uitproberen. Vanuit die nieuwsgierige basishouding weet hij ook steeds weer interessante andere makers aan zijn projecten te verbinden, terwijl hij tegelijkertijd hij een groot en enorm divers publiek bereikt. Zo schrijft hij in 1992 de muziek voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Barcelona, waar wereldwijd meer dan een miljard mensen naar kijken. Aan zijn multimediale opera LIFE (1999), in samenwerking met Shiro Takatani, werken ook grootheden mee als Pina Bausch, Bernardo Bertolucci, Salman Rushdie en de Dalai Lama. In 2001-2003 brengt hij twee cd’s uit als eerbetoon aan de Braziliaanse bossanova-componist Antonio Carlos Jobím. En met cellist Jacques en zangeres Paula Morelenbaum maakt hij onder de groepsnaam Morelenbaum2/Sakamoto Casa en A Day in New York (2003), uitgeroepen tot Top Jazz Records of the Year’ in de New York Times en London Times. Zijn muzikale reikwijdte – van klassiek tot jazz, pop, techno en ambient – lijkt eindeloos. 

Kanarie in een kolenmijn
Behalve multi-getalenteerd is Sakamoto ook erg begaan met de wereld. In CODA vertelt hij: ‘Mijn bezorgdheid over de milieuproblematiek begon rond 1992 op te spelen. Kunstenaars en musici voelen zulke dingen in een vroeg stadium aan, als kanaries in een kolenmijn. (...) die bezorgdheid begon mijn werk te beïnvloeden.’ Voor zijn album Chasm onderzoekt hij in 2004 bovendien ‘de uitzichtloze asymmetrie’ in de wereld; de kloof tussen noord en zuid, rijk en arm. Ook bezocht hij Fukushima en het rampgebied na de tsunami en kernramp in 2011, richtte hij liefdadigheidsorganisaties op en organiseerde hij het jaarlijkse muziekevenement NO NUKES tegen kernenergie, waaraan veel bekende Japanse artiesten deelnamen. 

In 2014 werd Sakamoto door de diagnose keelkanker gedwongen om pas op de plaats te maken. Maar de ziekte motiveerde hem ook om nieuw werk te maken en om zijn idealen om te zetten in muziek. Al snel na de behandeling componeerde hij samen met de Duitse beeld- en geluidskunstenaar Alva Noto de muziek voor de Oscar-winnende film The Revenant, waarin ze naast muziek ook veel natuurgeluiden verweefden. Sakamoto werkte al eerder veelvuldig samen met Alva Noto. Tussen 2002 en 2011 maakten ze samen vijf albums. In 2006 brachten zij insen live op het Holland Festival. 

Luisteren zonder oordeel
Ook in zijn eigen muziek verwerkt Sakamoto steeds meer geluiden die op het eerste gehoor niet direct met muziek te maken hebben, zoals goed te horen is op het album async (2017). Geïnspireerd door onder meer filmmaker Andrej Tarkovski en componist John Cage, die eens zei dat ‘geluiden zichzelf moesten kunnen zijn’, neemt Sakamoto omgevingsgeluiden in de natuur en op straat op en behandelt die als muziek: 'Alle geluiden zijn onvermijdelijk. Elk straatgeluid heeft een reden om er te zijn. Mensen nemen de vrijheid om te bepalen welke geluiden goed en slecht zijn. Iedereen zou naar geluiden moeten luisteren zonder vooroordelen.’ Daarmee gaat hij dus in tegen het idee dat muziek synchroon moet zijn en binnen strenge ordeningsprincipes moet passen. Zo ontstaat er meer ruimte voor suggestie en experiment: ‘Het is de menselijke natuur om te synchroniseren (...) Ik wil juist muziek maken die niet synchroniseert. Alsof je spreekt in een taal die niet bestaat.’

Japanse tradities
Ondanks die behoefte aan voortdurende vernieuwing, verdiept Sakamoto zich op latere leeftijd steeds meer in Japanse tradities. Hij groeide weliswaar op in Japan, maar kreeg de Japanse traditionele cultuur, die in die naoorlogse periode met het fascistische verleden geassocieerd werd, niet met de paplepel ingegoten. Vanaf zijn vijftigste begon hij naar eigen zeggen aan een herontdekking van dit cultuurgoed. Hij zegt daarover in een special voor de Japan Times: ‘Toen ik in Japan woonde, merkte ik alleen de slechte aspecten van het land op. (...)  Ik hield niet echt van Japan, maar toen ik emigreerde, begon ik de goede kant meer te waarderen....’ Ook vindt hij in het Japanse No-theater elementen die verrassend goed aansluiten op zijn eigen ideeën over tijd en synchroniciteit. Voor zijn meest recente werk TIME, opnieuw een opera in samenwerking met Shiro Takatani, laat hij zich hierdoor inspireren. 

Bescheidenheid
In tegenstelling tot de popmuziek, die hem op het wereldtoneel lanceerde, richt Sakamoto zich in zijn latere carrière steeds meer op vaak woordeloze muziek waarin zijn reactie op wereldproblematiek als het consumentisme van de 21e-eeuw doorklinkt. 

Sakamoto’s werk is bekroond met onder meer een Oscar, twee Golden Globes, een Grammy, de Orde van de Cavaleiro Admissão van de regering van Brazilië en de Ordre des Arts et des Lettres van de Franse regering. Toch blijft hij bescheiden, zoals blijkt uit een van zijn laatste projecten: incomplete is een serie muziekvideo’s op YouTube die Sakamoto maakte in samenwerking met diverse bevriende artiesten – van de Duitse Alva Noto tot de Iraaks-Britse Khyam Allami – in reactie op de Covid19-pandemie. Hij deelde de video’s gratis met de mededeling: ‘In deze tijden waarin de dingen niet "normaal" zijn, wilde ik mijn gevoelens vastleggen. Ik nodigde een paar bevriende muzikanten uit om dit samen met mij te doen. Ik wilde de resultaten met jullie allemaal delen.’