interview met
Claire de Ribaupierre & Massimo Furlan,
makers van Dans la forêt

door Wilson Le Personnic

‘ZO'N INTENSE ERVARING, DIE WILLEN WE GRAAG DELEN’ 


portret Furlan_RibaupierreHet bos is altijd een bron voor de verbeelding geweest, soms is het een gevaarlijke plek, soms een schuilplaats of een plaats waar je avonturen beleeft. De grote Amerikaanse schrijver-natuuronderzoeker Henry David Thoreau verwoordt in zijn werk voortdurend zijn niet te stillen verlangen naar de natuur en zijn onmiskenbare fascinatie voor het bos. In zijn essay Walking schrijft hij: ‘Als ik me wil ontspannen, ga ik op zoek naar het donkerste, meest ondoordringbare en onafzienbare bos, en, voor de stedeling, het meest lugubere moeras. Ik ga een moeras binnen alsof het een heilige plek is – een sanctum sanctorum – daar is de kracht, de diepe kern van de Natuur’. Met Dans la forêt bieden Claire de Ribaupierre en Massimo Furlan een heel bijzondere fysieke en zintuiglijke ervaring: die van een boswandeling bij maanlicht. Als je in stilte door een dicht en donker bos loopt, je oren gespitst om ook maar het minste geluid uit de omgeving op te vangen, ontstaat in de duisternis en in de sterk geprikkelde verbeelding van de wandelende toeschouwers een fantasielandschap. Een ontmoeting. 

Jullie werken al bijna twintig jaar samen. Hoe heeft zich dat samen schrijven door de jaren en door de verschillende projecten heen ontwikkeld?
Claire de Ribaupierre (CdR): ‘We leven samen en we werken samen. En alles is zo nauw met elkaar verbonden dat je soms moeilijk kunt zeggen waar het samenleven ophoudt en het werken begint, wanneer en hoe een project ontstaat, wie wat doet in het ontstaansproces. Projecten krijgen gestalte door dromen, door de dialoog. Meestal staan de namen van ons beiden onder de stukken, omdat we tijdens het proces voortdurend van rol en van standpunten wisselen, we zijn beiden helemaal opgenomen in de “flow” van het creatieve proces. Maar als je zou moeten proberen te beschrijven hoe we samenwerken en welke rol elk van ons doorgaans heeft, is het Massimo die het beeld bedenkt en realiseert en ook het plan, terwijl ik meer de dramaturg ben, omdat ik de bouwstenen voor het verhaal, voor de structuur van het toneelstuk of project aandraag. Soms staat alleen Massimo's naam als regisseur of performer onder bepaalde projecten, bijvoorbeeld bij performances als International Airport (2004), Tunnel (2015) en alle performances die verbonden zijn met zijn persoonlijke herinneringen en zijn belangstelling voor voetbal en re-enactment.’ 

Als jullie terugkijken, zien jullie dan een of meerdere leidmotieven in jullie samenwerking? 
Massimo Furlan (MF): ‘We hebben het nooit zozeer over de vorm. Soms wisselen we van de ene esthetische vormgeving naar een andere, van het ene onderwerp naar het andere, maar we proberen onszelf altijd weer te confronteren met de vraag hoe het werkt in het theater. Toen ik aan de kunstacademie begon met de studie tekenen en schilderen, werkte ik rond het thema herinnering. In dezelfde tijd schreef Claire een proefschrift over archiefmateriaal en over boeken die ze gelezen had, onder andere van William Faulkner en Claude Simon, en dat heeft enorm bijgedragen aan de manier waarop ik over mijn werk nadacht. Toen ik daarna begon met het maken van performances, heb ik onderzoek naar het geheugen gedaan, vooral naar aanleiding van mijn eigen levensverhaal. Die interesse is nu nog steeds aanwezig in ons werk. In die voortdurende aandacht voor het levensverhaal komt ook de interesse naar voren voor het verhaal en voor de verhalen van mensen. Daarbij denk ik vooral aan Hospitalités (2017) en Les Italiens (2019). Voor dat laatste stuk hebben we gewerkt met Italiaanse gepensioneerden die elkaar dagelijks ontmoeten op het terras van Théâtre Vidy-Lausanne om kaart te spelen. Door deze ‘documentaire-projecten’ zijn we regelmatig gaan samenwerken met mensen die niet beroepsmatig bij het theater betrokken zijn. We hebben dat ook gedaan met breindeskundigen, bijvoorbeeld in onze stukken Concours Européen de la chanson philosophique (2019) en Les Héros de la pensée (2012), waar onder meer filosofen, theoretici en antropologen aan meewerkten.’ 
CdR: ‘Dus ja, je kunt zeggen dat we leidmotieven hebben in ons werk: het thema van het individuele en collectieve geheugen, dat van de gemeenschap en de samenleving en ook het thema van denkwijzen en de overdracht daarvan.’ 

Jullie nieuwe werk Dans la forêt lijkt een dringend antwoord op de actualiteit te zijn en resoneert sterk met zowel de gezondheidscrisis als de milieucrisis. Kunnen jullie iets meer vertellen over het ontstaan van dit project? 
MF: ‘Hoewel het project een antwoord lijkt te zijn op de actualiteit en het helemaal ‘corona-compatibel’ is, is het ontstaan voordat de coronacrisis uitbrak. Het is overigens het eerste deel van een drieluik. Sinds een aantal jaar doe ik aan wandelen en hardlopen. Daar ben ik mee begonnen rond 2006, als voorbereiding op mijn performance Numéro 10, waarin ik in het Parc des Princes de bewegingen van Michel Platini naspeel tijdens de halve finale van het wereldkampioenschap voetbal 1982. Ik reproduceer heel precies alles wat hij gelopen heeft, zijn gebaren, enzovoorts. Ik ben geen danser, dus dit is een performance waarop ik me een aantal maanden lang fysiek heb moeten voorbereiden. Ik ben begonnen met hardlopen in de bossen boven Lausanne en ik heb toen nogal wat paden ontdekt waar ik nog steeds kom om te lopen. Vervolgens zijn Claire en ik ook samen in het bos gaan wandelen. Parallel aan die eigen activiteit zijn we begonnen aan de Travelling-projecten. Hierin nemen we kleine groepen toeschouwers mee buiten het theater, in de bus, trein of boot om naar speciale plekken te gaan. In het kader van die projecten stoppen we soms en gaan we een eindje wandelen... En zo zijn Claire en ik op een keer ’s nachts gaan wandelen in het bos. Dat was zo'n intense ervaring, die wilden we graag delen.’
CdR: ‘Het simpele idee om in stilte te lopen, te observeren, je eigen gedachten de vrije loop te laten, een landschap in het donker te ontdekken door er doorheen te wandelen, dat leverde echt een ervaring op waar we graag een project van wilden maken. Met dit project kun je zintuigen inzetten die je in het theater maar weinig gebruikt, zoals de reuk, de tastzin, de positiezin, de verbeelding en natuurlijk het gehoor, en in dit geval ook nachtblindheid... En we hebben deze ervaring omgewerkt tot een artistieke daad die je deelt, die je samen beleeft.’ 

Het is niet voor het eerst dat jullie een stuk in situ of voor een bepaalde plek hebben gemaakt. Wat zijn voor jullie de uitdagingen van zo'n wandeling, buiten het fysieke theater? 
MF: ‘Omdat ik oorspronkelijk niet uit de theaterwereld kom, heb ik me altijd de vraag gesteld wat je als voorstelling kunt brengen en wat daarvoor als theater kan dienen. Daarbij aansluitend is het voor mij essentieel om de vraag waar je een voorstelling ensceneert om te keren. Ik ben goed bekend met de technische mogelijkheden van toneel, licht, geluid, ruimte. Dan is het heel stimulerend om te ontdekken wat allemaal als toneel kan dienen. Wij hebben performances gedaan op onder meer een luchthaven, in een caravan, een tunnel, een voetbalstadion en een trein. We zien die plaatsen niet als een decor, maar meer als een middel om iets over te brengen. In 2018 hebben we Travelling gepresenteerd in Athene en ik herinner me dat we op een bepaald moment uit de bus zijn gestapt en naar een verlaten stadion zijn gegaan in het centrum van Faliro, waar tijdens de Olympische Spelen van Athene in 2004 de wedstrijden beachvolleybal gehouden zijn. Met dat soort bijzondere ervaringen kun je veel complexere fysieke en zintuiglijke ervaringen creëren, kun je anders kijken naar de omgeving, veel intenser.’ 

Dans la forêt vindt plaats diep in het bos, ver van de stad, in het donker. Hoe is het thema ’natuur’ in jullie onderzoek terechtgekomen? 
CdR: ‘Ik denk dat de thema's milieu en natuur al een aantal jaren in ons werk aanwezig zijn, bijvoorbeeld bij de in situ-projecten, waarover Massimo zojuist vertelde. Maar we hebben die ideeën ook gebruikt in Les Héros de la pensée en in Après la fin, le Congrès (2015), een performance met historici, antropologen en filosofen die allemaal hetzelfde driedelige kostuum en een doodshoofdmasker dragen. Gedurende 26 uur (1 uur voor elke letter van het alfabet) spreken zij tegen ons over hoe de wereld was voor een catastrofe alle leven op aarde uitroeide. Ze improviseren op woorden die wij uitgezocht hebben, vaak de namen van bewoners van de aarde: de rivier, de forel, de duif, de mier, de wolf, de wilg, de wind etc. Het is heel mooi om te zien hoe elk van hen vanuit zijn of haar vakgebied spreekt over de wezens om ons heen, over hun eigenschappen, over hun manier van leven. Maar het vraagstuk van het milieu is tegenwoordig een essentieel thema en de kunstenaar werkt ook met “dat wat gebeurt”. De aandacht daarvoor is zo urgent dat de thema's natuur en ecologie tegenwoordig als vanzelfsprekend in heel veel artistieke projecten aan de orde komen.’ 
MF: ‘Het bewijst ook dat de milieuproblematiek bijzonder zorgwekkend is. Dat we een project rond het bos wilden maken, is ook een gevolg van het feit dat ik er uiteindelijk niets over weet. Als ik in een bos ben, kan ik niet eens twee soorten bomen benoemen. Door ontmoetingen met boswachters heb ik geleerd dat het op dit moment eigenlijk heel slecht gaat met onze bossen. Ik ben er regelmatig te vinden en voel me er prettig, maar ik realiseer me niet dat ze achteruitgaan. Door van binnenuit naar het bos te kijken kun je zien dat er een spectaculaire verandering gaande is en dat de toestand steeds ernstiger wordt.’ 

Hoe hebben jullie je bij het schrijven laten ondersteunen?
CdR: ‘Onze eigen ideeën zijn aangevuld met gesprekken met antropologen, filosofen, gedragsbiologen en etnologen, die behoren tot de stroming van het ecologisch denken, en met het lezen van hun werk. Ik denk daarbij vooral aan Vinciane Despret, met wie we meerdere keren hebben samengewerkt, en haar boeken over dieren Etre bête, Habiter en oiseau, aan Philippe Artières en zijn essay Le dossier sauvage, waarin het gaat over mensen in de 19e en 20e eeuw die ervoor gekozen hebben om in afzondering te leven, in het bos. Ook aan David Abram, een Amerikaans filosoof en ecoloog, auteur van The Spell of the Sensuous, aan Robert Harrison en zijn boek Forêts: promenade dans notre imaginaire, aan Baptiste Morizot die zich in zijn onderzoek voornamelijk richt op de relatie tussen de mens en de andere levende wezens, Manières d’être vivant. En ten slotte ook aan Peter Wohlleben, bosbouwkundig ingenieur en schrijver. Hun boeken zijn duidelijk van invloed geweest op onze kijk op de bossen, ze hebben onze gevoeligheid ten opzichte van die omgeving vergroot. En onder andere deze boeken hebben bijgedragen aan de korte teksten van onze gids-acteur die een aantal keren het woord neemt om onder woorden te brengen wat we op dat moment meemaken. Verder hebben we natuurlijk geput uit onze eigen ervaringen en belevingen: het donker maakt je gehoor scherper, versterkt je angsten en al snel brengt deze ervaring ons terug naar onze jeugd en naar onze beleving van het donker, de angst voor de nacht, bang zijn voor de wolf... Die verbeelding is enorm sterk. Ik herinner me dat ik de eerste keren steeds heel erg op mijn hoede was, bijna angstig. Maar uiteindelijk na een paar nachtwandelingen, realiseer je je dat er in het bos geen bedreiging schuilt, tenminste niet van dieren.’ 
MF: ‘Uiteindelijk bieden we een vrij eenvoudige ervaring, maar wel een die je bijna niet in je eentje kunt herhalen, omdat je het terrein moet kennen en ook vanwege het gevoel van veiligheid die een groep geeft, de solidariteit die daaruit voortvloeit. Je beleeft echt een heel intense, bijna unieke ervaring. We hebben geprobeerd een route uit te zetten die optimaal profiteert van de ruimte om ons heen, zodat we ons volledig kunnen richten op het bos, op dat wat daaruit tevoorschijn kan komen. Stilte was daarom een allereerste vereiste. Daardoor kun je je afsluiten, maar stilte creëert ook een extreem sterk gevoel van gemeenschappelijkheid: je bent je er echt van bewust dat je deel uitmaakt van een groep en dat je van elkaar afhankelijk bent. Deze ervaring roept enorm veel vragen op rond het begrip toeschouwer, wie er kijkt en wie er bekeken wordt...’ 

Dans la forêt is het eerste deel van een drieluik over de manier waarop wij de aarde bewonen en bewerken. Kunnen jullie iets meer zeggen over de uitdagingen en de ideeën op langere termijn voor dit project? 
MF: ‘Op dit moment verkeren de andere twee projecten nog in de conceptfase. Wat we al wel kunnen zeggen, is dat het tweede deel van het drieluik zal gaan over het thema jager en visser. Daarbij aansluitend onderzoeken we ook het idee van het roofdier, de relatie met de prooi, het landschap, eenzaamheid, het spoor, het wachten... We willen via verhalen van mensen vragen stellen bij dit soort praktijken en waarschijnlijk krijgt het stuk vorm op een theaterpodium. Maar er staat niets vast. Het laatste deel zal gaan over onze relatie met de aarde, vooral over het werk van boeren, boerinnen en agrariërs.’ 
CdR: ‘Voor het laatste deel van het drieluik willen we graag samenwerken met mensen uit de agrarische sector, maar ook met acteurs en actrices die ervaring hebben met zowel het toneel als met het land, die met hun handen werken, in contact met dieren of planten. Het is een werk van lange adem, waarvoor veel ontmoetingen nodig zijn, waarvoor we veel op pad zullen moeten, veel zullen moeten lezen...’ 

Dit interview verscheen oorspronkelijk in november 2020 op maculture.fr


Dans la forêt
23 september - 9 oktober
Smithuyserbos, Hilversum
meer informatie & tickets