toelichting Pierrot lunaire

Pierrot lunaire_300x450 (22)THE SICK MOON
You dark moon, deathly ill,
Laid over heaven’s sable pillow,
Your fever-swollen gaze
Enchants me like alien melody.
You die of insatiable pangs of love,
Suffocated in longing,
You dark moon, deathly ill,
Laid over heaven’s sable pillow.
The hotblooded lover
Slinking heedless to the tryst
You hearten with your play of light,
Your pale blood wrung from torment,
You dark moon, deathly ill.

Mimmi Fulmer, Ric Merritt
naar Albert Giraud

Lua doente (‘Zieke maan’)

Indeed, it is only from such detailed work
that worlds can be created. It is only
from an overall view of all the details –
the looks, gestures, bodies, objects, colours,
and sounds – that a universe can emerge.

Pierrot lunaire verhaalt over de zwerversjaren van de gelijknamige figuur. Met elkaar gaan we, allemaal samen, de hele wereld, op reis. ‘De manestraal is het roer, De waterlelie dient als boot’, zoals het heet in het twintigste gedicht Heimfahrt (‘Thuisreis’). We begeleiden Pierrot op zijn tocht, want de Pierrot in ons allen heeft de anderen nodig in deze gemeenschappelijke ceremonie. Het is onze eigen zoektocht. In plaats van samen te komen om Pierrot lunaire te horen en te zien, worden we allemaal onderdeel van deze reis. 

Arnold Schönbergs Pierrot lunaire, Op. 21 is gebaseerd op drie maal zeven gedichten van de Belgische auteur Albert Giraud. De in 1884 verschenen gedichtencyclus Pierrot lunaire: Rondels Bergamasques omvat veel meer teksten; Schönbergs keuze voor 21 gedichten zou niet alleen op toeval berusten. In 1892 publiceerde de dichter Otto Erich Hartleben een Duitse vertaling van de Franse gedichten, die als een zelfstandig poëtisch werk worden beschouwd. Dit werk diende op zijn beurt als uitgangspunt voor de compositieopdracht van zangeres en voordrachtskunstenares Albertine Zehme aan Arnold Schönberg voor een muzikaal melodrama, een instrumentaal begeleide, theatrale voordracht. Albertine Zehme schrijft zelf over haar plan voor een nieuwe klankrede: ‘Ik verlang geen vrijheid van denken, maar vrijheid van geluid! (...) Om onze dichters, om onze componisten tot uitdrukking te brengen, hebben we beide nodig, zowel de zang als de spraak. Het onophoudelijke zoeken naar ultieme uitdrukkingsmogelijkheden voor “artistieke ervaringen in klank” heeft mij deze noodzaak bijgebracht.’ (Uit het programmaboekje van een voordracht van de Pierrot lunaire-gedichten in 1911). 

Vanavond zien we alle betrokkenen als zichtbare, choreografische figuren op het podium - maar dat was zeker niet zo bij de première in 1912. Eduard Steuermann, student van Schönberg en pianist, beschrijft hoe opdrachtgeefster Albertine Zehme eiste dat zij als enige op het podium zou staan. Steuermanns zus Salka Viertel voegde als anekdotisch detail toe: ‘Omdat de fluitist kaal was, verzocht mevrouw Zehme Schönberg met klem dat niemand anders dan zijzelf zichtbaar voor het publiek zou zijn. Schönberg ontwierp vervolgens een ingenieus systeem van schermen dat de muzikanten verborg, maar mevrouw Zehme wel in staat stelde zijn dirigeerstokje te zien.’ De muzikanten konden alleen worden gezien als vage silhouetten, als verhulde reflecties, verbeeldingen, zoals het mannetje in de maan. Wij echter zien alle uitvoerenden op het toneel midden in de zaal, als onder een microscoop die alles vergroot en elk detail zichtbaar maakt. Zijn zij allemaal Pierrot? Zijn wij allemaal Pierrot? Vanavond is er geen schuilplaats - ook het publiek is overgeleverd aan eigen wederzijdse observaties. Bovendien leidt de zitopstelling rondom het toneel tot een zeer individuele beeld- en geluidsbeleving. Iedereen ziet wat anders. Iedereen mist wat om iets eigens en bijzonders te kunnen horen en zien. 

Uitgaande van Schönbergs cyclus, die ons bij wijze van spreken ook als wegwijzer dient, gaan we op zoek naar een wereld die onderhevig is aan eigen regels. Maar dit universum is al inbegrepen in het uitgangspunt! We onderzoeken daarom veeleer wat er in Pierrot lunaire te vinden is, wat erop wacht op te worden ontdekt. Het gaat dus niet om terloops iets toe te voegen, maar om diep in de materie te duiken en onze ontdekkingen om te zetten in de verschillende talen van kostuum- en toneelbeeld, muziek en choreografie. Hoe dompel je jezelf onder in de wereld van Pierrot lunaire? Wie is Pierrot? Een uitvoerig, associatief visueel onderzoek in de aanloop naar de repetities leidde tot een grote verscheidenheid aan beelden: Pierrot lunaire als ruimtevaarder? Als reflectie? Als priester? Tientallen beeldvondsten vormen het uitgangspunt voor een spel van visuele verbeelding als inspiratie voor de choreografische verbeelding van de muziek. 

Schönberg ontwerpt een veeleisende en minutieuze partituur in Pierrot lunaire. Het continue beluisteren van de klankcyclus maakt voortdurend nieuwe ontdekkingen mogelijk en ontsluit de muzikale en thematische compactheid van de compositie. Om dicht bij het verhaal te komen, zijn kleine vensters nodig, die we deze avond samen moeten vinden en openen - de ervaring kan daarom alleen maar subjectief en open zijn. In het repetitieproces was het bijzonder belangrijk om de precisie van de compositie te verkennen. Slechts met dit precisiewerk kunnen werelden worden geschapen. Alleen uit het overzicht van alle details – blikken, gebaren, lichamen, voorwerpen, kleuren en klanken – kan een universum groeien. Een spel met details dat een veelvoud aan werelden creëert die naast elkaar kunnen bestaan zonder ze te hoeven ontcijferen. Veeleer vullen observaties elkaar aan: een ruimteschip? Een opnamestudio? Een ziekenhuis voor instrumenten? Er is geen sprake van een verlangen naar verduistering of verwarring, of van een weerzin tegen helderheid, maar er is eerder een begeerte naar beeldenrijkdom en precieze details. Het gaat er niet om je aan een interpretatie te onttrekken, maar juist om belang te hechten aan ambiguïteit, daaraan veelzijdige interpretaties te ontlenen, meerdere lagen aan het werk toe te voegen en daarmee kijk- en luistermogelijkheden te bieden. Alles kan meerdere dingen tegelijk zijn, ook wij zelf. 

Wat zo opmerkelijk is aan Schönbergs compositie is de nauwkeurigheid waarmee hij teksten en muziek laat samengaan! De notaties moeten exact worden gevolgd om te begrijpen hoe de muziek de klankschildering en het ritme van de woorden oppakt. Spraakbeeld, woordklank, muziek en ritme versmelten tot één klankwereld. Zou de tekst niet ook zonder woorden begrijpelijk zijn? Schönberg maakt het ons gemakkelijk als we op zijn precisie vertrouwen, aangezien hij zelf de intenties en gevoelens in de muziek verwerkte, zoals hij zelf schreef in zijn Berlijnse dagboek (maart 1912): ‘De klanken worden een welhaast dierlijk directe uitdrukking van sensuele en mentale bewegingen. Bijna alsof alles rechtstreeks overgedragen wordt.’ Het geeft veel vrijheid om Schönbergs notaties, en ook de geweldige totaaldramaturgie, te eerbiedigen en om de vrije ruimte eromheen te benutten. In de pauzes geeft hij ons alle vrijheid. Wie heeft er op welk moment een speelpauze? Bepalend in de compositie zijn ook de door Schönberg nauwkeurig aangegeven pauzes tussen de delen, we hoeven ze slechts aan te houden. 

Door de eeuwen heen kreeg de figuur van Pierrot, vooral in de Italiaanse en Franse taalgebieden, steeds weer nieuwe eigenschappen. Hij heeft een lange traditie in de commedia dell'arte en wortelt in carnaval en straattheater, waar wereldwijd ook vandaag de dag nog verwante figuren te zien zijn. Pierrot ontpopt zich als een sociale afstammeling van de radicaal onafhankelijke nomade, die zich aan disciplinair toezicht onttrekt, die verder trekt zodra hij in het gareel moet worden gebracht. Pas in de 19e eeuw schiep de pantomimespeler Jean-Gaspard Deburau Pierrot lunaire als een wit geschminkte, melancholische figuur in lichte, wapperende gewaden. Wat is Pierrot aan gene zijde van deze traditie? In Pierrot lunaire is Pierrot gevangen, alsof het verlangen om zijn natuur te vervullen hem doet lijden. Alsof hij aan een vorm moest voldoen die hij niet meer kon invullen. Misschien is Pierrot een droomfiguur, een voorstelling van onszelf die wij oproepen, om te kunnen uitbreken? 

Pierrot draagt een tegenstrijdig masker: een lach met een traan. Is deze façade een expressie van zijn binnenkant? Voor wie draagt hij dit masker? Voor zichzelf? Wij kunnen allemaal waarnemers van onszelf zijn - en op deze avond worden we elkaars publiek. We kunnen Pierrot weerspiegeld terugvinden in onze eigen gezichten, in ons eigen bestaan. Wie is Pierrot als hij niet Pierrot lunaire is, zonder de witte schmink? Hebt u ooit de rug van Pierrot lunaire gezien? Men zou zich kunnen voorstellen dat hij twee identieke voorkanten heeft. Zijn rugzijde is even verborgen als de donkere kant van de maan. Er kunnen ook geen afbeeldingen van een ongeschminkte Pierrot bestaan – Pierrot zou ophouden te bestaan. 

In het derde gedicht, De Dandy, verwerpt Pierrot ‘Het plantaardige rood, En het oriëntaalse groen, Schildert zijn gezicht met de vreemde make-up, Van een fantastische manestraal.’ Aan het einde keren deze kleuren terug - al was het maar in de beschrijving van het landschap. Ook in de muziek rangschikken zich in Schönbergs atonale techniek de verwijzingen naar eerdere werken en tradities; niet alleen door terug te grijpen op oudere vormen (zoals fuga, canon, polka, wals), maar vooral door muzikale citaten (zoals aangetoonde verwijzingen naar onder meer Bach, Wagner en Strauss). Is er een verband met de allerlaatste tekstdelen van de liederencyclus O alter Duft aus Märchenzeit! (‘O oude geur uit sprookjestijden!’)? In ieder geval verhaalt de als Barcarolle aangeduide Heimfahrt (gedicht 20) van de terugkeer van Pierrot naar ‘huis’, ‘het oriëntaalse groen van de dageraad' tegemoet. Pierrot verkrijgt zijn vrede nadat hij zichzelf aan (zijn) monsters heeft blootgesteld, aan de Ander (in zichzelf?) - en de andere kleuren. Tenslotte kan alleen het wit een smet worden, een beklemmende Maanvlek in het 18e gedicht: Pierrot lunaire ‘Wrijft en wrijft maar krijgt hem niet weg!’. 

Pierrot komt tot een vollediger bestaan en kan als volwassene terugkeren, nadat hij al zijn wezenskenmerken heeft geaccepteerd - ook zijn onderdrukte kinderlijke gewelddadigheid. Het is veelzeggend dat hij in het 19e gedicht, Serenade, van Cassanders ‘kale hoofd’, dat in de commedia dell’arte staat voor ernst en traditie, een nieuw muziekinstrument maakt door er ‘met een groteske reuzenstrijkstok’ op te spelen. En zo wordt in het laatste gedicht tenslotte een ‘oude geur uit sprookjestijden’ verzoend met ‘zoet en dwaas genot’. 

Martín Valdés-Stauber, Marlene Monteiro Freitas

Pierrot lunaire
25 - 26 juni, ITA
meer informatie