interview met
Marleen Scholten

‘Je hebt een nummer en je weet dat je nog 65 nummers moet wachten’

door Evelien Lindeboom


MarleenScholten500x780Actrice en theatermaker Marleen Scholten is lid van de Vlaams-Nederlandse acteursgroep Wunderbaum. Sinds 2016 woont ze in Milaan. Haar theatermonoloog La codista gaat over iemand die tegen betaling voor anderen in de rij staat. Een stuk over stilstaan en je verplaatsen in een ander. Voor de tekst won ze in Italië de nationale toneelschrijfprijs Antonio Conti. Nu brengt ze de monoloog in het Nederlands naar het Holland Festival. 


Sinds 2001 ben je medeoprichter en lid van de acteursgroep Wunderbaum, en in 2016 ben je naar Italië verhuisd. Hoe gaat dat samen?
‘Ik vind het heel leuk om in meerdere talen te spelen. La codista speel ik in Italië in het Italiaans en in Nederland in het Nederlands. Met Wunderbaum deden we al vaker dingen in het Engels of het Duits, daar is nu het Italiaans bijgekomen. Het is natuurlijk niet altijd makkelijk om als groep zo ver uit elkaar te wonen. Er zitten ook twee collega’s in Jena, dus we reizen veel. Maar het is vooral een verrijking dat we ons werk in verschillende landen en talen kunnen tonen.’ 

Hoe is La codista ontstaan?
‘Ik las een artikel in de Volkskrant over de Milanese Giovanni Cafaro. Hij had zijn baan verloren en uit een soort stil protest tegen de hoge werkloosheid, bedacht hij toen deze baan voor zichzelf. Hij heeft er een officieel beroep van gemaakt om voor anderen in de rij te staan. In Italië is daar veel vraag naar; de bureaucratie is ingewikkelder dan in Nederland en er wordt nog steeds heel veel met papier gewerkt, dus er staan vaak lange rijen voor postkantoren, apotheken, enzovoort. 

Toen ik contact met hem opnam, was hij aangenaam verrast. Het is natuurlijk een heel makkelijk onderwerp om lacherig over te doen, maar dat vond ik niet interessant. Ik heb me er echt in verdiept wat die baan inhoudt. Om zulk werk te kunnen doen, moet je goed weten hoe dingen werken. Giovanni kon me vertellen over de strategieën die hij had ontwikkeld en over de mazen in de wet die hij had ontdekt. Toen ik een keer zelf een document nodig had en dat niet kreeg, zei hij dat ik moest bellen en er een grote tragedie van moest maken. Dat wilde ik eerst niet doen, maar absurd genoeg heeft het gewerkt. Er is overredingskracht nodig in zo’n bureaucratie. Je kunt je voorstellen hoe moeilijk dat is voor mensen die de taal niet goed spreken.’ 

Je hebt deze tekst in het Italiaans geschreven en daar zelfs een prijs voor gewonnen. Je spreekt, schrijft en speelt dus vloeiend Italiaans. Je hebt het stuk nu vertaald naar het Nederlands. In hoeverre blijft het een Italiaans stuk? 
‘Het stuk is wel geschreven in het Italiaans en het speelt zich duidelijk in Italië af, maar het gaat niet per se over Italië. Veel minder dan bijvoorbeeld mijn eerdere voorstelling, Wie is de echte Italiaan? Het gaat over een groter verhaal: over onzekere mensen die letterlijk moeten wachten en hopen dat het daarna anders of beter wordt. Ik schreef het voordat corona uitbrak en ik werd ingehaald door de realiteit. Opeens kon niemand meer over de toekomst nadenken, iedereen kwam in het hier en nu terecht. Dat zit ook in deze monoloog: de verteller staat als het ware op standby. 

Waar gaat La codista nog meer over?
‘Als codista sta je urenlang voor een ander in de rij. Als je aan de beurt bent, bel je degene voor wie je in de rij staat, zodat die je komt aflossen. Soms krijgt een codista zelfs volmacht om zich voor te doen als die ander, om bijvoorbeeld een werkloosheidsuitkering aan te vragen. Het zijn vaak heel persoonlijke activiteiten die best emotioneel beladen kunnen zijn. La codista gaat erover je in een ander te verplaatsten en de identiteit van een ander aan te nemen. 

Voor mij is het bovendien een verhaal geworden over de angst om stil te staan en om tijd te verliezen. Het is niet makkelijk om aan jezelf toe te geven dat je iets anders doet of bent dan je ambieert. Dat is ook de tragiek van de codista: niemand droomt ervan om voor een ander in de rij te staan.’ 

In hoeverre is het ook een persoonlijk verhaal geworden?
‘Ik heb zelf uren in de rij gestaan, gewoon als mezelf. Zelfs als je de taal spreekt en uit de EU komt – als je geen Italiaan bent, is het hier extra ingewikkeld. De wachttijden zijn nóg veel langer en je belandt op stapels ‘moeten we uitzoeken’. Ik heb er anderhalf jaar over gedaan om officieel inwoner te worden en toen moest ik nog een verzekeringspasje krijgen... In die rijen begon ik alles te observeren: hoe is het daar, hoe verhouden mensen zich tot elkaar en tot mij? Ik heb ook mijn eigen angst voor stilstand in het stuk verwerkt: het idee dat het leven altijd maar groter en beter moet. De manier waarop ik de wereld ervaar, als een prestatiemaatschappij. En ik vroeg me af wat ik zelf zou doen om zo’n baan vol te houden. Mijn personage leert daarom gedichten uit haar hoofd, als tegenhanger voor de hyperrealiteit van dat wachten. Die gedichten heb ik gekozen op basis van wat het stuk voor mij betekent. Er zit een gedicht in van de Nederlandse dichter Slauerhoff, De vrouw aan het venster, dat gaat over iemand die geïsoleerd vanachter een raam de wereld aanschouwt en niet goed weet hoe het leven daarbuiten is. Dat vond ik mooi passen bij dat toneelbeeld van een eenzame figuur onder een tl-bak; het leven gaat buiten verder en zij staat maar te wachten.’ 

In de stukken van Wunderbaum zit vaak een politiek statement, wil je met dit werk ook ergens commentaar op leveren? 
‘Het verhaal van Giovanni is een politiek verhaal: de werkloosheid is hoog, kennis loopt het land uit, het systeem werkt niet goed. In alle voorstellingen van Wunderbaum zit wel een boodschap, ook in deze. Maar politiek gaat bij ons altijd samen met het persoonlijke. Ik hoop dat het publiek door deze voorstelling wil reflecteren op de betekenis van tijd en hoe we daar mee omgaan, door persoonlijke en herkenbare onderwerpen. Er zit bijvoorbeeld een stukje in over whatsappgroepen: over de druk om snel te moeten reageren en om jezelf een houding te geven ten opzichte van de groep. Stukken van Wunderbaum geven nooit antwoorden, we willen het publiek juist achterlaten met een vraag.’ 

Meestal werk je samen met anderen. Hoe is het om een monoloog te schrijven en te spelen? 
‘Ik heb nog nooit zo alleen een stuk gemaakt. Dat is spannend. Ik heb geen muziek, geen versterker, helemaal niks. Dat is hopelijk ook meteen de kracht van de voorstelling. Het is heel open naar het publiek, dat ervaar ik als mijn medespeler. Ik ben begonnen te schrijven vanuit interviews en op basis daarvan heb ik een constructie gemaakt: je hebt een nummer en je weet dat je, samen met het publiek, nog 65 nummers moet wachten. En ik wist vanaf het begin hoe het zou eindigen...’


La codista
13 - 14 juni, Frascati
meer informatie