Dimitris Papaioannou interview

‘Schoonheid moet niet pompeus zijn, maar licht als parfum’

door Evelien Lindeboom

 

Dimitris Papaioannou portretDe Griekse regisseur en beeldend kunstenaar Dimitris Papaioannou (1964) komt met zijn nieuwe werk Transverse Orientation naar het Holland Festival. In 2017 waren zijn succesvolle voorstelling The Great Tamer en zijn installatie Inside in het festival te zien. In 2018 bracht hij de voorstelling Neues Stück I - Seit Sie, die hij maakte voor Pina Bausch’ Tanztheater Wuppertal. Met zijn werk raakt hij op een lichte, geestige manier aan existentiële vraagstukken. Het publiek moet zich vooral niet verplicht voelen alles te analyseren en begrijpen, vindt hij: ‘Mijn werk is een soort vrije val van associaties en fantasieën die op een luchtige manier raken aan grotere levensvragen. Je kunt ervoor kiezen om daar diep over na te denken, maar dat hoeft zeker niet. Ik hoop altijd dat ze op een sensuele manier plezierig zijn.’ 

Wat inspireerde je voor dit stuk? 
‘Het begon allemaal met de beeltenis van de stier. De stier staat symbool voor een onbeteugelde mannelijkheid - een soort archaïsch, machtig en gewelddadig type mannelijkheid. Een oerbeeld dat vandaag de dag – terecht – wordt neergehaald. Ik zeg ‘terecht’ omdat de maatschappij vooruit moet. Maar het archetype van de stier behoort tot de krachten die de maatschappij bij elkaar hebben gehouden. Mythes zijn ouderwetse symbolen die nuttig zijn geweest en door de jaren heen overeind zijn gebleven. Op het gebied van grote thema’s – als mannelijkheid en vrouwelijkheid en de zon, de maan en de aarde – spelen ze nog altijd een grote rol en tonen ze ons een verhouding tot de waarheid. Tegelijkertijd zijn het symbolen die hun onderdrukkende en gevaarlijke natuur hebben getoond. Ik zag dus die stier voor me en keek daar met gemengde gevoelens naar. Een beetje op de manier waarop de mythische Theseus ook naar de Minotaurus zal hebben gekeken, vlak voor hij hem slachtte: met mededogen en tederheid.’ 

De titel, Transverse Orientation, verwijst naar het gedrag van motten: het houden van een vaste hoek ten opzichte van een verre lichtbron ter oriëntatie. Vanwaar die titel?
‘Zijwaartse oriëntatie is een soort gps bij motten inderdaad. In het stuk komt dit onder andere terug in knipperende en bewegende lichten die kunnen worden bereikt met een ladder. Je zou kunnen zeggen dat dat over spiritualiteit gaat: het licht dat je kunt volgen. Net als de metafoor over de mot en de vlam, een sufi-wijsheid waarin de mot die wordt verslonden door de vlam de enige is die de waarheid (van het licht) werkelijk kent.’ 

Je werk houdt het midden tussen choreografie en theater en je werkt vaak met een combinatie van dansers en acteurs, is dat nu ook het geval?
‘Ik heb voor dit stuk met uitsluitend dansers gewerkt. Ik werkte al eerder met een internationale cast, toen ik Seit Sie maakte met Tanztheater Wuppertal van Pina Bausch, maar nu heb ik voor het eerst zelf een internationale cast geselecteerd. De rollen worden vertolkt door zes mannen en een vrouw en dan is er nog een vrouwelijke performer in een gastrol. Mijn nieuwe stuk is een mannenuniversum, dat door de vrouwelijke aanwezigheid wordt gedefinieerd, geheroriënteerd en komt te overstromen. 

Ik kijk, vanzelfsprekend, naar de wereld vanuit mijn perspectief – mijn geslacht, mijn etniciteit en mijn leeftijd. Als ik een goede dichter ben, zal mijn poëzie mijn standpunt aan iedereen laten zien. Omdat ik een man ben, begrijp ik mannen, ik ontleed mannen. Ik bespot ze en ik vereer ze. Vrouwen blijven in de voorstelling meer symbolen. Ik heb het voorrecht gehad om in deze productie te werken met Breanna O’Mara: zij is mythologie van zichzelf. Het is ongelooflijk hoe zij kan veranderen en kan worden opgetild tot een symbool, een mythe.’ 

Je hebt zelf geen rol in deze voorstelling?
‘Hoewel ik aanvankelijk van plan was zelf een rol te spelen in de voorstelling, heb ik op het laatste moment besloten dat niet te doen. Daardoor verloor het stuk een centraal narratief. En dat is positief, denk ik. Het is nu meer prismatisch. 

In zekere zin ben ik al die mannen ook zelf. Ik kom uit een generatie die veel verandering heeft gezien. Ik schaar me achter de groep die vooruit wil. Ik wil alle clichés ontmantelen, maar ik heb tegelijkertijd waardering voor het verleden. Ik hou van kunstgeschiedenis en van mythes en archetypes, ook al liggen ze nu onder vuur. Dus ik ben zowel de minotaurus als Theseus, die hem slacht. Ik denk daarbij ook aan de relatie met mijn eigen vader... En ik ben me ervan bewust dat ik op dat moment degene ben die wordt vervangen door de volgende generatie.’ 

Kun je me iets vertellen over hoe je te werk gaat?
‘Nadat ik een idee heb, of een beeld zoals die stier voor me zie, begint een proces van vrije associatie. Ik weet eigenlijk nooit precies wat ik aan het doen ben, maar ik vertrouw erop dat ik het herken als het interessant is. Ik krijg daarbij veel hulp van mijn vriend Aggelos Mendis. Hij bedacht de titels van mijn laatste vijf creaties: Primal Matter, Still Life, Seit Sie, The Great Tamer, Ink en nu Transverse Orientation. Ik wacht tot hij het werk ziet en aan mij uitlegt waar het over gaat. Zo is er in dit werk een scene waarin een man in een volgspot tegen een muur wordt opgetild. Door de titel wordt dat beeld opeens logisch, de man beweegt als een insect naar het midden van het licht. 

Ik werk bovendien intensief samen met de dansers. Zij brengen mij op ideeën, maar ze doen ook zelf voorstellen en ze helpen elkaar. Er is veel ruimte voor improvisatie. Het is altijd een beetje een gekkenhuis tijdens de repetities. Er is veel ruimte voor gekkigheid en humor. Er is natuurlijk altijd het risico om jezelf belachelijk te maken, maar ik hou ervan de grens op te zoeken waar betekenis en humor samengaan.’ 

Je werk gaat over schoonheid en kunst, maar ook humor speelt een grote rol. Hoe vind je de balans tussen serieuze schoonheid aan de ene kant, en lichte, speelse humor aan de andere kant? 
‘Hoe bedoel je ‘serieuze schoonheid’? Welnee, ik vind het jammer als schoonheid zo wordt gezien. Ik neem mijn werk heel serieus, maar het resultaat moet juíst plezierig zijn. Schoonheid moet niet pompeus zijn, maar licht als parfum, als de geur van rozen in de lente: subtiel en diepgaand. Humor brengt ons dit soort schoonheid omdat het de verkeerd begrepen zwaarte van schoonheid wegneemt. Ik kijk met ironie naar de kitsch van schoonheid om daarbinnen de ware schoonheid te ontdekken.’ 

‘In Griekenland wordt mijn werk heel serieus genomen. Het publiek is terughoudend om op de humor te reageren. Nederland was het eerste land waar tijdens The Great Tamer werd gelachen en geapplaudisseerd. Dat was enorm bevrijdend voor mijn gezelschap. Humor is een geweldige manier om mensen dichter bij elkaar te brengen, om een soort samenzwering te creëren over hoe lachwekkend dingen in het mensenleven eigenlijk zijn.’ 

Je bent je carrière begonnen als schilder en noemt de manier waarop je werkt ‘een compositie maken’ in plaats van een choreografie. Je maakte in je afgelopen werken verwijzingen naar ‘chiaroscuro’ – schilderijen zoals Rembrandts Anatomische les. Waarom kies je bij deze voorstelling voor een lichte achtergrond in plaats van een donkere, zoals in je afgelopen voorstellingen? 
‘Ik kom uit een land met veel licht, waar ook alle kunst en leven baadt in het licht. En deze kunst heeft heel Europa beïnvloed. Dat is hoe we alle creaties van de mens begrijpen. Maar theater is zwart! Met een witte achtergrond in het theater betekent meestal een achterdoek, een scherm, en dat creëert een beeld dat ik niet graag gebruik in mijn creaties. Dus ik heb die donkerte geaccepteerd, door chiaroscuro-beelden te maken: uitgelichte figuren voor een donkere achtergrond, als Italiaanse schilderijen. Maar ik wilde terug naar mijn eigen natuur, zoals ik in de voorstelling Primal Matter tegen een witte achtergrond werkte. Dus besloot ik een witte muur te maken als achtergrond. Het brengt andere uitdagingen met zich mee. En de mogelijkheid om kleur te gebruiken. Het is meedogenloos, alles is zichtbaar, van de manier waarop een performer loopt, tot en met de vorm van zijn tenen. Maar als het is heerlijk als het goed gaat.’ 

Heeft de huidige pandemie en het uitstellen van de voorstelling veel invloed gehad op de voorstelling zelf? 
‘Op de voorstelling zelf heeft het weinig effect gehad. Mijn werk gaat nooit over het nieuws. Maar op mijn beleving ervan had het wel invloed. Ik moest afstand nemen van het werk op een moment dat ik alle resultaten uit de experimentele fase bij elkaar moest gaan brengen; het moment waarop ik moet accepteren dat dit het is. Dat het niet beter wordt. Dat moet ik erkennen. Op dat moment in het proces haat ik mezelf en iedereen om me heen. Maar nu dwong de pandemie me tot afstand van het werk, midden in die onvrede. Er was veel tijd, er ontstond een heel ander onverwacht werk tussendoor en toen ik terugkwam, keek ik er op een andere manier naar. Ik vond het lief. Ondanks de melancholie en bitterheid, die ook altijd in mijn werk zit, is het een lieve voorstelling geworden. Maar, totdat we het met het publiek delen, weten we niet werkelijk wat het is.'

Transverse Orientation
24 - 26 juni, Carré
info & tickets