Profiel Bill T. Jones

Bill T. Jones © Christina Lane_400x300Bill T. Jones (1952, Verenigde Staten) is een man met vele talenten en een open blik. De danser, choreograaf en schrijver werd opgeleid in klassiek ballet en moderne dans aan de State University of New York. Hij is medeoprichter en artistiek leider van het gezelschap Bill T. Jones/Arnie Zane Company, en artistiek directeur van New York Live Arts. Na een periode in Amsterdam te hebben gewoond, sloten Jones en zijn toenmalige levenspartner Arnie Zane zich aan bij het American Dance Asylum, een experimenteel collectief van choreografen in de Bay Area en Binghamton, New York, waar ze het spannende nieuwe partnerwerk in contactimprovisatie verkenden. In 1978 ruilden ze Binghamton in voor New York, waar ze zich aansloten bij de experimentele kunstscene. Ze vonden onder meer inspiratie in het werk en de ideeën van John Cage en postmoderne choreografen als Merce Cunningham en Trisha Brown. Jones ontwikkelde een stijl die zowel sierlijk als confronterend is. Hij beweegt zich als choreograaf even gemakkelijk op Broadway als in kleine theaters ‘downtown’. Tegelijkertijd voelt hij zich – als zwarte man in een overwegend witte kunstwereld – overal en nergens helemaal thuis.

Vanaf het begin van zijn carrière heeft Jones in zijn werk, vaak aan de hand van zeer persoonlijke onderwerpen, grote maatschappelijke thema’s aangesneden. De duetten die hij met zijn partner Zane maakte, waren in die tijd ongekend. De twee namen een voortrekkersrol door sociaal betrokken werk te maken, dat het gezicht van de Amerikaanse dans zou veranderen. Legendarisch waren de stukken waarmee ze begin jaren tachtig in het alternatieve en vooruitstrevende New Yorkse theater The Kitchen stonden: niet alleen waren zij een homostel samen op het podium, ze waren ook fysiek een opvallende combinatie, als kleine witte, joodse, en lange zwarte, Afro-Amerikaanse man. Hun samenwerking kreeg een enorme dynamiek, juist door de combinatie van Zanes hoekige manier van bewegen naast de gracieuze dans van Jones. Samen richtten ze in 1982 de Bill T. Jones/Arnie Zane Dance Company op. In 1988 overleed Zane aan de gevolgen van aids, en Jones zelf bleek HIV-positief, wat in die tijd een beperkte 
levensverwachting betekende. In 1994 maakte hij het werk Still/Here, over, en samen met, ernstig zieke mensen. Er ontstond ophef toen een Amerikaanse criticus het werk ‘slachtofferkunst’ noemde en schreef dat ze het daarom niet kon recenseren en dus ook niet wilde gaan zien. Jones zelf noemde de voorstelling ‘aangrijpend zonder melodramatisch te worden’. Van recensenten die wel de moeite namen, kwamen, ook in Nederland, lovende reacties. NRC Handelsblad bijvoorbeeld, kopte: ‘De dood verpakt in bijna ongepaste schoonheid’. Ook het eerdere werk D-Man in the Waters (1989) ging over dood en verlies in Jones’ directe omgeving. In het aangrijpende droombeeld storten Jones’ dansers zich in denkbeeldig water, sommigen verdrinken, anderen overleven, maar iedereen vangt elkaar op.

Last Supper at Uncle Tom's Cabin_320x400In 1990 kaart Jones met Last Supper at Uncle Tom’s Cabin/The Promised Land racisme en onderdrukking aan. Hij zegt het publiek te willen betrekken bij een maatschappelijk thema op een manier waar de kunst zich – zeker in die tijd –meestal verre van houdt. Maar hoewel identiteit en machtsdynamiek belangrijke thema’s zijn in Jones’ leven en werk, verzet hij zich tegen het idee dat zwarte makers alleen ‘zwart werk’ kunnen maken. Gevraagd naar het verschijnsel ‘zwarte dans’ zegt hij in 2001 in de documentaire Free to Dance: ‘Zwarte dans is iedere dans die iemand die zich identificeert als zwart, kiest te maken. Dat heeft niet per se te maken met de vorm en hoeft niet te gaan over historische of sociaal-politieke omstandigheden van zwarte mensen. Het kan alles zijn.’ Jones’ warsheid van restricties blijkt ook uit de manier waarop hij gedurende zijn hele carrière taal gebruikt in zijn voorstellingen. Hij spreekt zelf, gebruikt geluidsopnames of laat zijn dansers spreken, en geeft op die manier maatschappelijke thema’s, filosofie en literatuur een grote rol in zijn werk. Zo is The Analogy Trilogy (2015-2017) geïnspireerd op W.G. Sebalds roman The Emigrants en is een onderzoek naar vorm, geheugen en storytelling.

Als artistiek leider van Bill T. Jones/ Arnie Zane Dance Company en directeur van New York Live Arts krijgt Jones steeds meer oog voor het grote geheel en wil hij meer dan alleen dans maken. In 2019 verwijdert hij het woord ‘dance’ uit de naam van zijn gezelschap. Hij noemt wat hij maakt liever ‘hedendaagse performance’. Zijn behoefte groeit om buiten zichzelf te kijken, verbanden te leggen en zo tot een dieper begrip van de wereld te komen.

Voor zijn veelzijdige werk ontving hij vele grote onderscheidingen, variërend van een MacArthur ‘Genius’ Award in 1994 tot Kennedy Center Honors in 2010. Hij ontving in 2014 een Doris Duke Performing Artist Award en won een Tony voor Beste Choreografie voor zijn bijdrage aan Spring Awakening (2007) en Fela! (2010). Fela! was in 2011 te zien in het Holland Festival.

Producties van Bill T. Jones tijdens Holland Festival 2020
Tijdens het festival zijn drie producties van Jones te zien. Allereerst de grootschalige, ambitieuze productie Deep Blue Sea, die draait om het samenspel van individuele en groepsidentiteiten, geïnspireerd op onder meer Martin Luther Kings speech I Have a Dream en Herman Melvilles roman Moby Dick. Voor het eerst in meer dan vijftien jaar treedt Jones weer zelf op, vergezeld door zijn company en een groot, divers gezelschap Amsterdammers. Met het tweede werk dat dit jaar op het Holland Festival te zien is, Curriculum, maakt Jones naar eigen zeggen een ‘leerstuk’ voor zijn gezelschap. Vanuit de onderliggende vraag: ‘wat moet een vrij persoon vandaag de dag weten over de wereld?’, ontstaat een schurend geheel waarin hedendaagse discussies doorklinken.

In de voorstelling Prayers of the People – bedacht door Kenyon Adams en aangepast en geënsceneerd door Jones – wordt het publiek deelgenoot gemaakt van de inspirerende open brief die Martin Luther King schreef vanuit de gevangenis in Birmingham, Alabama. Hierin onderstreept hij het belang van getuigenis afleggen en het waarheidsgetrouw confronteren van de geschiedenis in de strijd om een sociale beweging en een gelijkwaardige samenleving op te bouwen. Een programma vol idealen, zonder het individu uit het oog te verliezen. Dit programma wordt aangevuld met Associations, waarin Bill T. Jones zelf zijn universum ontsluit. In gesprek met presentator Ikenna Azuike zal Jones zijn fascinatie toelichten voor kunstwerken en kunstenaars die voor hem van grote betekenis zijn geweest. Het publiek leert Jones kennen aan de hand van door hem uitgekozen, live uitgevoerde kunstwerken. Bill T. Jones leverde als associate artist ook inspiratie en suggesties voor verdere programmering van het Holland Festival 2020.