INTUITIVE PERFORMER

Jones' betoverende solo-optredens begonnen al voor zijn partnerschap met Zane en gaan door gedurende zijn hele carrière. Aanvankelijk was zijn spreken pure improvisatie, vaak confronterend, waarbij hij kon uitbarsten in gezang, in wat hij spontane poëzie noemde. Later werden zijn solo’s meer gestructureerd: beschrijvend, analytisch, beschouwend, lyrisch, nog steeds onvoorspelbaar. Jones’ solo's vinden vaak plaats aan het begin van de voorstelling en introduceren thema's die het ensemble voortzet. 


Bewust als hij is van de blik van toeschouwers gebruikt Jones zijn charisma en non-lineaire storytelling als een manier om controle over zijn eigen verhaal te houden. Tegelijkertijd lijkt hij, behalve met het publiek, ook virtuele gesprekken aan te gaan met zijn omringende gemeenschap van kunstenaars – zoals met acteur Richard Bull, in zijn strategie om dansen te construeren in Floating the Tongue (1978), of met Keith Haring terwijl hij op de muur tekent in Long Distance (1982).


Door te ademen, op klassieke muziek te dansen en met het publiek te praten, weet Jones in The Breathing Show (1999) een gesprek neer te zetten tussen zijn lichamelijke zelf en het spirituele zelf in Ghostcatching. Het naast elkaar plaatsen van die twee elementen op het podium, versterkt de kracht van beide. Ghostcatching (later herzien in After Ghostcatching, 2010) – Jones’ samenwerking met de kunstenaars Paul Kaiser en Shelley Eskar – blijft een van de meest boeiende verkenningen van dans en digitale kunst.

Door motion capture brengen de opnames van Jones' dansen met griezelige precisie de hoeken van zijn ledematen, de handgebaren, de plotse sprongen, de geïsoleerde bewegingen van het hoofd en de flexibiliteit van de wervelkolom in beeld. Het proces van digitale bewerking schept zijn eigen synthetisch universum dat, in tegenstelling tot andere beeldende kunstvormen die de nadruk leggen op de representatie van een onderwerp, een synthetische entiteit voortbrengt uit een veel diepere laag en die de ervaring en geschiedenis van de kunstenaar op de voorgrond zet. Terwijl Jones' lichamelijke identiteit verdwijnt komt er een krachtige en beangstigende identiteit voor terug, met zijn herkenbare stem die zingt. Jones materialiseert zichzelf als een aanwezigheid, niet als een beeld.