Blog

Terug naar Congo

Door: Sophie van Leeuwen

13.6.2019

Terug naar Congo

Congo 1900X900
Journalist Sophie van Leeuwen (BNR) vertelt over haar reizen naar Congo, de achtertuin van de Belgische koning Leopold en zijn verzwegen genocide. ‘Hier is het elke nacht feest.’

‘Assassin’. Toen ik ruim tien jaar geleden als correspondent in Brussel belandde, stuitte ik op deze bloedrode letters, gekalkt op het standbeeld van koning Leopold II. Elke dag weer las ik dat woord, moordenaar. Niemand poetste het weg. Daarboven keek de bebaarde man, hoog op zijn paard, uit over zijn stad. Achter hem zijn statig, koninklijk paleis, aan zijn linkerhand de Europese wijk met kille kantoren en dure ambtenaren. Aan zijn rechterhand de wijk Matongé, het hart van de Congolese diaspora. Zo begon mijn reis naar Congo.

Monsterlijke exploitatie
Met mijn schamele journalisteninkomen at ik regelmatig kip met rijst en pindasaus voor maar een paar euro, in de Rue Longue Vie. Ik dronk er Primus bier en luisterde naar zingende Congolese gitaren. Hier leerde ik de gruwelijke geschiedenis van België kennen. De koloniale droom van Leopold, bevochten door ontdekkingsreizigers in de Afrikaanse jungle, over de rivier de Congo. Zijn verzonnen land, geboren in contracten van Europese topdiplomaten op de conferentie in Berlijn (1885).  

Platgebrande dorpen, afgehakte handen en vele miljoenen doden. Het humanitaire project dat Leopold beloofde, in zijn persoonlijke achtertuin Congo-Vrijstaat, bleek een rooftocht, een monsterlijke exploitatie van mensen, rubber en ivoor. Wie niet genoeg ‘caoutchouc’ leverde, werd vermoord. Als bewijs van executie, en als verantwoording voor de gebruikte munitie, werden manden vol afgehakte handen verzameld op de rubberplantages. 

Congo werd verkracht en de Belgen werden rijk. Diep in de jungle veranderden Leopolds avonturiers in massamoordenaars, vertelde de Fransman Éric Vuillard in zijn ontluisterende Congo (2012) En natuurlijk is er Congo, een geschiedenis (2010) van David Van Reybrouck en Joseph Conrad’s Heart of Darkness (1899).

De Congolese genocide werd nooit erkend. En zo werkte de gewelddadige geboorte van Congo door, later in het Zaïre van president Mobutu, in de Democratische Republiek Congo van vader Laurent en zoon Joseph Kabila en ook nu nog. Ik wilde het zien en pakte mijn koffers, op weg naar de hete hoofdstad Kinshasa in het westen (2012), naar de heuvelachtige, groene binnenlanden van Kivu in Oost-Congo (2015) en de koperkleurige mijnstad Lubumbashi in het zuiden (2016).

Meest begeerde vrouw
Congo is de mooiste, de rijkste, de meest begeerde vrouw. Zo schilderde de oude kunstenaar Aundu Kiala zijn land. Ik ontmoette hem in zijn openlucht atelier bij de vervallen dierentuin van Kinshasa, een erfenis uit de Belgische koloniale tijd zoals zoveel Congolese architectuur. Geen toerist te bekennen, toch moest ik mij een weg banen langs straatverkopers op weg naar krokodillen en slangen.

Zij was in tranen, de begeerde vrouw, gekleed in de lichtblauwe vlag van Congo met de gele sterren. Een breed lachende blanke man stond achter haar met een bord. ‘Te koop: wapens en munitie. Gezocht: bloedmineralen.’ Uit haar opengescheurde buik kropen, als maden, mannen met zakken coltan, de kostbare grondstof van het digitale tijdperk. Ze waren op weg naar de multinationals, naar de buurlanden Rwanda en Oeganda aan de horizon. Aan de hemel stond het oog van de Verenigde Naties, hun allergrootste vredesmacht is in Congo. Het oog keek toe. 

Verder reizend naar het bergachtige hart van Oost-Congo zag ik dit met eigen ogen gebeuren. In de modderige mijndorpen boden mannen coltan en cassiteriet aan en vrouwen hun borsten voor wat francs. Ik ontmoette er kleine moordenaars, kindsoldaten uit de bloedige strijd om coltan- en goudmijnen die nog altijd woedt tussen de legers van machtige zakenmannen en politici.  

Zo was daar ook Espoir, een kolonel van achttien jaar oud met littekens in zijn gezicht. Vier jaar lang vocht hij in de bergen van Kivu aan de zijde van de rebellengroep Raïa Mutomboki. Ze verjaagden de Rwandese strijders uit de mijnen. Hij vertelde hoe zijn oudere broer op gruwelijke wijze werd vermoord door de Rwandese militie FDLR. ‘Ze doorzeefden zijn lichaam met kogels en trokken zijn hart eruit. Het was verschrikkelijk.’ 

Espoir wilde zijn broer wreken. En hij wilde geld verdienen. Dus toen de Rwandezen verslagen waren, ging de oorlog door. Nu tegen het Congolese leger. ‘Ik was een van de beste vechters’, grijnsde Espoir. ‘Omdat ik zo goed kon schieten, benoemde de generaal mij tot kolonel. Veertig militairen had ik onder me, de meesten waren ouder dan ik.’ 

Het Congolese leger zwaaide de scepter in het mijndorp, de rebellen verscholen zich erbuiten. Op onverharde wegen crossten soldaten, berucht om hun smokkelpraktijken, corruptie en geweld, rond op hun motoren. Veel mannen waren in een eerder leven rebel, net als de kleine kolonel. ‘Voor vijfhonderd franc per dag laten ze onze mijn met rust’, fluisterde een mijnwerker me toe. Ruim honderd kilometer verderop lag de grens met Rwanda, waar in dikke pakken dollarbiljetten wordt betaald voor de schatten uit Congo. 

Elke nacht feest
De grensstad Bukavu, vol Belgische art deco in vaak deplorabele toestand en nieuwe villa’s in aanbouw, lag als een parel aan het Kivumeer. Hier was het elke nacht feest. De dollars vloeiden rijkelijk in bomvolle discotheken, waar jongens en meisjes lachend los gingen op de opzwepende Congolese hits. De talrijke blanken, werkzaam in de NGO industrie, verstopten zich ‘s nachts achter de muren van hun dure huizen. 

Zij hadden een strenge avondklok, een ‘no go’ advies van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ik danste mee op ‘Ekoti té’ van Koffi Olomidé en dronk een fles bier. 

En terwijl ik schaterlachte in deze ‘rode zone’ dacht ik aan de oude Belgische koning, hier zo diep gehaat. Leopold zag zijn verzonnen paradijs nooit met eigen ogen. Van hem leerden de Congolezen dat zij van hun overheid niets hoefden te verwachten. Dat ze vogelvrij zijn in misschien wel het rijkste land ter wereld. Hier geldt slechts de Congolese wijsheid: ‘Il faut se débrouiller’, vrij vertaald naar het Nederlands: ‘Zoek het zelf maar uit’.  

Congo is 14 en 15 juni te zien in Frascati. Klik hier voor meer info

HF BLOG