Blog

Interview Richard Siegal (Roughhouse)

Door: Tobias Staab

07.6.2019

Iemand gaat zich pijn doen

Roughhouse 1900X900

De Amerikaanse choreograaf Richard Siegal in gesprek met dramaturg Tobias Staab

Richard Siegal: ‘Mijn brein is door de jaren heen veranderd. Ik denk dat ik vroeger veel linksbreiniger was, rationeler. Mijn vermogen om met taal om te gaan is minder geworden. Dat is echt zo. Ik denk dat dat met oefening te maken heeft.’

Tobias Staab: ‘Oefeningen in praten?’

RS: ‘Dat denk ik ja. Ik heb mijn linkerhersenhelft geleerd niet meer zo dominant te zijn. Een gevolg daarvan is dat ik moeite heb mezelf in woorden uit te drukken.’

TS: ‘Maar je hebt net een theaterstuk geschreven.’

RS: ‘Ja, maar een absurd stuk, en heel associatief. Dat is niet rationeel.’

TS: ‘Was Roughhouse je eerste stuk?’

RS: ‘Ja, eigenlijk wel. Ik bedoel, ik heb ook eerder wel tekst gebruikt. Homo Ludens (2008) was bijvoorbeeld nagenoeg helemaal ontleend aan Don DeLillo.’

TS: ‘Is Roughhouse het resultaat van veel knip- en plakwerk of komt het meeste toch direct uit jou voort?’

RS: ‘Soms heb ik bij het schrijven van deze tekst heel bewust de bewoordingen van anderen geïntegreerd, maar waarschijnlijk komt ongeveer 90 procent uit mijzelf. Er is één tekst die rechtstreeks van Wikipedia is overgenomen – zelfs de voetnoten worden geciteerd. Ik heb nog overwogen om die voetnoten via de boventiteling te projecteren.’

TS: ‘Dat klinkt voor mij behoorlijk stressvol: alle voetnoten lezen terwijl je op hetzelfde moment luistert naar gesproken tekst…’

RS: ‘Daar heb je het al... rechterhersenhelft. ‘

TS: ‘Hoe verliep het schrijfproces? Had je vooraf een structuur of liet je gewoon toe dat je rechterhersenhelft het overnam?’

RS: ‘Ik was bezig met operaproject Mass (2018) in Gelsenkirchen en ik geloof dat ik wat koorts had. Mijn dochter Ruby van drie stuurde me een tekening die ze had gemaakt. Ze tekent heel bijzondere dingen, vind ik. Ze heeft echt een soort natuurlijk talent voor kleur en vorm. Haar twee grootvaders zijn allebei kunstschilder. Dus toen ze me die tekening stuurde, raakte die me zo dat ik probeerde in haar stijl te tekenen… en dat voelde echt goed. Ik kon als het ware alle regels vergeten en in die geest noteerde ik een lijst van scènes. En toen werden die notities langer. Het werden dialogen die zich op de een of andere manier moeiteloos lieten schrijven.’

TS: ‘Vanwaar de titel Roughhouse?’

RS: ‘Het gaat om een soort spel, meestal tussen kinderen of tussen volwassenen en kinderen, en de lol ervan is dat je heel agressief mag zijn zolang je maar niemand pijn doet. Dus eigenlijk is het voor kinderen een heel belangrijk onderdeel van het socialisatieproces. Ze leren wat de consequentie van macht is: dat die gepaard moet gaan met verantwoordelijkheid en dat je het vertrouwen moet kunnen opbrengen om je te onderwerpen aan wie machtiger is dan jij. Bovendien leren ze een rollenspel te spelen.’

TS: ‘En hoe zien we dat terug in het stuk?’

RS: ‘Het heeft een aantal metaforische implicaties voor de manier waarop we met elkaar communiceren op maatschappelijk niveau. Als ik naar de hedendaagse politiek kijk, zie ik vaak pesterij en uitsluiting. Ik weet dat woorden iets kunnen betekenen en consequenties hebben. Woorden zijn daden. Ook bij stoeien kan iemand daadwerkelijk gewond raken. Dat gebeurde ook in ons gezin. We waren met drie kinderen en het ging er vaak niet zachtzinnig aan toe. Mijn ouders zeiden altijd ‘ophouden, we weten waar dit op uitdraait, iemand gaat zich pijn doen’. En dat was ook vaak het geval. Maar we hebben geleerd de kracht van elkaars lichaam te respecteren, evenals de kracht van de woorden die we gebruikten tijdens die speelse stoeipartijen.’

TS:  ‘Heb je het idee dat de huidige politieke correctheid ons verhindert zulke ervaringen op te doen?’  

RS: ‘Persoonlijk wil ik dat mensen zich gerespecteerd voelen, maar ik ben heel ambivalent over de manier waarop dat bewonderenswaardige verlangen wordt nagestreefd. Ik denk dat daar een taak ligt voor de kunst. Dit roughhousen wordt uiteindelijk een knooppunt voor alle tegenstrijdige richtingen waar de samenleving ons intrekt.’

TS: ‘Er zijn concrete strategieën om die politiek correcte grenzen te ondergraven. De eerste persoon die dan in mij opkomt is Donald Trump, die voortdurend gebruikmaakt van taal om de grens van wat maatschappelijk geaccepteerd is te overschrijden en taboes te verschuiven.’

RS: ‘Dat heeft veel te maken met wat de taal in Roughhouse weerspiegelt, maar de symbolen waar mensen zich omheen scharen zijn in het stuk vaak willekeurig. Soms staan ze aan de kant van de politieke correctheid, soms juist helemaal niet. Het gaat meer om verbinding en aansluiting, om insluiting en uitsluiting.’

TS: ‘Als ik naar Roughhouse kijk, dan begrijp ik dat communicatie niet echt werkt.’

RS: ‘Het is niet productief.’

TS: ‘Op een bizarre manier is het wel productief, omdat het maar doorgaat. Maar in de klassieke betekenis van communicatie – informatie die wordt verstuurd van de ene persoon naar de andere – komt het niet echt tot stand, of misschien enkel per ongeluk.’

RS: (lacht) ‘Iedereen in dit stuk heeft een hele korte aandachtsspanne. Het is moeilijk voor de acteurs, want wat ze zeggen is meer een associatie of een woordenspel, een rijm of alliteratie. Het is een viraal gebruik van taal, hoe kleverig taal is, hoe woorden opkomen en zich dan vermeerderen.’

TS: ‘Is het eerder een choreografische manier van taal gebruiken?’

RS: ‘Ja. Of het is een talige manier om een choreografie te maken. Afgezien van parameters als duur en ritme die eerder raken aan muziek, is praten uiteindelijk een fysieke handeling. Het gaat om de analyse van hoe we praten, niet om wat we zeggen. Het gaat om hoe het tot stand komt. Het gaat over de mechanica. Ongeveer zoals je kijkt naar de programma’s van je computer. Je kijkt niet meer naar de icoontjes, maar voorbij het besturingssysteem. Je kiest ervoor naar de code te kijken. En dan naar wat daaronder ligt op het niveau van de nullen en enen, en onder alle elektronica, onder al die chemie en daaronder naar alle atomen, quarks, neutrino’s. Het is een wonder dat mensen elkaar ooit begrijpen.’

TS: ‘Hoe zit het met de communicatie tussen jou als regisseur en de acteurs? Het is immers de eerste keer dat je werkt met acteurs en dansers. Kon je makkelijk verbinding maken met iedereen?'

RS: ‘Ja, dat ging heel makkelijk. Ik heb geluk gehad met de cast, vind ik. Het zijn gewoon de juiste mensen. In het begin waren er momenten dat ik merkte dat sommige acteurs sneller vooruit wilden. Ze hadden bepaalde verwachtingen van mij als regisseur. Maar ik besefte al gauw dat het meer tijd zou vergen. Dat proces was interessant.’

TS: ‘Zou jij je kunnen voorstellen dat je nu als acteur aan de slag gaat?’

RS: (lacht)  ‘O ja, absoluut. Nadat mijn acteerwerk met Bill Forsythe erop zat, was ik een beetje teleurgesteld dat niemand daarop inhaakte. Maar het zou wel de juiste regisseur moeten zijn. Soms denk ik dat ik dat heel graag zou doen. Het voelt als een contrapunt dat me in staat zou stellen in contact te blijven met de performer in mij. Ik vind het voor mezelf belangrijk om de komende jaren werk te maken waarin ik zelf kan spelen.’

TS: ‘Met gesproken tekst?’

RS: ‘Ja.’

Roughhouse 11 & 12 juni: meer info

HF BLOG