Blog

George Crumb – shaman of sound

Door: Joep Christenhusz

19.6.2017

Crumb 2009 Jpeg Z7w0364Een gemaskerde fluitiste brengt onaardse klanken voort door gelijktijdig op haar instrument te spelen en te neuriën. Een pianist plukt rechtstreeks aan de snaren of speelt een flard Bach op een tinkelende speelgoedpiano. Een cellist raspt schurende tonen uit zijn instrument en wrijft etherische klankaureooltjes uit kristalglazen. Wie een concert met muziek van George Crumb bijwoont, krijgt het gevoel getuige te zijn van een mystieke klankseance – avant-gardistisch en tegelijk onverbiddelijk bij de lurven grijpend.

Niet voor niets is George Crumb (Charleston, West-Virginia, 1929) een van de weinige experimentele componisten die bekend is bij een opvallend breed publiek. Hij ontving in 1968 een Pulitzer Prize voor zijn orkestwerk Echoes of Time and the River, sleepte in 2000 een Grammy in de wacht met zijn monumentale cantate Star-Child en schreef met zijn trio Vox Balaenae (‘Stem van de Walvis’) een nog altijd geliefd repertoirestuk. Zijn ‘elektrische strijkkwartet’ Black Angels verwierf een cultstatus dankzij een opname door het Kronos Quartet, was (deels) te horen in de horrorfilm The Exorcist en werd een regelrechte hit onder choreografen.

Onmiddellijke muziek
Jochem Valkenburg, muziekprogrammeur van het Holland Festival, heeft een verklaring voor Crumbs populariteit: ‘Crumb componeert op zo’n manier dat elke luisteraar zijn betoog kan begrijpen. Hij schrijft zonder intellectualistische omwegen. Daarmee is niets gezegd over de inhoud van zijn werk of over de prachtige omwegen die sommige anderen bewandelen, maar Crumbs muziek werkt daardoor heel onmiddellijk, rechtstreeks op het gehoor.’

Klank is een kernwoord bij Crumb, die in de Amerikaanse pers eens werd omschreven als een ‘shaman of sound’. De evocatieve kracht van zijn muziek wortelt in heel precies gecomponeerde soundscapes, waarvan de bestanddelen legio zijn. Zijn jeugd in de glooiende Appalachians weerklinkt in banjotokkels (Night of the Four Moons), de melancholische glissandi van een bottleneck guitar (Songs, Drones and Refrains of Death) of een zingende zaag (Ancient Voices of Children). Even gemakkelijk verweeft hij Tibetaanse gebedsstenen, Japanse tempelklokken of Afrikaanse talking drums in zijn muziek of manipuleert hij net als John Cage de klank van zijn instrumentarium door stroken papier tussen de snaren van een harp te vouwen of strijkers te laten spelen met vingerhoedjes.

Naar eigen zeggen komt zijn bonte klankenpalet voort uit een postmoderne drang om het schijnbaar onverenigbare samen te brengen – enigszins vergelijkbaar met de expressieve poëzie van de Spaanse dichter Federico García Lorca. Toch wekt zijn muziek nooit de indruk van een versnipperde collage. Uit alle elementen weet hij een persoonlijk muzikaal universum te creëren, waarin ‘Dreams’, ‘Images’ en ‘Apparitions’ een mysterieus verbond aangaan met ‘Hauntings’ en ‘Voices’ – uit het verleden en uit de natuur.

Muziek uit een ver verleden
Soms klinkt er plotseling iets vertrouwds in Crumbs galmende klankwereld. Neem Vox Balaenae, een muzikaal ritueel voor een gemaskerd en elektronisch versterkt trio van fluit, cello en piano, waarin plotseling het zonsopgangsmotief uit Strauss’ Also sprach Zarathustra opdoemt. Of het slotdeel van Ancient Voices of Children, waarin de hoboïst langzaam het podium afwandelt, terwijl hij de melodie van ‘Der Abschied’ uit Mahlers Das Lied von der Erde speelt. Om nog maar te zwijgen van alle bekende liederen uit het American Songbook, die vaak vrijwel ongewijzigd – maar van een vervreemdende context voorzien – klinken in de reeks American Songbooks.

In Makrokosmos herdefinieert Crumb het klavier als een onuitputtelijk timbremechaniek. De pianist klopt en schraapt in het binnenwerk van het instrument, tovert subtiele kleurnuances tevoorschijn door inventief pedaalgebruik en laat glazen en kettingen over de snaren glijden. De twee boeken tellende cyclus is tevens illustratief voor Crumbs innovatieve muzieknotaties, waarin de notenbalken archetypische symbolen vormen, zoals de cirkel, het kruis, de kosmische spiraal en het vredesteken.

En toch, ondanks al het ongehoorde en het nieuwe, klinkt in Makrokosmos onmiskenbaar het verleden door in verwijzingen naar Bartók, Beethoven, Chopin, Debussy en de gregoriaanse Dies Irae-melodie. ‘Als de zachte liefkozing van muziek uit een ver verleden’, zoals Crumb boven het elfde deel noteert.

Crumbs muzikale herinneringen zijn vaak geïnterpreteerd als een vorm van nostalgie, als een verlangen naar vervlogen tijden. Tegelijkertijd verlenen de vele citaten zijn muziek een tijdloos karakter, alsof zij klinkt van gene zijde, waar de lineaire stroom van de tijd niet bestaat en waar alles met alles samenhangt. Of zoals Crumb het zelf ooit formuleerde in een interview: ‘Ik geloof dat het mogelijk is om contact te maken met elk moment in het verleden. Op een bepaalde manier is het allemaal relevant.’

Of Crumbs eigen muziek in de toekomst relevant zal blijven, moet blijken. Vooralsnog behoort hij met componisten als John Cage, Lou Harrison en Harry Partch tot de meest vooraanstaande exponenten van de Amerikaanse experimentele traditie. 


George Crumb - Black Angels
Black Angels, An Idyll for the Misbegotten (Images III), A Journey Beyond Time (American Songbook II)

23 juni 2017, Muziekgebouw aan 't IJ
Meer info & tickets

George Crumb - A haunted landscape (1984)

In Holland Festival Proms: Sacred Environment
24 juni 2017, Het Concertgebouw
Meer info & tickets

HF BLOG