Blog

Een gesprek met Miranda Lakerveld

Door: Vincent Kouters

17.5.2019

Een gesprek met Miranda Lakerveld

Turan Dokht Rodrick Estimada 1

Door Vincent Kouters

Op 20 februari 2019 ging Turan Dokht in wereldpremière in de iconische Azadi-toren in Teheran. De Iraanse componist Aftab Darvishi en Nederlandse regisseur Miranda Lakerveld maakten met Iraanse musici deze naar eigen zeggen ‘interculturele herschrijving’ van het eeuwenoude Perzische verhaal over ‘Turan Dokht’ (‘de dochter van Turan’) die in veel opera- en theaterbewerkingen voorkomt en waarvan Puccini’s Turandot de bekendste is. Op het Holland Festival is de voorstelling voor het eerst in Nederland te zien.

Waar begon jullie reis met Turan Dokht?
Miranda Lakerveld: ‘Na de première van Het Offer, in 2017, waar Aftab het slotkoor voor had geschreven, zei ze dat ze een aanvullende opera wilde maken, en dat ze dat graag in Iran wilde doen. Ik antwoordde toen: je bent helemaal gek. Dat gaan we niet doen. Maar, ondertussen begon het idee wel al te kriebelen.’

Waarom is dat gek?
‘Er is bijna geen opera in Iran, en het is strikt gezien verboden. Er zijn regels waar je met enige creativiteit wel omheen kan werken, maar dan is er nog de enorme bureaucratische molen waar een productie doorheen moet. De structuren om een opera te maken bestaan daar gewoon niet. En hier in het westen wil, vanwege de sancties, bijna niemand iets doen met Iran. Gelukkig was het Holland Festival wel enthousiast. Maar goed, het leek wel een goed moment. In die tijd was het relatief rustig, President Rohani was net herkozen, sancties waren opgeheven, de situatie was hoopvol. Dat was hét moment om iets te doen. We dachten dat het een lange weg zou worden, maar niet dat het bijkans onmogelijk zou zijn.’

Wat gingen jullie doen?
‘Ik probeer in mijn werk altijd om vanuit het operarepertoire een verbinding te zoeken met andere culturen, in dit geval de Iraanse. Ik vind het heel belangrijk dat we het hebben over wat ons verbindt in de kunst. Opera kan dat goed. Het is een kunstvorm die meertaligheid toelaat en waarin universele mythologieën goed zijn vertegenwoordigd. Opera kent vele lijntjes naar andere culturen.’

‘Voor een project in Iran liggen opera’s als Die Zauberflöte of bepaalde stukken van Händel voor de hand – omdat ze vaak over Perzische koningen gaan. Maar die stukken misten resonantie. Ik zocht naar een verhaal waar zowel de Europese als de Perzische cultuur in vertegenwoordigd is.’

Hoe kwam je Turan Dokht op het spoor?
‘Ik las Haft Paykar (‘de zeven schoonheden’) van Nizami Ganjavi en toen zag ik het opeens: o verrek, Turandot is helemaal niet Chinees van oorsprong. Het is een Perzisch verhaal. Toen vielen voor mij de stukjes op hun plek. Ik hou heel erg van Puccini’s Turandot, maar ik heb het altijd een vreemd stuk gevonden met al die mystieke tonen en chinoiserieën. Toen ik voor het Holland Festival van 2015 met Frank Scheffer en Guo Wenjing aan Het Innerlijke Landschap werkte, was ik in China. Bij een Chinees operagezelschap dat Turandot op het repertoire had staan, heb ik toen eens gevraagd of ze wisten waar dat verhaal eigenlijk vandaan komt. Is dat nou een Chinees sprookje? Ze wisten het ook niet. Het was een volksverhaal, dat was het enige dat ze konden zeggen.’

Wat doen jullie ermee?
‘Onze voorstelling is een dialoog tussen het verhaal van Nizami Ganjavi en de Europese Turandot-traditie, die haar hoogtepunt bereikte bij Puccini. Die traditie is rijk, er zijn al enorm veel bewerkingen van geweest. In de 17e eeuw maakte Carlo Gozzi er een commedia dell'arte van. Later werd het in het Frans vertaald, toen heeft Schiller het naar het Duits vertaald, toen is het terug naar Italiaans vertaald, toen heeft de componist Busoni het nog een keer bewerkt, toen Brecht. En uiteindelijk Puccini.’

‘We hadden ervoor kunnen kiezen puur de Perzische versie van het verhaal van Turan Dokht te vertellen. Maar we wilden graag de ontwikkeling behouden die in die raamvertelling van Haft Paykar zit, die is prachtig en laat een psychologische ontwikkeling van de hoofdpersonen zien door het gebruik van rijke symboliek. Nizami Ganjavi hangt zijn zeer menselijke verhalen op een fabelachtige manier aan kosmische bewegingen. Er zijn zeven verhalen van zeven prinsessen die corresponderen met zeven planeten en de dagen van de week, in de Haft Peykar vertellen al die prinsessen een verhaal. Een van die verhalen is Turan Dokht. We hebben de raamvertelling behouden. Er staan zeven vrouwen op het toneel, allemaal heel verschillend, vier orkestleden en drie zangeressen, die de prinsessen spelen. De kleurensymboliek trekken we ver door. Om te begrijpen wat precies de betekenis van de verschillende kleuren is, zijn de ontwerpers en ik in de Perzische miniatuurkunst gedoken, daar is het kleurgebruik heel bijzonder, vol contrasten en heel expressief. Dit is de leidraad geweest voor zowel het video-ontwerp van Siavash Naghshbandi en de prachtige kostuums van Nasrin Khorrami.

Waarover gaat Turan Dokht volgens jou?
‘Het is een liefdevolle voorstelling geworden, bijna romantisch. Volgens Nizami is het de liefde die het universum in beweging zet. Wat liefde is, blijft raadselachtig. In essentie gaat het stuk, net als bij Nizami, over dit mysterie. Om onze verschillen te overbruggen, hebben we steeds die vonk van liefde nodig, en daarvoor is menselijk contact onontbeerlijk, met al zijn uitdagingen. Dat is volgens mij de functie van de raadsels in het verhaal.’

‘Hoe menselijke verbinding werkt is een mysterie. In de soefiliteratuur leggen ze dat onder een vergrootglas en onderscheiden ze de menselijke liefde en de goddelijke liefde. Wat zorgt ervoor dat mensen doen wat ze doen? Onze voorstelling gaat wat mij betreft over zelfinzicht en zelfkennis, meer dan over de Chinese raadsels in Puccini’s opera. Het is meer een ceremonie geworden. Een ceremonie voor zelfkennis. Aftab en ik hebben daarvoor onderzoek gedaan naar verschillende trancerituelen.’

Waarom werk je graag met Aftab Darvishi?
‘Aftab schrijft echt nieuwe muziek. Het is melodisch heel sterk. En met name haar meerstemmige koorwerk is heel kleurrijk. Ze weet de westerse instrumenten en de Perzische traditionele instrumenten in één continuüm te plaatsen, zoals de kamancheh en de percussie in Turan Dokht. Maar de muzikale dialoog stopt daar niet. Er is in Turan Dokht ook ruimte voor verschillende manieren van werken, voor de verschillende toonsystemen en voor improvisatie, zodat het spel, de vormgeving en de muziek echt een synthese worden. Er zit veel volksmuziek in deze voorstelling, in eerste instantie omdat het de specialiteit is van de drie zangeressen, Sara Akbari, Niloofar Nadaei en Tahere Hezave. Zij maken heel bijzonder fysiek theater met traditionele muziek. Maar, de volksmuziek heeft een bijzondere functie gekregen in de voorstelling, zij maakt als het ware haar eigen reis, en geeft de muzikale veelzijdigheid van Iran weer. Er is bijvoorbeeld een eeuwenoud Zoroastriaans lied in de proloog en een bruiloftslied uit de regio Qashqai. In de ruimte tussen deze volksmuziek en de klankwereld van Puccini klinkt Aftab’s muziek als een logische conclusie van de dialoog.’

Hoe was het om deze voorstelling te spelen in Teheran?
‘Lastig. Het lot van de productie leek wel verbonden aan dat van de verslechterende diplomatieke relaties tussen Iran en het westen. Toen we de eerste plannen schreven, begin 2018, kondigde Trump nieuwe sancties aan, en de rial, de Iraanse munt, kelderde meteen enorm. We konden daarom bijna geen financiële afspraken maken of vooruit plannen. Twee dagen voordat ik naar Iran ging om het project te maken, ontstond een diplomatiek conflict tussen Iran en Nederland, het plaatselijke festival dat onze visa zou verzorgen verdween van de radar. Daardoor ontstonden problemen met de visa en vergunningen, Ekaterina Levental kreeg bijvoorbeeld geen visa. Gelukkig vonden we daar een goede vervanger, Sayeh Sodefiye. In Amsterdam zingt Ekaterina overigens wél de rol die voor haar werd geschreven. Sayeh is ook in Nederland, en zingt in het programma met Hamid Dabashi’

Was het een succes?
‘Correspondent Thomas Erdbrink was erbij. Die noemde het een historisch moment. De reacties wasren zeer positief, ja. Maar ik vind het zelf lastig om het een succes te noemen. Dat klinkt zo wrang, omdat het daar helemaal niet goed gaat.’


Waarom was het historisch?
‘Opera was lange tijd verboden in Iran. Omdat vrouwen niet solistisch mogen zingen. Bovendien werd het te westers geacht, en dat zijn dingen die daar niet goed liggen. Tegenwoordig mag er meer, als vrouwen dus maar niet solo zingen. Dat heeft ons er niet van weerhouden om een opera te maken, waarin als oplossing een trio van vrouwen altijd met de hoofdrol meezingt.’

Turan Dokht is mede geïnspireerd op het werk van Hamid Dabashi. Wie is hij?
‘Wat mij betreft is hij een van de grootste postkoloniale denkers van dit moment. Bij elke voorstelling die ik maak, ben ik wel met zijn werk bezig. Vooral zijn laatste boek Persophilia is van toepassing op deze voorstelling. Hierin breekt hij met Edward Saids idee van het ‘oriëntalisme’ en stelt dat er geen sprake is van eenrichtingsverkeer in de beïnvloeding van het oosten door het westen. Er is volgens hem wederzijdse beïnvloeding. Dat zie je bijvoorbeeld in hoe zo’n verhaal als Turan Dokht de wereld over reist en weer terugkomt. Dabashi schrijft in Persophilia ook hoe opera deel uitmaakt van deze mondiale uitwisseling, en hoe het operarepertoire beïnvloed is door Perzische verhalen. Dat is iets wat wij in Europa vaak over het hoofd zien. Het is geen geheim dat Turandot gebaseerd is op een Perzisch verhaal, maar met dit simpele gegeven is nooit eerder iets gedaan.’

‘Cultural appropriation’ is een internationaal discussiepunt in media en publiek debat. Is culturele toe-eigening een thema voor jou?
‘Zeker, het gebeurt en dat moeten we absoluut bespreken. Ik denk dat de discussie over wie de rechtmatige eigenaar van cultuur en van verhalen is en de heftigheid waarmee die discussie nu plaatsvindt een van de symptomen is van de moderne samenleving. We leven met zoveel verschillende mensen op een relatief klein oppervlak. Dat is prachtig, maar we geven ons er niet genoeg rekenschap van hoe ingewikkeld dat is. Die clash is het resultaat een mondiale ontwikkeling. Om een dialoog binnen ons creatieve werk te voeren, maken we vaak gebruik van de kracht van cultureel erfgoed, dus wij moeten met ons werk extra voorzichtig zijn. Ik heb een werkmethode ontwikkeld waarin alle ‘stemmen’ gelijkwaardig moeten zijn, ook in het maakproces. Iedereen die meewerkt heeft zeggenschap, en vetorecht over het gebruik van zijn of haar eigen erfgoed, ook in Turan Dokht. Ik wil juist die dialoog creëren. We gebruiken niet voor niets een 12e-eeuwse tekst over zeven prinsessen uit zeven verschillende culturen. Onze culturen zijn in dialoog met elkaar ontstaan. Daarover gaat Turan Dokht.’

Ga je met Turan Dokht een kunstschat terugbrengen naar zijn oorspronkelijke land?
‘Dat klinkt nogal paternalistisch. Dat is ook niet mijn taak. Ik wil wel laten zien dat het operarepertoire helemaal niet zo Europees is als we misschien denken.’

Turan Dokht Miranda Lakerveld Sjoerd Derine 2

Turan Dokht is op 5 & 6 juni te zien in Muziekgebouw aan 't IJ: meer info

HF BLOG