Blog

Een gesprek met Dimitris Papaioannou

Door: Vincent Kouters

16.6.2017

The Great Tamer © Julian Mommert 7De Griekse theaterregisseur Dimitris Papaioannou (1964) debuteert op het Holland Festival met de nieuwe voorstelling The Great Tamer én de theatrale installatie Inside. Na een eerste introductie door Introdans in 2016, met een fragment uit Nowhere, wordt nu zijn eerste avondvullende werk gepresenteerd. In Griekenland maakt Papaioannou al sinds 1987 voorstellingen. Hij heeft daar inmiddels een sterrenstatus.

Hoe vindt u het om voor het eerst naar Nederland te komen met uw werk?
Wat denk je zelf? Fantastisch. Het heeft zo lang geduurd. Ik ben zo benieuwd hoe het Nederlandse publiek reageert op mijn bizarre fantasieën.Deze tournee met The Great Tamer is onderdeel van een nieuwe fase voor mij. De laatste twee jaar kan ik mijn werk in steeds meer landen tonen.’

‘Het heeft ook invloed op het werk zelf. Op tournee gaan met een live voorstelling betekent voor mij ook op tournee gaan met een levende voorstelling. Omdat mijn werk altijd in ontwikkeling blijft. Ik pas steeds dingen aan. Ik speel zelf mee, dus na elke opvoering begrijp ik iets beter wat ik wilde zeggen toen ik aan het componeren was.’

U zegt componeren, niet choreograferen. U maakt geen dans?
‘Ik wil mijn werk geen dans noemen en mijzelf geen choreograaf. Uit
respect voor het werk van echte choreografen. Dat gezegd hebbende maak ik natuurlijk zwaar fysiek theater, zonder woorden. In The Great Tamer werk ik met een cast van vijf dansers en vijf acteurs. Alle tien kunnen fantastisch bewegen.’

Hoe zou u uw werk wel noemen?
‘Dat hangt van de voorstelling af en wat ik ermee wil communiceren. Ik probeer vrijelijk te bewegen tussen moderne kunst en performance aan de ene kant en de meer traditionele vormen als theater, film en circus aan de andere kant. Er zijn, hoop ik, meerdere manieren om mijn werk te benaderen. Zo hoop ik dat het genereus en mysterieus blijft.’

U werkt nu aan The Great Tamer. Wat waren inspiratiebronnen voor dit nieuwe werk?
‘The Great Tamer is geïnspireerd op een waargebeurd verhaal. Niet dat we het letterlijk navertellen, allesbehalve, maar dat verhaal heeft wel continu in mijn hoofd gezeten tijdens het maken. Het gaat over een twintigjarige Atheense jongen, Vangelis Giakoumakis, die een maand lang vermist was en daarmee heel Griekenland in zijn greep hield. Zijn gezicht stond op het hele internet. Het bleek dat hij gepest werd door zijn vrienden. Uiteindelijk werd zijn lichaam gevonden in de modder aan de waterkant van een rivier. Zelfmoord. Het was een regelrechte tragedie over volwassen worden, offers brengen en vrienden die beulen worden. Ik was er destijds erg door ontdaan en begon na te denken over de dingen die we onze geliefden aandoen. Over hoe graag we gezichten willen zien, hoe we verslaafd kunnen raken aan gezichten. En over wat het betekent om een menselijk lichaam in de modder te vinden. Dit laatste bracht me bij de notie van archeologie, opgravingen. Ik woon in een land waar we omringd zijn door opgegraven fragmenten uit het verleden, waar we iets proberen te begrijpen uit die fragmenten. Datzelfde probeer ik in de voorstelling.’

Wat gaan we zien?
‘Een absurd, nachtmerrieachtig circus, dat ons eraan herinnert dat we allemaal genade zoeken, ons hele leven lang. Iedereen heeft genade nodig.’

Wat voor beelden heeft u in petto?
‘Het heeft, denk ik, niet zo veel zin om beelden te gaan beschrijven. Ik kan wel zeggen dat er een visuele lijn is die bestaat uit het opnieuw creëren van lichamen met meerdere performers tegelijk. Je krijgt lichamen te zien die uit elkaar vallen en weer in elkaar worden gezet. Ik heb me ook laten inspireren door de verbeelding van het menselijk lichaam door de grote meesters uit de renaissance. Ik vind het leuk om in mijn werk te refereren aan die grote meesters. Ook om het publiek eraan te herinneren dat we door de geschiedenis heen allemaal hetzelfde mysterie trachten te ontrafelen. Namelijk: wie zijn wij? Hoe kan de mens functioneren?’



Waarom heet het The Great Tamer?
‘Homerus zei ooit: tijd is de grootste temmer. De mens is waarschijnlijk het enige dier dat kennis heeft van zijn eigen naderende dood. Dat stelt ons voor een probleem. Het creëert een tijdspanne die wij een leven noemen en waarin we ons continu afvragen hoe we dat leven zin kunnen geven. Die zingeving, onze cultuur, dat is een vorm van temmen.

Ook refereert de titel natuurlijk aan de leeuwentemmer in het circus:
the great tamer. Ook die krijg je te zien, maar dan wel in een compleet andere, gedegenereerde vorm.’

Het menselijk lichaam staat centraal in al uw werk. U lijkt er door gefixeerd. Wat spreekt u zo aan in het menselijk lichaam?
‘Ik identificeer me ermee.’ (lacht.) ‘Het ontroert me. Ik probeer het van zoveel mogelijk kanten te bekijken. Nu ik ouder word, merk ik dat ik een steeds groter ontzag krijg voor de menselijke constructie. Toen ik een schilder was, schilderde ik al veel lichamen. Het traditionele naakt in de
schilderkunst en in de Griekse overlevering is een ode, een overwinning. Het toont het menselijk lichaam als de maat der dingen. Maar als de mens het universum wil doorgronden, dan is het genoodzaakt om buiten de grenzen van zijn eigen lichaam te kijken. Dus als je, zoals ik, theater zonder tekst maakt, waarin je iets wil zeggen over het mysterie van onze existentie, dan is het menselijk lichaam het beste wat je kan tonen.’

Welke kunstenaars hebben u beïnvloed?
‘Dat zijn er veel. Een daarvan is een van de beste beeldend kunstenaars die ik ken. Hij is dit jaar overleden. Zijn naam is Jannis Kounellis. Hij was een pionier van de arte povera. Hij liet zien dat je zelfs met de eenvoudigste materialen kunst kan maken. The Great Tamer is een ode aan
Jannis Kounellis. Uiteraard ben ik ook sterk beïnvloed door Pina Bausch en Robert Wilson. Deze twee machtige tegenpolen trekken mij al aan sinds ik mijn eerste stappen in het theater zette. Eind jaren tachtig was ik een van de assistenten van Robert Wilson. Het was alsof ik naar de universiteit ging.’

Hij leerde u het vak?
‘Het heeft mijn hele leven compleet veranderd. Ik heb gezien wat het betekent om theater te creëren dat volledig uit beeld bestaat. Als schilder wist ik hoe moeilijk het is om aan een niet-schilder uit te leggen wat ik zie voordat ik begin met schilderen. Van alle mensen die ik in mijn leven heb ontmoet, is Robert Wilson de man die het beste kan kijken en die het beste kan uitleggen – met mathematisch precisie – hoe het beeld dat hij voor ogen heeft eruit ziet. Zijn werk is pure wiskunde. Dat opende mijn ogen. Ik realiseerde me dat het mogelijk was om een scène te creëren door enkel de proporties, kleuren, vormen en afmetingen te benoemen. Ik heb het Robert Wilson toen zien doen. Vanaf dat moment wilde ik ook theaterregisseur worden.’

U bent nu geen schilder meer?
‘Ik ben een schilder in het theater.’

U tekende vroeger ook graphic novels. Is dat terug te zien in uw werk?
‘Jazeker. Als het goed is in de timing, de humor en de romantiek. Ik ben opgegroeid met strips. De magische charme van strips ben ik gelukkig nooit uit het oog verloren. Iemand als Jacques Tati, van wie ik fan ben, gebruikte die charme ook in zijn films. Ja, in zekere zin ben ik een naïeve kunstenaar. Ik ben autodidact, ik ben altijd een ontdekker geweest. Nu ben ik 53 en heb ik veel ervaring, maar tegelijk koester ik dat beetje kinderlijke verwondering dat ik nog heb. Daar vaar ik op, als ik straks scènes moet gaan selecteren. Ik probeer werk te maken dat het kind in ieder van ons aanspreekt.’

Inside is een zes uur durende film die gemaakt is van een theaterexperiment dat u in 2011 uitvoerde in Athene.
‘Ik wilde een theaterinstallatie neerzetten in het centrum van de stad. Het leek op een tentoonstelling in een museum. De complete ruimte was ingericht als een driedimensionaal schilderij van een huis. Elke dag voerde een groep acteurs een zes uur durende choreografie uit in dit huis.
Niks was geïmproviseerd, alles was tot op de seconde berekend. De film die ik daarvan maakte is ook één lange take en bevat geen crossfades, ook al lijkt dat soms zo. Maar het zijn allemaal theatertrucs. Het publiek kon komen en gaan wanneer het wilde en zag een uitgestrekt landschap van bewegingen. Het was een experiment. Ik wilde het publiek de kans geven een persoonlijke ervaring op te doen.’

De film wordt op het Holland Festival vertoond in grote zaal van de
Stadsschouwburg. Wat hoopt u dat mensen doen als ze eenmaal binnen zijn?
‘Ik moedig iedereen aan om naar binnen te gaan, zijn of haar schoenen uit te doen en te gaan zitten. Geef het vijftien minuten en dan weet je of je wil blijven of niet. Als je blijft, probeer dan de tijd te vergeten. Inside is niet iets dat je even snel consumeert. Je moet jezelf erin onderdompelen. Wat je daarvoor terugkrijgt, is tijd voor jezelf. Gebruik die tijd om te mediteren, te slapen of na te denken. Wat je wil. Het maakt mij niet uit.’

The Great Tamer - Dimitris Papaioannou
za 17 & zo 18 juni 2017
Meer informatie & tickets

HF BLOG