Blog

Column Stephan Sanders - Mapplethorpe: Klikken op een hoger niveau.

Door: Stephan Sanders

20.6.2019

 
Mapplethorpe: Klikken op een hoger niveau.

Triptych Ada Nieuwendijk 4

  Robert Mapplethorpe (1946-1989).

 Noem de naam, en ik ben weer twintig jaar, dertig. Aids begint op te komen, Aids is overal. Mapplethorpe sterft aan de ziekte, zoals zo veel van zijn generatiegenoten, en in zijn laatste zelfportret wordt het bondje van de seks en de dood nog eens afgebeeld.

 De voorstelling heeft ook een ondertitel: ‘Eyes of One on Another’, de ogen van de een op de ander. De jaren ‘80 ogen van Mapplethorpe op ons. Onze huidige en nog steeds levendige blik op het werk van Mapplethorpe.

 De fotograaf was een bondgenoot – zo zag ik dat in die tijd. Iemand die onverholen de seksualiteit tussen mannen liet zien, en alle vieze geheimpjes uit de darkrooms en kelders verklapte. Vastlegde. Maar dit was klikken op een hoger niveau; dit was de openheid die uiteindelijk zou helpen bij ‘de bevrijding van de seksualiteit’. Je kon dat in die jaren onproblematisch stellen, en nu denk ik: seksualiteit van wie, van wat? Van mijzelf? En hoe ziet zo’n ‘bevrijde seksualiteit’ er dan uit?

 Tryptich- de–voorstelling zorgt ervoor dat ik ook mijn eigen verleden onder ogen moet komen, de tijdsgebondenheid van mijn ideeën en dromen van toen.

 Niemand had het nog over ‘white privilege’, maar Mapplethorpe werd bij leven al bekritiseerd vanwege zijn ‘objectivering van zwarte, mannelijke lichamen.’ Lichamen als zwarte beeldhouwwerken, perfect gefotografeerd, onwaarschijnlijke pikken, als vlaggen, die altijd strak staan, en nooit hangen.

 Witte man Mapplethorpe, zwarte modellen, soms zonder hoofd, maar bijna altijd met zicht op hun kruis.

 Je kan de kritiek nu zo uittekenen, maar dat kon ik niet, 25 jaar geleden.

 Alles leek met alles samen te hangen: de bevrijding van vrouwen en homo’s, de SM scene die zich niet langer verborgen wilde houden, en de boosheid van Afro Amerikanen en van andere zwarten en gekleurden in de diaspora.

 Eén stroom, die vanzelfsprekend in dezelfde richting voerde; richting ‘bevrijding’.

 Er is dat bombardement aan foto’s van Mapplethorpe, waaronder, het zij vermeld, ook  aandoenlijke portretten van Afro Amerikaanse mannen en vrouwen. Maar het laatste woord in de voorstelling is aan Essex Hemphill (1957-1995), de Afro Amerikaanse dichter en gesproken woord artiest, die tijdens zijn korte leven – ook Aids - een criticus was van Mapplethorpe.

 Hij vroeg zich af: Wat is de zwarte, homoseksuele man in de witte, Amerikaanse gayscene? Het komt volgens hem hier op neer: ‘O, I want to suck your big N*****dick’.  Dat vond hij, terecht, te weinig.

 Het laatste lied in de voorstelling is op basis van een gedicht van Essex: ‘In America/ I place my ring/on your cock/ where it belongs.’ Een massaal gezongen slotkoor, net weer anders dan dat van de Mattheus.. De cockring als de trouwring voor zwarte, homoseksuele mannen. Mannen met gezichten en verlangens en dromen: over het ‘homohuwelijk’ bijvoorbeeld, dat pas veel later in delen van Amerika mogelijk werd.

 Tryptich vangt de zwarte kritiek op Mapplethorpe, maar doet dat genadiglijk: de beroemde fotograaf wordt niet alsnog verketterd, maar gesitueerd ergens tussen de sfeer van toen en nu.

 Zeg ‘Mapplethorpe’ en ik werp een blik op mijn vroegere Zelf.

 Ook dat probeer ik genadiglijk te doen.

 Stephan Sanders.

HF BLOG