Blog

Column Stephan Sanders - Ik niet begrijp

Door: Stephan Sanders

03.6.2019

 
Ik niet begrijp.

Los Incontados Un Triptíco Mauricio Esguerra 1

 De stemming waarin ik verkeerde? Zoetgevooisd, welwillend, op het dweperige af. Net die overdonderende openingsvoorstelling van het Holland Festival meegemaakt ‘The Head and the Load’, van William Kentridge. Daarin wordt naast veel meer ook gezongen en gesproken in het Zoeloe en Swati (Swaziland). Ik beheers die talen niet, maar koesterde de illusie dat ik alles verstond. Kentridge wist me te vervoeren, en dan kijk je niet op een paar woordjes die je niet meteen kan plaatsen.

 Zelf zegt de kunstenaar dat het er in zijn kunst om gaat ‘de momenten te accepteren die domweg niet te begrijpen zijn.’

 Goed gezegd. Wie alles wil begrijpen neme een Excel sheet.

 Ik kan heel goed iets niet begrijpen en er toch in geloven. Ik geloof zelfs in God. Dat lukt niet als je alles rationeel en volkomen begripsmatig wilt benaderen.

 Er is dat oude, literaire idee, dat uiteraard ook geldt voor het theater: ‘the suspension of disbelief’. De romanlezer of theaterbezoeker wordt gevraagd haar scepticisme tijdelijk ter zijde te schuiven, voor de duur van het gebodene.

 ‘Ja maar, vogels kunnen toch niet tennissen?’

 ‘Wel in dit verhaal.’

 Dat was de stemming toen ik naar de voorstelling “Los Incontados’ ( de vermisten) ging van het Colombiaanse theatercollectief Mapa Teatro.

 De twee programmamakers, broer en zus  Rolf en Heidi Abderhalden (Zwitserland/Colombia) kennen William Kentridge: alle drie volgden ze een deel van hun theateropleiding in Parijs. Theastercollega’s zogezegd.

 Ik had me ingelezen voor ‘Los Incontados’,  want mijn kennis van de recente Colombiaanse geschiedenis schiet ernstig te kort. Dit stuk gaat over het alom aanwezige geweld in dat land, dat zuchtte onder dictaturen, guerrillagroeperingen, paramilitairen en de narcotica maffia. Waar eindigt de gewelddadigheid, waar begint het feest? Zit in elk exces, of het nu om carnaval gaat of om het katholieke feest van de Onnozele en Onschuldige Kinderen (28 december) niet ook de kiem van de afrekening, van alle mogelijke destructieve krachten?

 Ik dacht het thema te begrijpen, de roes en de oorlog, het feest en de vechtpartij. Wij zijn geneigd net te doen alsof je die twee keurig kunt scheiden, maar in de praktijk loopt het één in het ander over.

 Ook nog naar de mondelinge toelichting geweest, die voorafgaand aan het stuk werd gegeven. Daar werd gewezen op ‘de esthetica van de dekolonisatie’ en het ‘hilarische gebaar van de deconstructie.’

 Sommige woorden openen geen deuren, maar gooien die met een smak dicht.

 Maar ik liet mij niet kennen: de stemming was bij voorbaat juichend.

 Een uur later – een korte voorstelling-  keek ik tegen een woud van ruggen aan, want de mensen gaan staan voor het applaus, standaard, en als je blijft zitten zie je alleen nog maar hun enthousiasme.

 Er waren ook mensen die niet zomaar applaudisseerden, maar er hun hart en ziel in legden. Ik was jaloers op ze, ik benijdde ze, want ik had niets gezien of  gehoord of begrepen waardoor ik kon meedoen.

 Het is een eenzame positie, jij zittend in zo’n staande zaal. Je bent de enige die geen Swati spreekt, geen Zoeloe.

 Ik was even een analfabeet.

 Stephan Sanders.

HF BLOG