Blog

Column Stephan Sanders - 'Botsende Werelden'

Door: Stephan Sanders

14.6.2019

Mitra: ‘Botsende Werelden’.

Mitra 1900X900

 Voor en na de Holland Festivalvoorstelling wordt er gepraat; door je zelf, met kennissen, maar ook door onbekenden, van wie je de gesprekken opvangt.

 Het is enigszins vervreemdend delen van je eigen conversatie te herkennen, maar nu uitgesproken door onbekenden.

 Iemand zegt: ‘galerie’, met de ‘G’ van Gucci en trouwens ook met de ‘g’ van ‘garage’- want nette mensen hadden die vroeger alleen in het Frans.

 Iemand zegt: ‘Maar de Biënnale vind ik altijd een martelgang. Ik heb wel een tip: precies één dag na de opening; is het niet te warm in Venetië, niet te druk, geen rijen. Echt doen.’

 Een ander vertelt over het logeeradres dat hij heeft gevonden voor de komende Salzburger Festspiele (20 juli-31 augustus.)

 Het zou nu heerlijk zijn af te geven op die ontwortelde, kosmopolitische HF-elite, die van kunstevenement naar Buchmesse trekt, en geen andere zorg kent dan zoveel mogelijk kunstzinnige bonuspunten binnen te halen in het leven.

 Maar, zoals ik al zei: bij mij glippen er ook wel eens van die zinnetjes tussen door, ik  kan me niet op een geloofwaardige manier mijlenver distantiëren van wat me toch ook ergert.

 Freud sprak van ‘het narcisme van de kleine verschillen’, want wat relatief dichtbij komt, maar net even anders is, is ook een geweldig afzetpunt.

 Maar dan nu even over de ‘grote verschillen’ , die geen narcistische distantie creëren, maar heel veel afstand. Een krater.

 Bovenstaande gespreksflarden ving ik op voor en na Mitra, een voorstelling waarin het lot centraal staat van Mitra Kadivar, een Iraanse psycho analytica, die in haar woonplaats Teheran gedwongen wordt opgenomen in een inrichting en daar ook tegen haar zin wordt behandeld. Op een bijbehorende film worden ook beelden vertoond van ‘real life’ patiënten uit het Centre Montperrin in het Franse Aix en Provence - ik neem althans aan dat het patiënten zijn.  

 Er is een hoogtepunt in die voorstelling: de twee korte keren, wanneer zangeres Claron McFadden opkomt, en veel te kort een dus veel te korte solo zingt. De rest is onvoldragen op z’n best, en ook warrig in zijn uitwerking. Maar ik ben hier niet om een recensie te schrijven, maar een column.

 Ik vind het moeizaam en bijna onethisch om naar die beelden van die Franse psychiatrische patiënten te kijken in sterk ontremde staat. Zeker in deze gebenedijde kunstsetting, met de Salzburger Festspiele nog voor de boeg. Ik weet wel zeker dat regisseur en gezelschap nadrukkelijk om toestemming hebben gevraagd; Dat er misschien door die patiënten zelf, of hun belangenvereniging is aangedrongen op aandacht voor hun lot.

 Maar dit blijft schuren: Wij ‘Pelléas en Mélisande liefhebbers’, wij’ William Kentridge fans’, wij vergapen ons even aan mensen die zich niet meer in de hand hebben. Ons esthetisch oog wordt getrokken door iets dat zich niet esthetisch laat beoordelen. Je kan niet als regie aanwijzing geven: ‘Speel die psychotische episode net even anders.’

 Ja, daarna is er witte wijn; trouwens ook rode wijn, en jus d’orange, premier Rutte.

 Ik hoorde iemand zeggen: ‘Botsende Werelden.’

 Dat leek me nog de mildste samenvatting.

 Iemand zei: ‘Maar het Licht was prachtig.’

 Dat wordt nu mijn vaste verlegenheidszin, voor als ik het niet meer weet.

 Stephan Sanders.

HF BLOG