Blog

Column: Nieuwe ogen

Door: Stephan Sanders

20.6.2020

Het Brandende Verhaal Rufus CollinsHet verhaal over Rufus Collins (1935- 1996), de Afro Amerikaanse theatermaker en regisseur, die midden jaren ’80 in Amsterdam een  multicultureel gezelschap op poten zette, is ook het verhaal van iemand die met nieuwe ogen heeft leren kijken.


Colins groeit op in Harlem, New York. In een omgeving waar zowat iedereen Afro Amerikaan is, of ‘black’ zoals het toen nog onproblematisch heette. Collins vertrok uiteindelijk naar Londen, werkte daar bij the Black Theatre Co-operative, een zwarte theatergroep, die werk opvoerde van zwarte Britse schrijvers.

In het begin van de jaren ’80 komt Collins op uitnodiging naar Amsterdam, hij leert Nederland kennen, hij ziet hoe het multi- culturele in wording is( toen veel meer in de Kalverstraat dan in de theaters) en Collins denkt na over een nieuw, eigen gezelschap. Hij leert Henk Tjon kennen, de Surinaamse Nederlandse regisseur, en via Tjon leert hij in één moeite door ook Suriname kennen, en het multi-etnische karakter van haar bevolking.

En dit is wat Collins ineens ziet en begrijpt: hij moet geen ‘ zwart’ theater gaan maken, hij moet een multicultureel theater opbouwen. Later zal dat ‘De Nieuw Amsterdam’ (DNA) worden.

Het ontroert me als ik me voorstel hoe Collins als midden veertiger radicaal besloot opnieuw te kijken naar de wereld. Hij her- programmeerde zichzelf, hij onderkende hoezeer de multi- etnische werkelijkheid in Europa afweek van het zwart- wit schema, dat nog steeds domineert in de Amerikaanse samenleving.

Colins leerde Afro –Surinamers kennen, Marokkanen, Turken, Hindoestanen, Javanen, inheemsen en alle mogelijke mix- en mengvormen die daaruit kunnen voortkomen.

Het nieuwe ‘wij’ dat hij bouwde, werd ineens veel ruimer bemeten. hij begreep dat enkel ‘ zwart’ geen recht deed aan de Europese en Caribische gelaagdheden, hij voorzag zichzelf van een nieuwe blik die ruimer was dan daarvoor.

Dat is een prachtig voorbeeld van ‘in pursuit of the We’- het motto van dit festival, ontleend aan ‘associate artist’ Bill T. Jones. Het festival waarin Collins wel figureerde, maar dat hij niet mee kan maken. Hij stierf in 1996 aan aids.

Zo’n zoektocht naar een nieuw Wij betekent dat alle betrokkenen opnieuw uit hun ogen moeten leren kijken: Afro- Europeanen net zo goed als Afro-Amerikanen, Surinaamse Javanen, witte Nederlanders, bruine en zwarte Nederlanders. Zelfs Bill T. Jones, de man achter het motto, zal zijn blik wijder moeten maken, wil het oude wij het niet bij voorbaat winnen van de nog te vormen gemeenschap.

Ik heb net gekeken en vooral geluisterd naar (opnamen van) Sami Yusuf, de soefi muzikant en zijn ensemble, dat samenwerkt met het koor Cappella Amsterdam, en met het Amsterdams Andalusisch Orkest. Daar komen zo drie, vier, vijf culturen samen, niet in een onherkenbare worstenbrij, maar in geduldige opvolging en aanvulling. Je komt niet ver met ‘zwart’ of ‘wit’ als je de voorstelling wilt beschrijven.

Zoiets kan in de kunsten, waar schijnbaar moeiteloos culturele grenzen worden overstegen, terwijl amper drie maanden geleden de (oude, harde) grenzen weer terug leken in Europa. 

Zo’n ‘wij’ lukt alleen als het 'ik' zichzelf opnieuw wil inspecteren op ingesleten gewoonten, en er niet voor terugdeinst met andere oren te luisteren.

Een ‘nieuw wij’ vooronderstelt een ander 'ik', minder geharnast en gepantserd.

Want ‘het moet uit de lengte of de breedte’. 

‘Wij’ zoeken het in de breedte.

HF BLOG