Blog

Column: Lieve Lust. Het gemeenschappelijke Wij van Bill T. Jones.

Door: Stephan Sanders

10.6.2020

Merlin _170854200_c 270342f -5cd 4-41a 8-a 6d 5-94a 1137670cb -super Jumbo

Laten we niet alles op de wereldwijde Coronacrisis schuiven.

Ook in de tijd, kort voordat de pandemie Europa en de Amerika’s overviel was het motto dat Bill T. Jones koos als ‘associate artist’ van het Holland Festival 2020 verre van onschuldig. Wel ambitieus, heel ambitieus.

“In pursuit of the we’, het streven naar een gemeenschappelijk ‘wij’.

Er kan niet genoeg nadruk worden gelegd op dat stréven, want het ‘wij’ dat Jones voor ogen staat is geen gemakkelijk, gezellig wij – het wij van polonaises, het wij van onze eigen voetbalclub; Het ‘wij’ dat zich als vanzelf lijkt te vormen.

Kort nadat Jones op 11 februari in Amsterdam een praatje hield over het festival en de ideeën die hij daarover had, kreeg het ‘gezamenlijke wij’ op wel heel ironische wijze gestalte. Ineens was ‘social distancing’ een doodnormale term geworden, die van de faculteit der sociologie zo op straat was beland.

Interessante paradox: wij mensen moesten ons wereldwijd beschermen tegen het gevreesde virus, en net toen dat gedeelde lot tot ons bewustzijn doordrong, werd ons door de experts gemaand vooral toch afstand tot elkaar te bewaren. Dat betekende het einde van de omhelzingen van vrienden en kennissen, van familieleden die niet één huishouding vormden; het einde van de obligate receptiezoen, twee of drie op de wang (geen groot gemis). Maar ook: het einde aan elk aanrakingsritueel waarmee we elkaar verwelkomen en ook weer afscheid nemen.

Het Wij werd een onaanraakbaar fenomeen.

Die ‘sociale afstand’ werd door de Corona crisis ineens heel zichtbaar: letterlijk een kwestie van zo’n anderhalve à twee meter. De toekomstige historici die over dertig jaar terugkijken op de lockdowns en andere voorzorgsmaatregelen, zullen allicht in de verleiding komen het pre Coronatijdperk te zien als een grote, mondiale knuffelpartij, waarbij de mensheid als geheel elkaar betastte en bevoelde dat het een lieve lust was.

Nee. Want sociale grenzen dateren niet van een paar maanden. Ik kan het hele rijtje opnoemen: van klasse en culturele achtergronden, van verschillen in sekse, seksualiteit en gender, van zwart en wit en alles daar tussenin, van klasse en van kunst, van marge tot aan gevestigd.

Bill T. Jones is niet iemand die snel het ‘Alle Menschen werden Brüder’ in zal zetten. Eerst maar eens de verschillen erkennen die mensen en groepen van elkaar scheiden, eerst maar eens de ‘distantiedrift’ onder de loep nemen, waardoor de een afstand houdt van de ander. Het is Jones, als homoseksuele Afro-Amerikaanse choreograaf, met een uitgesproken culturele en politieke agenda niet gegeven om die verschillen te verdoezelen.

Het ‘wij’ waar Jones naar streeft lijkt niet op de instant broederlijkheid van  après-ski’s (met, zoals we inmiddels weten, soms dodelijke gevolgen), zijn ‘wij-idee’ is een kwestie van hard werken. Mensen hebben verschillende ervaringen, verschillende achtergronden. Maar sommige van die ervaringen zijn dominante verhalen geworden en andere worden consequent niet gehoord of ter zijde geschoven.

‘I want to show’ zegt Jones ‘that slow and complex process of going from I to We.’

Dat betekent: alle ervaringen tellen mee, en ook: het menselijke verhaal valt niet op te knippen in sociologische hokjes van zwart of wit of man of vrouw.

Laag of hoog. Geprivilegieerd en niet-geprivilegieerd.

Ga er maar aanstaan. En Bill T. Jones popelt om er mee aan de slag te gaan.

...

Photo credits: Ike Edeani

HF BLOG