Blog

Alexis de Tocqueville – de nachtmerrie

Door: Vincent Kouters

05.6.2017

Alexis De Tocqueville 4De relatie tussen Alexis de Tocqueville (1805-1859) en de democratie is ingewikkeld. De Franse filosoof en politicus zag zowel de voordelen als de gevaren van een samenleving die gestoeld is op de waarden gelijkheid, rechtvaardigheid en vrijheid. De Tocqueville wordt geroemd om zijn meesterwerk De la démocratie en Amérique (1835-1840). Hierin presenteert hij de nog prille democratie van de Verenigde Staten als lichtend voorbeeld. Tegelijk verzet hij zich in het eerste deel van dit boek tegen ‘de tirannie van de meerderheid’ en het ‘milde despotisme’ waartoe dit kan leiden.

De Tocqueville en zijn belangrijkste boek kennen de laatste jaren een opleving. In 2011 verscheen voor het eerst de Nederlandse vertaling: Over de democratie. In het nawoord noemt hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging dit ‘hét boek over de democratie’. Ook premier Mark Rutte heeft meerdere malen te kennen geven dat Alexis de Tocqueville zijn‘ lievelingsfilosoof’ is. Actuele vraagstukken rond burgerschap, centralisatie, de verhouding tussen rechtstaat en democratie en de opkomst van het populisme hebben ervoor gezorgd dat de in hoge mate voorspellende analyse van De Tocqueville weer in het middelpunt van de belangstelling staat.

De Tocquevilles ideeën zijn het beste te begrijpen in het licht van zijn biografie. De Tocqueville was van adellijke komaf. Zelf had hij de Franse revolutie niet meegemaakt, maar de gebeurtenissen rondom de Franse Revolutie in 1789 vormden een ongekend familietrauma. Zijn voorouders leefden lange tijd op hun Normandische landgoed. Maar toen de Tocqueville werd geboren was deze adellijke levensstijl grotendeels vernietigd. Slechts de herinnering resteerde. Hij schreef over zijn moeder dat ze graag een bekend koningsgezind lied zong, over het verdriet van Lodewijk XVI en zijn dood, waarmee ze iedereen in tranen achterliet. De Franse Revolutie werkt door in het complete gedachtegoed van De Tocqueville. Zijn thema was de worsteling van zijn land, en bij uitbreiding de westerse wereld, met de overal gestaag oprukkende gelijkheid. Wat hem betreft stond deze waarde op gespannen voet met die andere pijler van de revolutie: vrijheid.

In 1848 schreef hij mee aan de grondwet van de tweede Franse republiek en een jaar later was hij kort minister van Buitenlandse Zaken. Maar na de staatsgreep van Lodewijk Napoleon in 1851 hield hij het actieve politieke leven voor bekeken. Al in 1830 maakte hij zijn grote reis door Amerika, die hij beschreef in De la démocratie en Amérique. Net als veel Europese tijdgenoten herkende De Tocqueville in de Verenigde Staten de belichaming van de moderne, democratische samenleving. Hij schrijft: ‘Ik erken dat ik in Amerika meer dan Amerika heb gezien; ik heb er een beeld gezocht van de democratie zelf, van haar neigingen, van haar karakter, van haar vooroordelen, van haar hartstochten; ik heb haar willen leren kennen, al was het maar om althans te weten wat wij van haar moesten verwachten of vrezen.’

In Amerika was de democratie een groot succes. Alle klassen liepen er door elkaar, stelde De Tocqueville vast, iedereen volgde zijn of haar eigen belang zonder ook maar enige noemenswaardige bemoeienis van de staat. Hij stelde vast dat in een land als de Verenigde Staten de meerderheid niet alleen een democratisch vastgestelde macht, maar ook een grote morele macht heeft.

Dat verontrustte hem. De morele kwaliteit van een wet of principe hing volgens hem niet af van het aantal mensen dat erin gelooft. Of nu een volk of een koning het gezag over een land heeft, democratie of aristocratie, als één instantie alle macht krijgt, dan ligt daar de kiem van de tirannie. Die kiem zag De Tocqueville ook in Amerika: ‘Wat mij in Amerika het meest tegen de borst stuit, is niet de extreme vrijheid die er heerst, maar de weinige waarborgen die men er vindt tegen de tirannie.’

De Tocqueville zag goed wat de democratie zo aantrekkelijk maakte, namelijk de belofte om vrijheid én gelijkheid voor iedereen te doen toenemen. Maar als iedereen gelijk is en er geen elite overblijft, dan is er niemand die de zaken overstijgt, niemand van enige importantie die de belangen behartigt van het land. En dan ligt ‘de lege plek van de macht’ open voor het grijpen door om het even wie, door de eerste de beste ijdele despoot. Hij zag zijn gelijk bevestigd, toen later in zijn eigen land Napoleon III de macht greep.

Gelijkheid brengt middelmatigheid voort. Dat is de crux van De Tocquevilles betoog. Hij schrijft: ‘Toen alleen de rijken horloges bezaten, waren die vrijwel allemaal voortreffelijk. Nu maakt men er bijna alleen nog van middelmatige kwaliteit, maar iedereen heeft er een.’ Nog duisterder is hij over de uiteindelijk gevolgen voor het volk in een democratie. De democratie werpt de mens ‘steeds op zichzelf terug en dreigt hem ten slotte geheel en al op te sluiten in de eenzaamheid van zijn eigen hart.’

Vrij geïnspireerd op het gelijknamige boek van Alexis De Tocqueville

Democracy in America - Romeo Castellucci
4, 5, 6 juni - Stadsschouwburg Amsterdam 
Meer informatie & kaarten

HF BLOG