‘Muziektheater van de hoogste kwaliteit’ – The New York Times

The Corridor
& The Cure

Nederlandse première

Harrison Birtwistle, David Harsent, London Sinfonietta

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Wat als ouderdom op magische wijze is te genezen? The Cure is een nieuwe kameropera van de Britse componist Harrison Birtwistle in opdracht van het Londense Royal Opera House en het Aldeburgh Festival. Over de heks Medea die haar schoonvader Aeson met een flinke portie magie zijn jeugd teruggeeft.

The Cure is geschreven als pendant van The Corridor, over het fatale moment waarop Orpheus omkijkt naar zijn Eurydice. De twee werken – te zien in één decor, onder één regie – zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden door hun radicaal vernieuwende kijk op twee Griekse herrijzenis-mythes. Beide worden gezongen door sopraan Elizabeth Atherton en tenor Mark Padmore. Een keelsnoerende double bill.

Programma

Achtergrondinformatie

Sir Harrison Birtwistle is een van de meest gerenommeerde componisten van de hedendaagse muziek. Veel werk van hem ging in première op het Britse Aldeburgh Festival, opgericht in 1948 naar voorbeeld van het Holland Festival door Benjamin Britten en zijn zanger-vriend Sir Peter Pears. 

De mythe wil dat de oprichters in 1968 bij de première van Birtwistles Punch and Judy (de Engelse Jan Klaassen en Katrijn) zo ontdaan waren door de agressiviteit van het werk en de aard van de muziek, dat ze in de pauze met veel misbaar de zaal verlieten. Met het klimmen der jaren neigen veel componisten naar versobering. Bij Harrison Birtwistle (inmiddels 81) is dat niet anders. De New York Times noemt Birtwistle ‘ooit een ernstige modernist, nu zowel de belangrijkste Britse componist als het dramatische geweten van het Aldeburgh Festival.’ 

The Cure is een nieuwe kameropera van Birtwistle. De wereldpremière was vorig jaar op het Aldeburgh Festival. The Cure is de pendant van The Corridor, dat in 2010 op het Holland Festival te zien was. De twee mini-opera’s hebben dezelfde librettist (David Harsent), dezelfde zes instrumenten (fluit, klarinet, viool, altviool, cello en harp) en dezelfde twee stemmen (sopraan en tenor). En net als zijn voorganger licht The Cure één cruciaal dramatisch moment uit de Griekse mythologie. In dit geval de mythe rond de oude, stervende Aeson, de vader van Jason. De zoon vraagt aan zijn vrouw Medea, de trotse en eigengereide heks, om zijn vader zijn jeugd terug te geven. Medea brouwt een verjongingsdrankje van kruiden en haar eigen bloed, dat Aeson geleidelijk doet herleven. Maar wat Medea niet voorzag: terwijl Aeson verjongt en versterkt gaat hij steeds meer op zijn zoon lijken, zowel visueel als qua stem. Als Jason en Aeson ten slotte niet meer van elkaar te onderscheiden zijn, begeert ze beiden.Om deze transformatie, zoals die beschreven is in Ovidius’ Metamorfosen, van stervende, oude man naar jonge, sterke tenor is het Birtwistle en Harsent te doen. Minutieus geven ze de verandering weer. De enkelvoudige focus zorgt voor een even intense als lyrische ervaring.

In zijn werk richt Birtwistle zich vaker op mythische thema’s. The Corridor behandelde de Orpheus-mythe. Dat geldt ook voor Nenia: the Death of Orpheus, dat samen met Theseus Game in 2006 in het Holland Festival was te horen. Vanwege de uitgepuurde esthetiek en sobere bezetting kan The Cure een werk van de late Birtwistle genoemd worden. De compositie is volgens een recensent van ‘een ongekende kleurenpracht’ en wordt in het festival uitgevoerd door Elizabeth Atherton, Mark Padmore en London Sinfonietta. Padmore is een internationale ster en wordt gezien als de begenadigde tenor van het moment. Birtwistle schreef al eerder werk speciaal voor zijn stem. De wereldvermaarde London Sinfonietta is, evenals Birtwistle, een graag geziene gast op het Holland Festival.

Meer

Biografieën

Sir Harrison Paul Birtwistle (1934) wordt beschouwd als één van de grootste nog levende componisten. Hij studeerde klarinet en compositie aan het Royal Manchester College of Music. Samen met enkele studiegenoten richtte hij de modernistische groep New Music Manchester op.

In 1965 kreeg hij een tweejarige beurs voor de Princeton University in de Verenigde Staten waarna hij zijn klarinet verkocht en zich volledig op compositie besloot te richten. Het belangrijkste werk uit deze periode is zijn eerste opera Punch and Judy

In zijn vroege werk zijn elementen van Igor Stravinsky en Olivier Messiaen te horen, twee radicale componisten die hij ook noemt als inspiratiebronnen. Door de nadruk op ritme worden zijn composities vaak omschreven als agressief en bruut. Zijn voorliefde voor muziektheater zorgt er bovendien voor dat zijn muziek vaak een theatrale kant heeft. Later ontwikkelt Birtwistle een eigenzinnige, modernistische stijl, die grimmig en compromisloos is. Het Holland Festival heeft in zijn rijke geschiedenis veel van Birtwistle opgevoerd. Birtwistles meesterwerk Earth Dances was in 2006 te zien en horen. Het Parool schreef hierover: ‘De impact van Earth Dances is groot en onmiddellijk. Het klinkt als twee Sacres du Printemps die eerst hevig ruzie maken en het aan het slot weer bijleggen.’ Birtwistle heeft voor zijn muziek vele prestigieuze prijzen ontvangen en samengewerkt met internationale orkesten en grote dirigenten als Pierre Boulez, Daniel Barenboim en Sir Simon Rattle. In 1995 won hij de prestigieuze Ernst von Siemens Musikpreis.

De Engelse sopraan Elizabeth Atherton studeerde aan Trinity College in Cambridge, en later aan de Royal Scottish Academy of Music and Drama bij Patricia MacMahon. Ze heeft verschillende prestigieuze prijzen gewonnen, waaronder de Maggie Teyte Prize in 2001 en de Handel Singing Competition in 2003. Door de Welsh National Opera werden haar de Sir John Moores Award en de Chris Ball Bursary toegekend. Van 2004 tot 2007 was Atherton verbonden aan de WNO en zong daar talloze rollen, waaronder die van Contessa (Le Nozze di Figaro), Elvira (Don Giovanni), Pamina (Die Zauberflöte), Micaela (Carmen) en Minerva (Il Ritorno d’Ulisse in Patria). Verder verscheen ze bij Opera North als Fiordiligi (Così fan tutte) en als Helena (A Midsummer Night’s Dream), een rol die ze ook zong bij de English Touring Opera. Ze vertolkte de rol van Eurydice bij de wereldpremière van Birtwistle’s The Corridor (2010) tijdens het Aldeburgh Festival en later op het Bregenz Festival en het Holland Festival. Daarnaast creëerde ze de rol van Medea in de wereldpremière van Birtwistle’s The Cure (2015) tijdens het Aldeburgh Festival en later in de Royal Opera House. Ook valt ze op het concertpodium te bewonderen, onder meer tijdens de BBC Proms, met orkesten als het BBC Symphony Orchestra, het BBC National Orchestra of Wales, het London Symphony Orchestra, het Orchestra Sinfonica di Milano Giuseppe Verdi, het Orchestre de Paris, London Sinfonietta, het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, het English Festival Orchestra en het English Chamber Orchestra. Daarnaast verzorgt ze vele recitals en heeft ze verschillende cd’s opgenomen. 

De Britse zanger Mark Padmore (1961) werd geboren in Londen en studeerde cum laude af aan het King’s College in Cambridge. Padmore is een veelgevraagd oratorium-, opera- en lieduitvoerder die moeiteloos schakelt tussen Bach, Schumann, Britten of Birtwistle, en een uitgebreide discografie heeft opgebouwd. Hij zingt regelmatig de evangelist in Bachs Johannes- en Matthäus-Passion, en gaf vele liedrecitals. In 2008 zong hij drie Schubert-liedcycli in de Wigmore Hall Londen, alwaar hij in het seizoen 2009/2010 artist in residence was. Naast Romantisch repertoire zingt Padmore ook hedendaagse liederen. Componisten als Harrison Birtwistle, Mark-Anthony Turnage en Thomas Larcher schreven liederen speciaal voor hem. Hij werkt regelmatig met pianisten als Paul Lewis, Till Felner, Kristian Bezuidenhout, Julius Drake en Roger Vignoles. Op het concertpodium werkte Padmore met orkesten als de Wiener Philharmoniker, de New York Philharmonic, het London Symphony Orchestra, het Koninklijk Concertgebouworkest en het Orchestra of the Age of Enlightenment. Op het operatoneel vertolkte Padmore de titelrol van Handels Jeptha bij de Welsh National Opera en English National Opera, en Captain Vere in Brittens Billy Budd bij het Glyndebourne Festival. Hij speelde Peter Quint in een BBC-filmopname van Brittens The Turn of the Screw en nam onder leiding van René Jacobs de titelrol van Mozarts La Clemenza di Tito op. Daarnaast zong Padmore in Birtwistle’s The Cure en The Corridor in Aldeburgh en Londen, en zal hij bij de Royal Opera House in George Benjamins Written on Skin te zien zijn. De Musical America Awards 2016 koos Padmore tot vocalist van het jaar. 

David Harsent (1942) is een Britse dichter, schrijver en librettist. Hij publiceerde elf dichtbundels. Voor de bundel Legion won hij de Forward Prize voor beste bundel 2005. Night (2011) werd driemaal genomineerd en won de Griffin International Poetry Prize. Voor zijn meest recente bundel, Fire Songs, won hij de T.S. Eliot Prize 2014. Andere literaire prijzen voor Harsent zijn de Geoffrey Faber Award, twee Arts Council Bursaries, de Cholmondeley Award en een Society of Authors Travel Fellowship. Sprinting from the Graveyard  (1997), Harsents versies van gedichten in oorlog van de Bosnische dichter Goran Simic werd bewerkt voor opera, radio en televisie. In Secret, zijn Engelse bewerking van de Griekse dichter Yannis Ritsos, kwam uit in 2012. Daarnaast verkreeg Harsent Fellowships bij de Royal Society of Literature, Royal Holloway University en de Sheffield Hallam University. In 2013 kreeg hij een eredoctoraat van de University of Roehampton waar hij nu professor creative writing is. Daarnaast werkt hij veel met componisten, hoofdzakelijk met Harrison Birtwistle, voor wie hij verschillende libretti schreef. De New York Times noemde het team Harsent-Birtwistle een ‘paar dat alchemie verwezenlijkt.’ Harsent schreef samen met Birtwistle hoofdzakelijk opera’s met thema’s uit de mythologie. Voorbeelden hiervan zijn Gawain (1991), The Minotaur (2008) en de kameropera’s The Corridor (2010) en The Cure (2015). Deze werken werden onder andere uitgevoerd in de Royal Opera House London, BBC Proms, London South Bank Centre, Salzburg Festival, Aldeburgh Festival, Carnegie Hall en het Holland Festival.

Meer

CREDITS

muziek
Harrison Birtwistle
tekst
David Harsent
regie
Martin Duncan
toneelbeeld & kostuumontwerp
Alison Chitty
licht
Paul Pyant
choreografie
Michael Popper
cast
Elizabeth Atherton (sopraan), Mark Padmore (tenor)
regie-assistent
Marc Callahan
dirigent
Geoffrey Paterson
assistent dirigent
Finnegan Downie Dear
uitvoering muziek
London Sinfonietta, Karen Jones (fluit), Mark van de Wiel (klarinet),David Alberman (viool),Paul Silverthorne (altviool), Tim Gill (cello), Helen Tunstall (harp)
orkestleider
Hal Hutchison
productieleiding
David Pritchard
supervisie kostuums
Ilaria Martello
supervisie gaderobe
Gemma Reeve
in opdracht van en een coproductie van
Aldeburgh Festival en The Royal Opera, met extra steun van London Sinfonietta

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR