Het innerlijke lijden op zijn mooist

Melancholia

Sebastian Nübling, Ives Thuwis, Theater Basel i.s.m. junges theater basel, Tim Mead, Andrea Marcon

Iedereen is met elkaar verbonden tegenwoordig, de mogelijkheden zijn eindeloos. Maakt dat ons melancholisch? Deze vraag is het uitgangspunt van Melancholia van regisseur Sebastian Nübling en choreograaf Ives Thuwis, onder muzikale leiding van oude-muziekspecialist Andrea Marcon. Nübling was vorig jaar op het festival met Der Untergang der Nibelungen. Nu maakt hij samen met een groep jongeren, musici van La Cetra Barockorchester en topzangers, onder wie countertenor Tim Mead, muziektheater over de somberheid onder de jeugd en het besef dat het menselijke bestaan eindig is. De bedwelmende klanken van de oude meesters van de melancholie, zoals Dowland en Monteverdi, weerkaatsen in de gedachten en geluiden van nu. Het innerlijke lijden op zijn mooist.

Achtergrondinformatie

Tijdens het Holland Festival 2015 oogstte hij veel lof met de GOЯKI-productie Der Untergang der Nibelungen. Dit festival keert de Duitse regisseur Sebastian Nübling (1960) terug naar Amsterdam met Melancholia, een muziektheatervoorstelling over eindigheid, sterfelijkheid, weemoed en zwaarmoedigheid die hij maakte bij Theater Basel. Hij werkte daarvoor samen met de Vlaamse choreograaf Ives Thuwis (1963), twintig jongeren en het Zwitsere barokgezelschap La Cetra.

Voor de moderne mens is melancholie een negatieve gemoedstoestand die neigt naar depressie en daarom het liefst zo snel mogelijk verholpen moet worden. In onze huidige prestatiemaatschappij zien we bovenmatig getob en gepieker als mentale obstakels, die het ons verhinderen om onze deadlines en targets te halen of onze persoonlijke dromen te verwezenlijken. De jonge Duitse poetry slamster Julia Engelmann (1992) verwoordt het treffend in haar gedicht One Day dat in het voorjaar van 2013 met ruim acht miljoen hits een kleine revolutie ontketende op YouTube. ‘Eines Tages, Baby, werden wir alt sein und an all die Geschichten denken, die wir hätten erzählen können.’ De regels beschrijven de melancholie van een Generatie Futloos, die haar dromen van een groots, zinvol en meeslepend leven bij voorbaat gesmoord ziet worden in het lethargische besef dat het sowieso niemand interesseert. 

Toch was melancholie niet altijd een synoniem voor lusteloosheid, aldus Nübling. In de voorstelling Melancholia wordt de vermeende apathie van de huidige jeugd daarom afgezet tegen het melancholiebegrip van de late renaissance en vroege barok. Gedurende de zestiende en zeventiende eeuw golden hartzeer en zielenleed als een voorname artistieke inspiratiebron en had de melancholicus twee gezichten: dat van de buitenstaander, maar ook dat van het genie dat de kunst verstond om persoonlijk leed tot bovenpersoonlijke, troostrijke muziek te verheffen. 

Het repertoire dat La Cetra gedurende de voorstelling op de lessenaars zet spreekt boekdelen. Zo is er voor de Engelse countertenor Tim Mead (1981) een hoofdrol weggelegd in onder meer madrigalen en aria's van Claudio Monteverdi, mistroostige luitliederen van John Dowland en expressieve aria's van de zeventiende-eeuwse Venetiaanse componiste Barbara Strozzi. Speciale vermelding verdient ook het Hunc ego uit Domenico Mazzocchi's Lamentum Matris Euryali, waarin de Romeinse componist met microtonale stemmingen experimenteert. Instrumentale intermezzo's klinken in Johann Jakob Frohbergers Meditation faite sur ma mort future, sonates en toccatas van Dario Castello en Giovanni Valentini en een passacaglia van Biagio Marini. De muzikale leiding is in handen van de Italiaanse dirigent Andrea Marcon (1963). 

In Melancholia onderzoeken de twintig jongeren samen met de zangers en de musici van La Cetra of zwaarmoedig gepieker niet ook tot positieve resultaten kan leiden en wat de relatie is tussen melancholie en onze sterfelijkheid, al eeuwen een rode draad in de filosofische discussie over het subject. De choreografie van Ives Thuwis, de regie van Sebastian Nübling en het bühne-ontwerp van vormgeefster Muriel Gerstner maken Melancholia tot een vorm van totaaltheater waarbij beweging, ruimte, beeld en klank samensmelten in een eigenzinnige, fysieke vorm.

Meer

Biografieeën

De Duitse regisseur Sebastian Nübling (Lörrach, 1960) studeerde cultuurwetenschap aan de Universität Hildesheim, werd docent en richtte met geestverwante kunstenaars Theater Mahagoni op. In nauwe samenwerking met vormgeving en muziek zoekt Nübling naar een vorm van totaaltheater waarbij beweging, ruimte en klank samenvallen in zeer persoonlijke regiestijl. 

In 2001 verwerft Nübling nationale bekendheid bij Staatstheater Stuttgart met het hooligandrama I furiosi, een voorstelling naar de gelijknamige roman van de Italiaanse auteur Nanni Balestrini. Met deze voorstelling wint hij de eerste prijs op het Hamburger Festival in de categorie Politiek Theater. Een jaar later wordt hij uitgenodigd op het Berliner Theatertreffen met zijn enscenering van Henrik Ibsens John Gabriel Borkman, een voorstelling die door het vakblad Theater heute wordt aangegrepen om Nübling uit te roepen tot Jonge Regisseur van het Jaar. In 2006 regisseert hij zijn eerste opera, Carmen, voor de Staatsoper Stuttgart. Zijn enscenering van Händl Klaus’ Dunkel lockende Welt (2006) bij de Münchner Kammerspiele wordt geselecteerd voor het Berliner Theatertreffen en de Mülheimer Theatertage. Nübling werkt geregeld samen met de Britse toneelschrijver Simon Stephens en heeft meerdere van diens stukken in Duitse versies opgevoerd, zoals Herons en Pornography. In 2010 maakt Nübling bij Toneelgroep Amsterdam de meertalige voorstelling Ubu (2010). Vanaf het seizoen 2013/2014 is hij bovendien regisseur bij het Maxim Gorki Theater. Hier maakte hij zijn debuut met Es sagt mir nichts, das sogenannte Draußen van Sibylle Berg, een voorstelling die door Theater heute in 2014 werd uitgeroepen tot Theatervoorstelling van het jaar. Nüblings enscenering van Der Untergang der Nibelungen - The Beauty of Revenge was vorig jaar te zien tijdens het Holland Festival. 

Ives Thuwis (1963, Sint-Niklaas) studeerde aan de Dansacademie van Tilburg waar hij in 1987 zijn diploma behaalde. In 1992 maakte Thuwis zijn eerste eigen choreografie (Royaal lyrisch). Sindsdien was hij verantwoordelijk voor meer dan veertig dansproducties voor verschillende podia en theaters in Europa. De laatste vijftien jaar richtte hij zich hoofdzakelijk op het werken met jonge mensen voor een jong publiek, zoals Verliefd/Verloren (1994) voor het Holland Festival. In 2009 ontving hij, samen met Brigitte Dethier van het Junges Ensemble Stuttgart, de Duitse Faust-theaterprijs in de categorie 'Beste Regie im Kinder- und Jugendtheater'. Thuwis werkte voor onder meer de Kopergietery in Gent, het Forum Freies Theater in Düsseldorf, het Junges Ensemble Stuttgart, voor Jeugdtheater Dschungel in Wenen en Theater Gessner Allee te Zürich. Sinds 2011 maakt hij bovendien deel uit van theatercollectief Nevski Prospekt. Ook werkte hij in 2011 voor het eerst samen met regisseur Sebastian Nübling. Na Sand, een coproductie van het Junges Theater Basel en het Schauspielhaus Zürich, en Fallen voor het Maxim Gorki Theater in Berlijn, is Melancholia hun derde gezamenlijke project. 

Dirigent en klavecinist Andrea Marcon (Treviso, 1963) specialiseerde zich in oude muziek aan de Schola Cantorum Basiliensis en studeerde verder bij dirigenten als Luigi Ferdinando Tagliavini, Hans van Nieuwkoop, Jesper Christensen, Harald Vogel en Ton Koopman. In 1980 en 1997 stond hij aan de wieg van de Sonatori de la Gioiosa Marca en het Venice Baroque Orchestra, gezelschappen die zich ontwikkelden tot toonaangevende spelers binnen de authentieke uitvoeringspraktijk. Sinds 2012 is hij bovendien artistiek directeur van het Orquesta Ciudad de Granada. Sinds de oprichting van La Cetra is Marcon nauw verbonden aan het Baselse barokorkest. In 2009 nam hij het artistiek directeurschap over van Peter Reidemeister. In samenwerking met de Schola Cantorum organiseerde hij onder meer uitvoeringen van Monteverdi's Orfeo, Vivaldi's Orlando furioso en Charpentiers Médée in het Theater Basel. Marcon trad op in vrijwel alle grote concertzalen in Europa en Amerika en werkte veelvuldig samen met solisten als Magdalena Kožená, Anna Prohaska, Cecilia Bartoli, Patricia Petibon, Philippe Jaroussky, Giuliano Carmignola en Viktoria Mullova. Naast zijn werkzaamheden bij La Cetra wordt hij regelmatig uitgenodigd door grote symfonieorkesten als de Berliner Philharmoniker, het Deens Radio Symfonieorkest en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. Zijn vaste platenlabel Deutsche Grammophon bracht de afgelopen jaren diverse cd's van hem uit. Marcon doceert sinds 1997 klavecimbel aan de Schola Cantorum Basiliensis en is als gastdocent verbonden aan de conservatoria van Amsterdam, Kopenhagen, Londen, Lyon, Hamburg, Seoul en Tokio. 

De Engelse countertenor Tim Mead (Chemsford, 1981) zong als jongenssopraan in het koor van Chemsford Cathedral. Tijdens zijn studies aan de Universiteit van Cambridge was hij actief in het King's College Choir en volgde hij zanglessen bij countertenor Charles Brett. Hij voltooide zijn zangopleiding bij Robin Blaze aan de Royal College of Music in Londen. In 2005 maakte Mead zijn operadebuut bij de Opéra de Lyon, waar hij de rol van Ottone vertolkte in Monteverdi's l'Incoronazione di Poppea. In 2006 maakte hijvoor het eerst zijn opwachting tijdens het Gyndebourne operafestival met de titelrol in Händels Giulio Cesare. In 2008 zong hij in Harisson Birtwistle's opera The Minotaur, die dat jaar in première ging bij het Royal Opera House. Afgelopen concertseizoen was Mead onder meer te horen als Oberon in Benjamin Brittens A Midsummer Night's Dream tijdens het Glyndebourne operafestival. Eerder was Mead in Amsterdam te horen met de titelrol in Theo Loevendies The Rise of Spinoza en zong hij bij Opera Vlaanderen in Philip Glass' Akhnaten. Als concertzanger heeft Mead een voorkeur voor barokmuziek. Hij voerde tal van Händel-oratoria uit met gezelschappen als het New York Orchestra, het Orchestra of the Age of Enlightment en Concerto Köln. Daarnaast zong hij in Bachs Weinachtsoratorium en diens Matthäus Passion met onder meer De Nederlandse Bachvereniging. Hij werkte samen met dirigenten als Ivor Bolton, William Christie, Ottavio Dantone, Paul Goodwin, Emmanuelle Haïm, Vladimir Jurowski, Marc Minkowski en Masaaki Suzuki. 

Barokorkest La Cetra werd in 1999 opgericht door dr. Peter Reidemeister, toen tevens directeur van de Schola Cantorum Basiliensis, het Zwitserse instituut voor oude muziek. De naam van het gezelschap verwijst naar de antieke lier of zither en is ontleend aan de titel van Antonio Vivaldi's Vioolconcerten opus 9, die in 1727 werden gepubliceerd in Amsterdam. Het merendeel van de musici van La Cetra bestaat uit alumni van de Schola Cantorum. Daarnaast werkt het ensemble nauw samen met de onderzoeksafdeling van het instituut die het mogelijk maakt om de concertprogrammering af te stemmen op actuele musicologische inzichten. Zo werd recent ontdekt werk van componisten als Brescianello, Venturini en Paisiello meteen toegevoegd aan het repertoire van het orkest, dat grofweg een periode omspant van de vroeg zeventiende eeuw tot de vroege romantiek. Behalve met artistiek directeur Andrea Marcon werkt La Cetra geregeld samen met gastdirigenten als Jordi Savall, René Jacobs en Attilio Cremonesi. Ook treedt het orkest geregeld op met solisten al Andreas Scholl, Vivica Genaux, Magdalena Kožená, Patricia Petibon en Giuliano Carmignola. De omvang van het orkest wordt bij iedere uitvoering bepaalt door het repertoire en de specifieke gelegenheid en kan uiteenlopen van een klein consort tot een volledig orkest met koor en solisten.

Meer

CREDITS

muziek
o.a. Claudio Monteverdi, John Dowland, Barbara Strozzi, Domenico Mazzocchi, Johann Jakob Frohberger, Robert Johnson
muzikale leiding
Andrea Marcon
regie, choreografie
Sebastian Nübling, Ives Thuwis
toneelbeeld
Muriel Gerstner
kostuums
Marion Münch
sound design
Tobias Koch
video
Tabea Rotfuchs
dramaturgie
Laura Berman, Uwe Heinrich, Dorothee Harpain
uitvoering door
La Cetra Barockorchester Basel, Theater Basel, junges theater basel
contratenor
Tim Mead
sopraan
Bryony Dwyer
mezzosopraan
Sofia Pavone
tenor
Nathan Haller
tenor
Giacomo Schiavo
productie
Theater Basel

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR