Meesterwerk van het muzikale experiment ontvouwt zich in de Gashouder.

Répons

Pierre Boulez, Ensemble intercontemporain, Matthias Pintscher

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

In zijn baanbrekende compositie Répons (1981-1984) koppelde Pierre Boulez, de ‘grand maître’ van het muzikale experiment, voor het eerst het traditionele instrumentarium van de uitvoerenden aan real-time digitaal gemanipuleerd geluid. Vanwege het spiraalvormige karakter van de compositie en de ruimtelijke opstelling van ensemble, solisten, luidsprekers én publiek is de Gashouder de ideale zaal om het spannende spel van heden en verleden, vraag en antwoord tot zijn recht te laten komen. Boulez’ ouwe getrouwen van het Ensemble intercontemporain en de klanktovenaars van het door Boulez opgerichte IRCAM spelen onder leiding van Matthias Pintscher het stuk twee keer, zodat het publiek in de pauze van plaats kan wisselen om het vervolgens vanuit een heel ander perspectief nogmaals te beluisteren. Een unieke kans om dit iconische werk in al zijn finesses te leren kennen.

programma

Wachtlijst

Op dit moment zijn er geen kaarten beschikbaar voor deze voorstelling. Wel kunt u zich intekenen op de wachtlijst. Zodra er weer kaarten beschikbaar komen, wordt u per e-mail op de hoogte gesteld.

Stuur een e-mail (met als onderwerp 'wachtijst Répons') naar [email protected] met uw naam en adres, dan wordt u op de wachtijst geplaatst. 

Er is nog een voorstelling met muziek van Pierre Boulez, die wellicht voor u interessant is: Beyond the Score.

ACHTERGRONDINFORMATIE

Na muzikale portretten van Varèse, Xenakis, Cage en Nono eert het Holland Festival tijdens de 68e editie de Franse componist en dirigent Pierre Boulez (1925). Het belang van Boulez in het naoorlogse muzieklandschap kan nauwelijks worden overschat; de meester is van grote invloed geweest op zowel zijn generatiegenoten als de componisten na hem. Tot de sleutelcomposities van Boulez die het Holland Festival presenteert, behoort Répons (1981-1984).

Répons, waarin traditioneel instrumentarium gekoppeld wordt aan door de computer gegenereerd en getransformeerd geluid, wordt in het Holland Festival tijdens één concert tweemaal uitgevoerd door de ideale vertolkers: het in 1976 door Boulez opgerichte Ensemble intercontemporain onder leiding van Matthias Pintscher. De zes solisten komen uit de eigen gelederen – twee pianisten, een harpist, twee slagwerkers en een cimbalomspeler. Het ensemble speelde ook de première van de eerste versie van het stuk op 18 oktober 1981, tijdens de Donaueschinger Musiktage. Techniek en live elektronica worden in Amsterdam verzorgd door het IRCAM (Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique) uit Parijs, een instituut waarvan Boulez sinds de oprichting in 1970 tot 2002 directeur was. Ook het IRCAM was er vanaf de eerste opvoering van Répons bij.
Boulez componeerde Répons in 1981 en boetseerde nog enkele jaren daarna aan het werk. Versie 1 duurde 17 minuten, versie 2 duurde 35 minuten (eerste uitvoering Londen, 6 september 1982) en versie 3, tot nu toe de laatste, heeft een lengte van ongeveer drie kwartier (eerste uitvoering Turijn, 22 september 1984). Boulez omschrijft zijn werken altijd als ‘work in progress’ – bij zijn hang naar het experiment hoort een stromend en veranderlijk geheel, niet iets dat af is.

Répons, dat bestaat uit een introductie, acht secties en een coda, is de eerste grote compositie waarin Boulez de mogelijkheden van digitale geluidsbewerking – met name de live-geluidstransformatie – demonstreert die hij had onderzocht aan het IRCAM. De componist heeft altijd verder willen kijken dan het geluid dat een doorsnee klassiek instrumentarium kan produceren. Hij stak zijn licht op bij Pierre Schaeffers Studio de Musique Concrète en de Siemens Studio in München, en stond uiteindelijk aan het hoofd van het door hem opgerichte IRCAM. Boulez ziet Répons als een spiraalvormig traject, dat uitgevoerd wordt in verschillende fasen. Hij vergelijkt het met het Guggenheim Museum in New York, waarvan het interieur een langzaam oplopende spiraal is. Boulez: ‘Als je dit museum bezoekt, kun je ieder moment een blik werpen zowel op wat je het eerstvolgende moment gaat zien, als op wat je zojuist hebt gezien, dat al ver weg is. Deze interferentie van heden en verleden, het feit dat dezelfde gegevens terugkeren op een lager of hoger niveau, maar vergroot en vervormd, raakte me werkelijk. Als je liever muzikale termen gebruikt, is Répons een variatieserie waarin de volgorde van het materiaal zich vanzelf aandient...’

In de titel Répons zit een verwijzing naar het gregoriaans waarin solozanger en koor elkaar afwisselen en beantwoorden. Boulez gebruikt deze techniek ook en noemt ‘répons’ een containerbegrip, hij brengt diverse lagen aan: we horen dialogen tussen de solisten en het ensemble, tussen de ensemblespelers onderling, tussen het akoestische en het elektronische geluid en tussen wel en niet digitaal vervormde klankpassages. Het geluid reist door de ruimte, wordt door de ruimte gestrooid. Boulez speelt een spel met klanken, nu eens ver weg, dan weer dichtbij: geagiteerde ritmes, de piano die uitgebreid de aandacht vraagt; de secties lopen in elkaar over, maar veranderen onmiddellijk van sfeer. Het openingsdeel, gespeeld door het ensemble, leidt de solisten in wier geluid vanaf het begin getransformeerd wordt. Dit effect geeft het geheel een surrealistische tint. Naar aanleiding van Répons meldde Boulez van virtuositeit te houden, ‘niet om de virtuositeit, maar omdat die gevaarlijk is.’ Volgens hem krijgt muziek waarde als ze niet op veilige grond blijft, maar een risicovol karakter heeft. De kamermusici, de solisten en de technicus achter de knoppen moeten voortdurend op hun hoede zijn en op elkaar reageren. Het stuk bevat een hommage aan mecenas Paul Sacher; de letters van zijn naam vormen het uitgangspunt voor het harmonische materiaal.

De uitvoeringsvoorschriften van het energieke stuk maken de Gashouder de perfecte zaal voor dit werk, het ruimtelijke karakter van de compositie komt hier optimaal tot zijn recht. Het publiek zit rondom de ensemblemusici, wier spel niet versterkt of vervormd wordt. Om het publiek heen worden zes podia geplaatst voor de solisten. Tussen deze podia bevinden zich zes luidsprekers. Het aandeel van de solisten wordt op verschillende manieren getransformeerd, onder meer door toevoeging van artificiële klanken en voortdurende beïnvloeding van de plaats van het geluid middels het netwerk van luidsprekers. In de pauze, voordat de compositie voor de tweede maal klinkt, kunnen de luisteraars van plaats veranderen.

Dit concert maakt onderdeel uit van de festivalfocus op Pierre Boulez.

Repons - Pierre Boulez (2) half breed Repons in Parijs (2) half breed

BIOGRAFIEËN

Pierre Boulez (Montbrison, 1925) is als componist, theoreticus en dirigent een van de toonaangevende figuren in het landschap van de naoorlogse Europese muziek. Aanvankelijk studeerde hij wiskunde in Lyon, maar vertrok in 1943 naar Parijs, waar hij zich tegen de uitdrukkelijke wens van zijn vader in aanmeldde bij het Conservatoire. In 1946 werd hij op voordracht van Honegger benoemd tot muzikaal directeur van de Compagnie Renaud-Barrault, waarmee hij de basis legde voor zijn latere loopbaan als dirigent. In zijn composities uit de tweede helft van de jaren 40 bracht hij de invloeden van Messiaen, de twaalftoonstechniek en vooral het werk van de late Webern tot een synthese. Zijn Structures Ia (1951) voor piano betekende het hoogtepunt en tegelijk het eindpunt van het totale serialisme van de Darmstadt School, waarna de weg vrijkwam voor een inventievere omgang met de seriële uitgangspunten, bijvoorbeeld in zijn vroege meesterwerk Le marteau sans maître (1953-1955). Hij zette zijn visie uiteen in verschillende publicaties, zoals Penser la musique aujourd'hui (1964) en Relevés d'apprenti (1966), en was een pionier van het gebruik van elektronica in de muziek. Kenmerkend voor Boulez' werkwijze is dat hij zijn composities veelvuldig herziet, vaak over lange tijdspannen heen, zoals in het geval van Pli selon pli. Begin jaren 70 onderzocht hij samen met president Georges Pompidou de mogelijkheden voor een muzikaal onderzoekscentrum, wat uiteindelijk leidde tot de oprichting van het Institut de Recherche et de Coordination Acoustique/Musique (IRCAM) met Boulez als directeur.

Boulez was muzikaal adviseur van het Cleveland Orchestra van 1970 tot 1972, chefdirigent van het BBC Symphony Orchestra van 1971 tot 1975, en muzikaal leider van het New York Philharmonic van 1971 tot 1977. Hij is verbonden geweest aan het Chicago Symphony Orchestra en stond de laatste jaren onder meer voor de Berliner en Wiener Philharmoniker, het London Symphony Orchestra, het Orchestre de Paris, het Ensemble InterContemporain en het Mahler Chamber Orchestra. In 2005 begon hij een samenwerkingsverband met de Staatskapelle Berlin. Hij is vooral befaamd om zijn voorbeeldige interpretaties van klassiekers van het 20e-eeuwse repertoire, van componisten als Debussy, Mahler, Bartók, Varèse, Schönberg, Webern, Berg en Stravinsky, maar dirigeert ook veelvuldig nieuw werk van hedendaagse componisten en werken van 19e-eeuwers als Beethoven, Schumann, Berlioz en Wagner. Van 1976 tot 1995 bekleedde Boulez de leerstoel ‘Invention, technique et langage en musique’ aan het prestigieuze Collège de France. In 2002 werd hem de Glenn Gould Prijs toegekend. In 2007 dirigeerde Boulez de opening van het Holland Festival, de opera From the House of the Dead. In diezelfde editie dirigeerde hij het Mahler Chamber Orchestra dat werk uitvoerde van Schönberg, Bartók en Stravinsky. Op 17 juni 2010 ontving Boulez tijdens het Holland Festival in Muziekgebouw aan ’t IJ de Edison Oeuvreprijs Klassiek.

Matthias Pintscher (1971) is een Franse componist en dirigent, woonachtig in New York. Sinds september 2013 is hij artistiek hoofd bij het Ensemble intercontemporain, een door Pierre Boulez opgericht kamerorkest voor 20e en 21e-eeuwse muziek. Hij is veelvuldig te zien bij het BBC Scottish Symphony Orchestra als Artist in association. Tevens is hij Artist in residence bij het Deens Radio Symfonieorkest en de Kölner Philharmonie. In seizoen 2014-2015 maakte hij zijn debuut bij het Los Angeles Philharmonic, het National Symphony Orchestra uit Washington, het National Arts Centre Orchestra uit Ottawa en het Chor und Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks.

Pintscher beschouwt componeren en dirigeren als twee zich elkaar volmaakt aanvullende activiteiten, omdat hij door die combinatie als componist een goed gevoel heeft van alle mogelijkheden van een orkest en als dirigent een goed inzicht heeft in het perspectief van componisten. Zijn composities onderscheiden zich door de fijnheid en precisie van geluid en structuur. Tot zijn bekendste werken horen zijn eerste opera Thomas Chatterton, die hij schreef voor de Semperoper Dresden, Fünf Orchesterstücke voor het Londense Philharmonia Orchestra, de Herodiade Fragmente voor het Berliner Philharmoniker en zijn eerste vioolconcert en sourdine, eveneens voor het Berliner Philharmoniker. Pintscher houdt er als componist een stevig werktempo op na en zijn meest recente werk ging in wereldpremière in oktober 2014, uitgevoerd door het Cleveland Orchestra onder leiding van Franz Welser-Möst.

Eerdere werken van Pintscher werden gedirigeerd door internationale topdirigenten als Simon Rattle, Pierre Boulez, Claudio Abbado, Valery Gergiev en Christoph von Dohnányi. Hij werkte samen met talloze toonaangevende hedendaagse ensembles, waaronder het Duitse Ensemble Modern, Klangforum Wien, Ensemble contrechamps, Avanti uit Helsinki, het Poolse ensemble remix en het Scharoun Ensemble. Als dirigent heeft Pintscher een grote voorliefde voor enerzijds hedendaagse componisten en anderzijds het laat 19e- en vroeg 20e-eeuwse repertoire van componisten als Anton Bruckner, Ludwig von Beethoven, Hector Berlioz en Maurice Ravel. Hij dirigeerde onder meer de Staatskapelle Berlin, het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin, het MDR Sinfonieorchester Leipzig, het Tonhalle Orchester Zürich, het Mahler Chamber Orchestra en het orkest van de Opéra national de Paris. Pintscher is docent compositie aan de Juilliard School in New York en artistiek directeur van het Heidelberg Frühling festival en cureert voor het Impuls Romantik Festival in Frankfurt.

Het Ensemble intercontemporain werd in 1976 opgericht door Pierre Boulez met de steun van de toenmalige Franse minister van Cultuur Michel Guy en in samenwerking met Nicholas Showman. De 31 solisten van het ensemble delen een passie voor 20ste en 21ste eeuwse muziek. Zij hebben allen een vast contract, waardoor zij de belangrijkste doelen van het ensemble kunnen vervullen: uitvoering, creatie en educatie voor jonge muzikanten en voor het publiek in het algemeen. Onder de artistieke leiding van Matthias Pintscher werken de muzikanten in nauwe samenwerking met componisten aan de verkenning van instrumentale technieken en de ontwikkeling van projecten waarbij de verbinding wordt gelegd tussen muziek, dans, theater, film, video en beeldende kunst. In samenwerking met het IRCAM (Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique) is het Ensemble intercontemporain ook actief op het gebied van synthetische geluidscreatie. Regelmatig worden er door het ensemble nieuwe stukken uitgevoerd die in opdracht zijn gecomponeerd.

Het Ensemble staat bekend om zijn focus op muziekeducatie, met concerten voor kinderen, creatieve workshops voor studenten, trainingsprogramma's voor toekomstige uitvoerenden, dirigenten en componisten, etc. Sinds 2004 verzorgt het ensemble elk jaar gedurende een aantal weken in de zomer de Lucerne Festival Academy, een intensief lesprogramma voor getalenteerde jonge instrumentalisten, dirigenten en componisten op het gebied van de eigentijdse muziek dat georganiseerd wordt door het Lucerne Festival. Het ensemble resideert sinds begin dit jaar in de nieuwe Paris Philharmonie. Het ensemble verzorgt internationaal optredens en opnames en neemt regelmatig deel aan grote festivals over de hele wereld. Het ensemble wordt gefinancierd door het Franse Ministerie van Cultuur en Communicatie en ontvangt additionele steun van het gemeentebestuur van Parijs.

IRCAM, het ‘Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique’, is een van de grootste publieke onderzoekscentra voor muziekproductie en wetenschap ter wereld. Een unieke plek waar meer dan 160 mensen bijeenkomen en waar artistiek onderzoek hand in hand gaat met wetenschappelijke en technologische vernieuwing. Sinds 2006 wordt het instituut geleid door Frank Madlener. De drie hoofddomeinen – artistieke productie, onderzoek en educatie – komen tot uiting in een jaarlijks terugkerende concertserie in Parijs, in producties in Frankrijk en daarbuiten en in het nieuwe ManiFeste, een combinatie van een internationaal festival en een multidisciplinaire academie dat in juni 2012 van start ging.

Het IRCAM is opgericht door Pierre Boulez, is verbonden aan het Centre Pompidou en wordt ondersteund door het Franse ministerie van Cultuur en Communicatie. Het gemengde STMS onderzoekslaboratorium (voor muziek- en geluidwetenschappen en technologieën), dat is ondergebracht bij het IRCAM, profiteert ook van de steun van het CNRS en de Universiteit Pierre en Marie Curie en INRIA (team - project Mutant). Bij diverse producties in het Holland Festival was het IRCAM betrokken: het instituut verzorgde het geluidsontwerp voor Jonathan Harvey’s Wagner Dream (2007) en ook de opera Quartett (2013) van Luca Francesconi werd gerealiseerd in samenwerking met het IRCAM.

 

De Japanse pianist Hidéki Nagano (1968) won op zijn twaalfde al een eerste prijs in een prestigieuze nationale muziekcompetitie voor studenten. Na zijn studies in Tokyo volgde hij aan het Conservatoire de Paris een opleiding piano bij Jean-Claude Pennetier en zangbegeleiding bij Anne Grappotte. Sinds 1996 maakt hij deel uit van Ensemble intercontemporain. Hidéki Nagano heeft zich gespecialiseerd in het uitvoeren van componisten van zijn eigen tijd. Als solist nam hij cd-opnames op van de werken van onder meer George Antheil, Pierre Boulez, Olivier Messiaen en Tristan Murail. In 2008 speelde hij met het Japanse NHK Symfonieorkest onder leiding van Charles Dutoit. Hij won verschillende internationale prijzen, waaronder het Concours Musical International de Montréal en het Concurs Internacional de Música Maria Canals in Barcelona. In 1998 won hij twee prestigieuze Japanse prijzen voor jong talent en in 1999 de Prix Samson Français in het Orléans Concours International.

Pianist Sébastien Vichard (1979) studeerde piano aan het Conservatoire de Paris. Sinds 2006 maakt hij deel uit van Ensemble intercontemporain. Vichard is gespecialiseerd in het uitvoeren van hedendaagse muziek van de belangrijkste componisten van onze tijd. Hij heeft soloconcerten gespeeld in zalen als de Royal Festival Hall in Londen, het Concertgebouw in Amsterdam, de Kölner Philharmonie en Suginami Kôkaidô in Tokyo, en op de Berliner Festspiele. Hij maakte talloze cd-opnames, met werken van onder meer Franz Schubert, Anton Webern, Elliott Carter en Philippe Manoury. Zijn cd-opnames van de werken voor cello en piano van Franz Liszt, die hij maakte met cellist Alexis Descharmes, won de Diapason d’or in 2007. Vichard is tevens docent aan het Conservatoire de Paris, waar hij doceert in pianobegeleiding en à-vuespel.

Frédérique Cambreling begon haar muzikale carrière in 1977 als harpist bij het Orchestre national de France, waar ze tot 1986 deel van uit maakte. Mede dankzij haar enorme veelzijdigheid zijn er diverse composities voor haar geschreven. Zo schreef Philippe Boesmans zijn Dreamtime voor harp, tuba en ensemble voor haar, Wolfgang Rihm zijn harpconcert Die Stücke des Sängers en Philippe Schoeller zijn harpconcert Hélios. Ook speelde ze premières en speciaal voor haar geschreven stukken van componisten als Andreas Dohmen, Luis de Pablo, Frédéric Pattar en Gérard Buquet. Sinds 1993 maakt ze deel uit van Ensemble intercontemporain. In 2003 speelde ze Luciano Berio's Chemins I met het SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg onder leiding van Sylvain Cambreling tijdens de Donaueschinger Musiktage. In 2011 speelde ze hetzelfde stuk met het Konzerthaus Orchester Berlin onder leiding van Lothar Zagrosek. Cambreling maakte een groot aantal cd-opnames. Ze doceert didactiek aan het Conservatoire de Paris en maakt deel uit van Trio Salzedo met fluitist Marine Perez en cellist Pauline Bartissol.

Cimbalist Luigi Gaggero (1976) studeerde cimbalom in Boedapest en percussie in Genua en Berlijn. Hij gaf concerten in heel Europa, in China en in New York, met onder meer de Berliner Philharmoniker, het NDR Sinfonieorchester in Hamburg, het Orchestra Filarmonica della Scala in Milaan en het Nederlandse Radio Filharmonisch Orkest. Ook speelde hij samen met verschillende ensembles, waaronder het Scharoun Ensemble, Ensemble Musikfabrik en Ensemble Modern. Hij werkte met dirigenten als Pierre Boulez, Reinbert de Leeuw, Kazushi Ono en Simon Rattle. Componisten als Toshio Hosokawa, Luca Francesconi en Franck Christoph Yeznikian schreven werken voor hem. Gaggero is ook actief als dirigent en richtte het vocale ensemble La Dolce Maniera op, voor de uitvoering van zowel barok- als hedendaagse muziek. Gaggero won tweemaal de Hanns-Eisler-Preis voor zijn uitvoeringen van hedendaagse muziek. Hij is de enige cimbalomdocent aan het conservatorium van Straatsburg

CREDITS

muziek
Pierre Boulez
muzikale leiding
Matthias Pintscher
uitvoering muziek
Ensemble intercontemporain
IRCAM computermuziek ontwerp
Andrew Gerzso, Gilbert Nouno
productie
Ensemble Intercontemporain
IRCAM geluidontwerp
Jérémie Henrot
Samuel Favre vibrafoon
Gilles Durot xylofoon
Hidéki Nagano, piano
Sébastien Vichard, piano
Frédérique Cambreling, harp
Mihai Trestian, cimbalom

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR