Twee van New Yorks rijzende sterren in extreem contrasterend programma

Spiral Mass | Soldier Songs

Nederlandse en wereldpremière

Nico Muhly, David T. Little

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Spiral Mass | Soldier Songs bundelt de twee spannendste jonge componisten van de New Yorkse scene, Nico Muhly en David T. Little, in een extreem contrasterend programma. Van Muhly klinken twee hemelse missen, uitgevoerd door het Nederlands Kamerkoor en James McVinnie op orgel: Bright Mass with Canons en de wereldpremière van de nieuwe Spiral Mass. Van de hemel belanden we vervolgens midden in de hel van de oorlog met Soldier Songs van David T. Little. Deze concertante uitvoering met bariton Christopher Burchett en het ensemble Newspeak wordt ondersteund door nieuwe videoprojecties van Bill Morrison. Met rauwe, eclectische muziek verkent Soldier Songs de verwoestende werking van oorlog op onze soldaten, hun familie en de maatschappij.
Programma Icoon

‘Composer David T. Little explores the psychic and physical devastation of war in his shattering song cycle.’

Time Out New York over Soldier Songs

CREDITS

muziek
Nico Muhly, David T. Little
dirigent
Todd Reynolds (Soldier Songs)
uitvoering
James McVinnie, orgel
Nederlands Kamerkoor
Newspeak:
Patti Kilroy, viool
Brian Snow, cello
Kelli Kathman, fluit
Eileen Mack, klarinet
James Johnston, piano
Peter Wise, percussie
Owen Weaver, percussie
zang
Christopher Burchett, bariton
video (Soldier Songs)
Bill Morrison
productie
Beth Morrison Projects (Soldier Songs)
video Bill Morrison
in opdracht van Holland Festival, Beth Morrison Projects met steun van NYSCA (New York State Council for the Arts)
Beth Morrison, creative producer
Brad Peterson, video engineer
Garth MacAleavey, sound engineer
Christopher Kuhl, technical director
Alyssa K. Howard, stage manager
opdracht Spiral Mass
Holland Festival, BBC R3

Achtergrondinformatie

Het Holland Festival presenteert met Spiral Mass | Soldier Songs een extreem contrasterend programma waarin de twee spannendste jonge namen van de New Yorkse scene vertegenwoordigd zijn: Nico Muhly en David T. Little.

Eerst klinken twee hemelse missen van Nico Muhly, in wiens werk de invloeden van zijn voormalige werkgever Philip Glass en zijn voorbeeld John Tavener te horen zijn: Bright Mass with Canons en een nieuwe mis van een kleine twintig minuten die in het Holland Festival zijn wereldpremière beleeft. De uitvoerenden zijn organist James McVinnie en het Nederlands Kamerkoor.

Het schrijven van koormuziek vindt Muhly een van de leukste dingen om te doen; ‘Ik was een koorknaapje, verslaafd aan de texturen en de meeslepende momenten die de Anglicaanse koortraditie van de zestiende tot de eenentwintigste eeuw kenmerken’, zegt hij. ‘De Bright Mass with Canons is een poging om opnieuw de stijlfiguren te ontdekken die het musiceren van mijn kindertijd opvrolijkten.’ Muhly schreef de mis, die zijn wereldpremière beleefde in februari 2005, voor organist en koorleider John Scott en het koor van de Saint Thomas Church aan Fifth Avenue in New York. Het vierdelige werk bevat in bijna iedere maat herhaalde motieven; de componist noemt ze canons. In het Kyrie en Gloria refereren de canons aan de vroege Engelse componisten William Byrd en Thomas Weelkes, terwijl die in het Sanctus en Agnus Dei ruimtelijker en abstracter zijn. Het meest intense gebruik is te horen in het begin van het Sanctus, wanneer iedere zanger een gegeven figuur herhaalt en daarmee een geluidsvlaag produceert.

 

De Amerikaanse componist David T. Little zet de luisteraar met beide benen terug op aarde in zijn rauwe Soldier Songs (2006). Het Holland Festival brengt het werk in een concertante versie, voorzien van nieuwe videobeelden van Bill Morrison.

Littles muziek is omschreven als ‘dramatisch wild, suizend, ranzig en eclectisch.’ In Soldier Songs, uitgevoerd door bariton David Adam Moore en het ensemble Newspeak, hanteert hij een idioom tussen indierock en gecomponeerde muziek. Little destilleerde het libretto uit interviews met veteranen uit vijf verschillende oorlogen. Het werk laat de verandering in de perceptie van oorlog zien bij personen tussen zes en zesenzestig jaar. Drie levensfasen worden behandeld; van de jeugd die oorlogsspelletjes speelt via de strijder in militaire dienst tot de oudere die terugblikt en reflecteert.

Soldier Songs geeft een huiveringwekkend en realistisch beeld van onze mediagerichte oorlogsmachinecultuur, en van de aard van macht in oorlogstijd. De emoties fluctueren in de elf Songs tussen woede, angst, vreugde en verdriet. Soldier Songs stelt lastige vragen en vertelt ongemakkelijke verhalen in het kernachtige libretto, in de krachtige muziek en in de verrassende visuele tegenhanger daarvan. De spanning tussen de visuele en auditieve ervaring van de productie maakt emoties los, ook bij hen die het geluk hebben de oorlog alleen te beleven vanuit het huiselijke comfort van de eigen woonkamer.

The New York Times over Soldier Songs: ‘De gave van Little om op comfortabele en effectieve wijze teksten op muziek te zetten en om muziek te schrijven die is geïnspireerd door minimalisme en rock – nergens slaafs toegepast – komt duidelijk naar voren in dit kernachtige en voortvarende werk.’

Biografieën

Nico Muhly (1981) is een Amerikaanse componist. Hij werd geboren in Vermont en groeide op in Providence, Rhode Island. Muhly studeerde af aan de Columbia University met een graad in de Engelse literatuur en in 2004 behaalde hij zijn masterdiploma aan de Juilliard School of Music in New York, waar hij les kreeg bij Christopher Rouse en John Corigliano. Vanaf zijn tweede studiejaar werkte Muhly gedurende zes jaar als MIDI-programmeur en editor voor Philip Glass. Muhly heeft een breed repertoire gecomponeerd voor ensembles, solisten en organisaties als het American Symphony Orchestra, de Boston Pops, Carnegie Hall, het Chicago Symphony Orchestra, violiste Hilary Hahn, choreograaf Benjamin Millepied, het New York City Ballet, de New York Philharmonic en de sopraan Jessica Rivera. Muhly heeft zijn vaardigheden als performer, arrangeur en dirigent ingezet voor onder meer Antony and the Johnsons, Doveman, Grizzly Bear en Usher. Hij schreef filmmuziek voor Joshua (2007), Margaret (2009) en The Reader (2008). In de lente van 2012 ging Muhly’s eerste opera, Two Boys – met een libretto van Craig Lucas en geregisseerd door Barlett Sher – in première in Londen. Een kameropera volgde later dat jaar, uitgevoerd in New York. Tot de mensen met wie Muhly het meest samenwerkt, behoort ook het team achter het cd-label Bedroom Community; het label werd in 2007 ingewijd met de uitgave van Muhly’s eerste album Speaks Volumes. Nico Muhly heeft vele cd’s uitgebracht, waaronder opnamen van zijn volledige koorwerk, Seeing is believing en het avondvullende stuk I drink the air before me. Ook de filmmuziek van Muhly is op cd verschenen.

De krachtige, dramatische muziek van David T. Little vindt haar oorsprong in zijn ervaringen als rockdrummer en combineert op effectvolle wijze klassieke en populaire idiomen. Vaak roert hij politieke en existentiële thema’s aan. Zijn muziek is over de hele wereld uitgevoerd door onder meer London Sinfonietta, Alarm Will Sound, Eighth Blackbird, So Percussion, de New York City Opera, en het Baltimore Symphony Orchestra onder leiding van Marin Alsop. The Wall Street Journal noemde Littles eerste opera Dog Days ‘een van de opwindendste nieuwe opera’s van de afgelopen jaren’. Tot Littles recente werken behoren Haunt of Last Nightfall voor Third Coast Percussion, RADIANT CHiLD voor de New World Symphony, Conspiracy Theory voor Darcy James Argue’s Secret Society en CHARM voor het Baltimore Symphony Orchestra. Toekomstige projecten zijn nieuwe werk voor London Sinfonietta, Newspeak, celliste Maya Beiser, violist Todd Reynolds en het Kronos Quartet. Onlangs heeft hij een opdracht gekregen van de Metropolitan Opera en Lincoln Center Theater in het kader van hun programmering van nieuwe werken. Little is oprichter, artistiek leider en drummer van het versterkte ensemble Newspeak, dat in 2010 zijn eerste, goed ontvangen cd uitbracht. De musicus behaalde diploma’s aan Susquehanna University (2001), The University of Michigan (2002) en Princeton University (PhD, 2011), en tot zijn belangrijkste leraren behoren Osvaldo Golijov, Paul Lansky, Steven Mackey, William Bolcom en Michael Daugherty. Little heeft lesgegeven op verscheidene scholen en jeugdhonken in New York via het project Musical Connections van Carnegie Hall. Sinds 2012 is hij Director of Composition en coördinator nieuwe muziek aan Shenandoah Conservatory.

James McVinnie heeft een veelzijdige carrière als organist en toetsenist. Tussen 2008 en 2011 was hij assistent-organist van de Westminster Abbey, waar hij speelde tijdens vele staatsaangelegenheden en gedurende speciale diensten van nationaal belang die live werden uitgezonden op de televisie. McVinnie studeerde muziek en orgel aan Clare College, Cambridge University. Met het Clare College Choir gaf hij uitvoeringen door heel Engeland, Europa, de Verenigde Staten en het Verre Oosten; hij begeleidde het koor eveneens op vele goed ontvangen cd’s. In 2006 nam McVinnie zijn eerste solo-cd op – met muziek van Samuel Sebastian Wesley – op het Willis-orgel uit 1873 in St Michael’s, Tenbury. Hij speelt ook op registraties van The King’s Consort, The Cardinall’s Musick, het National Youth Choir of Great Britain en St Albans Abbey Girls Choir. Voorts werkt hij geregeld samen met de BBC Singers tijdens live-uitzendingen via BBC Radio 3. In de zomer van 2009 maakte de musicus zijn solodebuut op de Salzburger Festspiele met het Freiburger Barockorchester. Recente solo-optredens brachten hem naar Duitsland, Zwitserland, Rusland, Denemarken en het festival MusicNOW in de Verenigde Staten. Als continuospeler trad hij met vooraanstaande ensembles en musici aan op vrijwel alle grote Europese oudemuziekfestivals. McVinnie’s bekendheid als partner van musici in de hedendaagse muziek is groeiende. Dit repertoire speelt een belangrijke rol voor hem; Nico Muhly, Graham Ross, Robert Walker, Richard Reed Parry, Shara Worden en David Lang hebben muziek voor hem geschreven. James McVinnie geeft orgelles aan Cambridge University en Tonbridge School, en is director of music aan St Andrew’s, Holborn, Londen.

De rijke, onbegrensde baritonstem en het toegewijde toneelvakmanschap van Christopher Burchett hebben hem een plaats bezorgd bij operagezelschappen in heel de Verenigde Staten, daarbij inbegrepen de gezelschappen en festivals van New York City, Santa Fe, Boston, Palm Beach, Virginia, Omaha, Eugene, Indianapolis, Kentucky, Utah en St. Louis. Het blad Opera News van april 2013 omschreef Burchett als een ‘onverschrokken, kwetsbare performer’ die een ‘onversaagde, heroïsch-menselijke vertolking ten beste gaf die lang in het geheugen zal blijven hangen’. Vorig jaar zong hij in New York in de eenmansopera Soldier Songs van David T. Little. Burchett trad bij de The York Symphony Orchestra op in Beethovens Negende symfonie en hij reisde naar Londen voor de Europese première van Oceanic Verses van Paola Prestini. Tot zijn talrijke engagementen behoren Brittens War Requiem, Handels Messiah, Orffs Carmina Burana en Fauré’s Requiem. Als voorvechter van de nieuwe muziek trad Burchett aan in de wereldpremières van diverse opera’s en werkt hij met regelmaat mee aan herinstuderingen van eenentwintigste-eeuwse werken als het oratorium Restless Mountain van Anthony Davis en Richard Rodney Bennetts opera The Mines of Sulphur. Als wereldwijd veelgevraagd concertzanger verschijnt Burchett op belangrijke Bachfestivals. Op het Bethlehem Bach Festival zong hij in Bachs Hohe Messe; deze vertolking maakte deel uit van een Emmy-winnende uitzending. De veelzijdige musicus was te horen in So in love with Broadway, een concert van de Omaha Symphony met een selectie van songs van Frank Loesser. Opnamen van Christopher Burchett verschenen op het label Naxos en zijn verkrijgbaar via iTunes. 

Newspeak – genoemd naar de taal in George Orwells 1984 die het denken inperkte –  is een energiek ensemble dat invloeden van de Canadese groep Godspeed You! Black Emperor en Mogwai vermengt met de frenetieke gepolitiseerde agressie van Black Sabbath en de Dead Kennedys. Door het combineren van de directheid van de gebruiksmuziek van Louis Andriessen en Frederic Rzewski, de overladen complexiteit van King Crimson en het Mahavishnu Orchestra, en de emotionele diepten van Elliot Smith en The Cure creëert Newspeak een mysterieus, genuanceerd en dwingend geluid. De leden van Newspeak ontmoetten elkaar in 2005 in de ‘indie-classical’ scene van New York. De eerste optredens in de huidige samenstelling vonden plaats in 2008. Newspeak bestaat uit acht musici, van wie er twee ook componist zijn. Het ensemble zet zich actief in voor de hedendaagse muziek. In aanvulling op het werk van de twee componerende ensembleleden – Caleb Burhans en David T. Little – heeft Newspeak opdrachten gegeven aan een aantal van de opwindendste componisten van de nieuwe generatie, onder wie Corey Dargel, Darcy James Argue, Oscar Bettison, Sean Friar, Ted Hearne, Judd Greenstein en William Brittelle. Maar ook aan gevestigde componisten als Randall Woolf, Frederic Rzewski en Paul Lansky. Newspeak heeft financiële steun ontvangen van het Aaron Copland Fund for Music, Meet The Composer, de Cheswatyr Foundation, de New Spectrum Foundation, de Puffin Foundation en Fractured Atlas. The Washington Post over Newspeak: ‘…Newspeak pretty much rules. Driving rhythms, sophisticated compositions by cutting-edge composers, virtuosic playing on electrified instruments — there’s little not to like about the New York-based ensemble…’

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR